Nederlandse renners overtuigen in schaduw ongenaakbare Jalabert; Rooks en Den Bakker overwinnen tranen

HUY, 13 APRIL. In de schaduw van de ongenaakbare Jalabert reden ze verrassend van voren. Ook de derde beklimming van de Muur van Huy leverde voor Steven Rooks en Maarten den Bakker geen onoverkomelijke problemen op. Ze voelden zich sterk, veel sterker dan een jaar geleden op dezelfde plaats. Rooks werd gisteren tiende, Den Bakker eindigde op de twaalfde plaats in de Waalse Pijl. Er is nog hoop voor de Nederlandse wegcoureurs.

De hegemonie van de Zuideuropese wielrenners bleef gisteren onaangetast, maar de positie in de subtop was voor de TVM-collega's Rooks en Den Bakker een aanwijzing dat de speciale voorbereiding haar vruchten afwerpt. Afgelopen winter hebben ze veel meer op de fiets gezeten dan ze gewend waren, enkel en alleen omdat de concurrenten uit de warme oorden daar succes mee hebben. De welverdiende winterstop is verleden tijd, sinds de Italiaanse wielerschool furore maakt met uitgekiende trainingsschema's.

“Ik heb vroeger vooral gelopen en gezwommen, maar blijkbaar red je het daar niet meer mee. Je moet zorgen dat je een goede basis hebt, dan komt de vorm vanzelf”, vertelde Den Bakker gistermiddag. De 26-jarige renner uit het Zuidhollandse Abbenbroek was in de Waalse Pijl betrokken bij een gestrande vluchtpoging. Samen met de Italiaan Piccoli, de Deen Sörensen en de Belg Axel Merckx (zoon van Eddy) reed hij zich in de kijker. “Je moet toch wat proberen in zo'n lastige wedstrijd.”

Den Bakker heeft dezelfde hoge zit als Rooks, wiens rijstijl alom respect afdwingt. De Nederlandse kampioen reed gisteren lange tijd in dienst van zijn voortvluchtige ploeggenoot, maar toen de groep met Den Bakker was ingelopen door het peloton bleek Rooks over voldoende reserves te beschikken om met souplesse de beruchte Muur te bestijgen. Zijn tiende plaats in de eindrangschikking betekende voor Rooks misschien wel even veel als zijn tweede plek in de Waalse Pijl van 1989.

Voor de 34-jarige renner uit het Noordhollandse Warmenhuizen is 1995 het seizoen van de wedergeboorte. Rooks wil zich revancheren voor een paar mindere jaren en voelt zich nog fit genoeg het eerherstel in de praktijk te brengen. “Ik mis nog een beetje explosiviteit, maar het gaat weer de goede kant uit. Deze koers heb je nodig om hardheid te kweken.” Over een mogelijk heroptreden in de Ronde van Frankrijk liet hij zich gisteren nog niet uit. “Laten we eerst maar eens kijken hoe de klassiekers gaan. De Tour is een hele zware wedstrijd. Als je niet 100 procent fit aan de start verschijnt, is het een verschrikking. En het is niet de bedoeling om weer gesloopt te worden.”

Zowel Rooks als Den Bakker worstelt met de naweeën van privéproblemen. De introverte Noordhollander zou na zijn echtscheiding een ander mens zijn geworden. Rooks bezoekt tegenwoordig een psychiater die zijn zieleroerselen probeert te doorgronden. Op de weg kampt hij nog steeds met concentratieverlies. Zo werd hij in de Tirreno-Adriatico bij vlagen weer herinnerd aan zijn voormalige echtgenote. Haar aangekondigde vertrek was in de Tour van 1994 de enige reden van zijn vroegtijdige opgave. Hij zat te huilen op zijn fiets. Ploegleider Cees Priem was destijds vol onbegrip, maar een verhelderend gesprek tussen het tweetal heeft de doorgaans zo rechtlijnige Zeeuw inmiddels van gedachten doen veranderen.

Ook Den Bakker is nog niet helemaal verlost van de nare ervaring die hij vorige zomer opdeed. Tijdens de Tour kreeg hij te horen dat zijn zus was verongelukt. Inmiddels is het grootste leed geleden. Door veel te trainen heeft hij het verdriet van zich afgereden. “Soms overvalt het me nog. Als ik niet goed in m'n vel zit en begin te piekeren, dan denk ik vaak aan m'n zus. Maar omdat zij altijd gewild heeft dat ik beroepsrenner werd, houd ik me op de been.”

Den Bakker heeft genoeg zelfkennis om zijn stijgende vorm te relativeren. Bij herhaling wees hij gisteren op zijn beperkte mogelijkheden, die een vergelijking met coureurs als Jalabert en Fondriest overbodig maken. De lange, breedgeschouderde allrounder noemt zichzelf geen winnaarstype maar iemand die af en toe een goeie dag heeft. Hij verwacht dat zijn beste jaren nog moeten komen. Zijn erelijst ziet er tot nu toe bescheiden uit voor iemand die al vijf jaar bij de professionals meerijdt. In 1993 won hij een etappe in de Ronde van Luxemburg, vorig seizoen was hij de sterkste in de Ronde van Midden-Zeeland.

Voor Den Bakker is het minder gesloten karakter van de ervaren wielrenner Rooks een aardige meevaller. Op de hotelkamer praten ze regelmatig over hun gedeelde sores. “Steven is een stuk verbeterd in de omgang. Hij is veel amicaler geworden. En als ik advies nodig heb over het wielrennen, kan ik altijd bij hem terecht. Hij komt er niet uit zichzelf mee, maar als ik het vraag geeft hij tegenwoordig uitgebreid antwoord.”