Oppie

'Rotterdam let op uw saeck!', waarschuwt Max Pam naar aanleiding van een bezoek aan de stad (Achterpagina, 7 april). Hij legt zijn vinger genadeloos op een gevoelige plek. Veel Rotterdammers gaan gebukt en met afgewende blik door het leven sinds het symbool 'Oppie Opzomeren', een zon met een gezicht, op de Hef is verschenen.

Oppie is niet alleen 's avonds verlicht, zodat zijn gele gezicht en rode lippen al vanaf grote afstand opvallen en zeelui uit verre landen een herkenningsteken hebben wanneer zij de stoere havenstad binnenvaren. Nee - Oppie heeft twee gezichten. Wanneer de Rotterdamse bevolking goed meedoet aan sociale vernieuwing en het schoonhouden van straten, dan staat Oppie breeduit te lachen. Maar wanneer hem vanuit de ambtenarij berichten bereiken dat allerlei leuke projectjes stagneren, dan staat Oppie weer een tijdje te huilen, als waarschuwing aan die eigenwijze Rotterdammers. Met neergebogen lippen, en een heuse oplichtende traan.

Oppie is dus niet zomaar een kinderachtig, reusachtig uitgevoerd poppetje. Er zitten twee ingenieuze concepten achter zijn verschijning. Oppie heeft een wisselend humeur. En zijn standplaats, op hèt monument van de stad, combineert zijn gevoelige aard met een symbool van noeste onverzettelijkheid. De ambtenaar die het bedacht was erg tevreden met die vondst, zo hoorde ik van haar collega's. 'De Hef' - het is een magische aanduiding, met nonchalante trots door Rotterdammers uitgesproken. 'Oppie Opzomeren' mist die status vooralsnog. Rotterdam let intussen wel degelijk op haar zaak. Via regionale kranten is Oppie meermalen verzocht te vertrekken. Maar hij leest blijkbaar alleen beleidsnota's. Jules Deelder zal het slot van zijn gedicht 'Stadsgezicht' dus moeten herschrijven. Mogelijk als volgt:

Posthistorisch vergezicht - Rotterdam gehakt uit marmer kant'lend in het tegenlicht Oppie lacht of Oppie huilt