'Laat voorwaarden voor veilig maken Tsjernobyl varen'

KIEV, 13 APRIL. Nederland wil dat de Europese Unie (EU) de koppeling loslaat tussen fondsen voor het veiliger maken van de kerncentrale van Tsjernobyl en de eis tot verdergaande economische hervormingen. Vandaag onderhandelen EU-commissaris Van den Broek en een Canadese vertegenwoordiger van de club van rijke landen, de G-7, met de Oekraïense regering over Tsjernobyl.

Volgens minister Voorhoeve (defensie) is Tsjernobyl “een groot probleem voor de Europese volksgezondheid en daar kan je geen andere voorwaarden aan koppelen”. In december vorig jaar is Nederland er tijdens een vergadering van de EU-ministers van financiën niet in geslaagd die koppeling ongedaan te maken. Met name de Fransen verzetten zich daartegen, omdat zij nucleaire technologie aan de Oekraïne willen verkopen en reparatiewerk willen verrichten.

Volgens Voorhoeve dreigen zich bij de kerncentrale in Tsjernobyl nieuwe problemen voor te doen en kan de Oekraïne die financieel niet zelf oplossen. Alleen al voor het verstevigen van de 'sarcofaag', de betonnen ommanteling van de reactor waar grote hoeveelheden straling vrij kwamen in 1986, is tussen de 1,5 en 2,5 miljard gulden nodig. Daarnaast zouden ook de twee werkende reactoren veiliger gemaakt moeten worden. Sommige landen van de Europese Unie, waaronder Nederland, zouden het liefst zien dat de centrale van Tsjernobyl zou worden gesloten, maar de Oekraïense regering wil die stap niet nemen wegens de werkgelegenheid (20.000 arbeidsplaatsen) en de energievoorziening (vijf procent).

Voorhoeve noemde het gistermiddag van het grootste belang dat West-Europa het land steunt nu de huidige regering forse hervormingen heeft aangekondigd. Dat kan volgens Voorhoeve niet alleen worden overgelaten aan Amerika, Canada en Japan. Hij sprak van “medeverantwoordelijkheid omdat de ontwikkelingen in Oekraïne ook de veiligheidssituatie in de rest van Oost-Europa bepalen. De hervormingen hebben lang op zich laten wachten, omdat Oekraïne geconfronteerd is met het feit dat tussen de dertig en tachtig procent van de industrie afhankelijk was van de oorlogsmachine in de voormalige Sovjet-Unie.”

Tijdens een bezoek aan de Antonov-vliegtuigfabriek toonde Voorhoeve enkele dagen na de aankoop van Amerikaanse Apache-helikopters veel belangstelling voor de AN 38, een klein passagierstoestel van Antonov, dat afhankelijk van de vracht geschikt is voor 12 tot 26 personen. Hij zegde de directeur van het testlaboratorium van Antonov toe dat hij de Nederlandse luchtmacht attent zou maken op dit toestel. Voorhoeve noemde het van belang dat ook Fokker let op de ontwikkelingen van de vliegtuigindustrie in Oost-Europa en Rusland “omdat men hier heel ver is met het ontwikkelen van nieuwe technieken en nieuwe produktiemethoden”.