Overnamegeweld weer in zwang

ROTTERDAM, 13 APRIL. Het gerammel van de barbaren aan de poort galmt weer door Amerika. Het bod van 22,8 miljard dollar op Chrysler van Kirk Kerkorian, een kruising tussen luchtvaartpionier Howard Hughes en F. Scott Fitzgeralds 'The Last Tycoon', en de Ierse emigrantenzoon Lee Iacocca, is het voorlopig hoogtepunt in een nieuwe overname-manie die na Amerika ook Europa en Azië infecteert.

De vorige golf van fusies en overnames bereikte in 1988 in Amerika zijn hoogtepunt met de veiling van het voedings- en tabaksconcern RJR Nabico. Het bedrijf kwam voor een recordbedrag van 25 miljard dollar in handen van een groep investeerders onder leiding van de overnamespecialisten van KKR.

De strijd om RJR Nabisco tussen speculanten, geldhongerige bankiers en egocentrische managers is het plot van Barbarians at the gate - een relaas van twee verslaggevers van de Wall Street Journal over de deal of the decade. Op de achtergrond figureren hulpeloze werknemers, die hun baan dreigen te verliezen, en getergde lokale gemeenschappen die hun voornaamste werkgever in handen van buitenstaanders zien verdwijnen.

De overname van RJR vond zijn Europese pendant in het bod van 13 miljard pond van een driemanschap onder leiding van de financier Sir James Goldsmith op tabaks- en dienstengigant BAT. Hun bod was een complete mislukking en menig Europese manager haalde opgelucht adem. De vrees voor Amerikaanse toestanden was ongegrond.

Overnames als van RJR kregen een slechte naam, omdat de bieders hun doelwit opzadelden met een kolossale schuldenlast. Zij gebruikten een minimaal aandelenkapitaal en stapelden schuld op schuld om genoeg geld bij elkaar te krijgen. In het financiële jargon heet dat de hefboom, vandaar de naam voor deze transacties: een leveraged buy out. De rentebetaling op al deze bankleningen en obligaties dwong tot personeelsinkrimpingen, verkoop van dochters en - zo zeiden de critici - besparingen op onderzoek en ontwikkelingsuitgaven. Samen met de korte termijn horizon voor kwartaalwinsten die Amerikaanse bedrijven kenmerkt, schaadden deze financiële capriolen de concurrentiekracht van Amerika ten opzichte van Japan en Europa.

Het publieke wantrouwen tegenover met schuld beladen overnames is niet geweken. Zo ongeveer het eerste dat de adviseurs van Kerkorian nu doen is het verschil accentueren tussen de RJR-achtige overnames van de 'wilde' jaren tachtig en de nieuwe tijd van de jaren negentig, waarin niet persoonlijke financiële motieven maar industriële logica voorop staan. In hun uitlatingen weerklinken de verklaringen en analyses die adviseurs en bankiers geven van de wederopleving van de fusie- en overnamemarkt. Vorig jaar telde KPMG Corporate Finance, de financiële adviesarm van het gelijknamige accountantskantoor, voor een bedrag van 110 miljard dollar grensoverschrijdende fusies en overnames. Dat was een stijging met 43 miljard dollar.

Nationale overnames, zoals Kerkorians bod op Chrysler, zitten niet eens in die cijfers. Drie maanden geleden schokte de Britse geneesmiddelenfabrikant Glaxo de financiële markten met een onvriendelijk bod op concurrent Wellcome. Al was Wellcome uitstekend beschermd, de aandeelhouders vielen voor een bod dat een premie van 50 procent op de koers legde.

De onvriendelijke overname is in de jaren negentig internationaal salonfähig geworden. Bedrijven krijgen door overnames sneller toegang tot nieuwe technologie, nieuwe distributiekanalen en markten en tot nieuwe produkten. In verschillende sectoren, zoals de chemie en de farmacie, is verandering en daarmee samenklontering door fusies en overnames aan de orde van de dag. De Amerikaanse wapenindustrie probeert door concentratie de verlaging van de defensiebegroting op te vangen. In de film- en entertainmentsector - waar Kerkorian steeds een grote investeerder is geweest - doen Japanse spijtoptanten filmstudio's in de aanbieding en lopen grote conglomeraten de race naar de elektronische snelweg.

Kerkorian heeft bij Chrysler de schijn tegen als hij zegt dat dit wat anders is dan RJR. Hij heeft geen bankier die zijn transactie moet leiden, geen financieringsarrangementen en wil een deel van het bod betalen uit de rijk gevulde kas van Chrysler zelf van 7,6 miljard dollar. Wat wil Kerkorian echt? Het bestuur van Chrysler chanteren met een dreigement in de hoop dat het zijn aandelenbelang van 10 procent koopt om van hem af te zijn? Dat soort greenmail is in Amerika niet ongewoon en plaveide in de jaren tachtig de weg voor leveraged buy outs als van RJR. Een andere optie is dat Kerkorian een biedingsstrijd rond Chrysler wil uitlokken. In het financiële pokerspel vindt hij Chrysler ondergewaardeerd en doet hij een bod om overtroefd te worden - door een Europese of Japanse concurrent uit de autosector.