Kleur in zwart en wit

Kleur in de film is zo oud als de film zelf. Talloze kleurprocédés zijn in de loop van de jaren toegepast. Onlangs zijn de bederfelijke nitraatfilmpjes van het type Gaumont Chronochrome voor de ondergang behoed.

Toen op 10 juni 1913 in het 39th Street Theatre in New York de cultuurfilm Fête du carnaval de Nice werd vertoond, reageerde de zaal laaiend enthousiast. Uit het april-juninummer van het tijdschrift Moving Picture World van dat jaar: 'De kleuren zijn kraakhelder en fris, ieder beeldje op het doek is als een fraai schilderij, rechtstreeks afkomstig uit het atelier van de kunstenaar... Werkelijk iedere kleur uit het spectrum kan worden weergegeven.'

Fête du carnaval de Nice is een Franse driekleurenfilm, opgenomen in Gaumont Chronochrome. Deze 'additieve' techniek, slechts toegepast door de Parijse Société Gaumont tussen 1913 en 1922, maakte zowel bij het opnemen als projecteren gebruik van drie objectieven tegelijk, voorzien van verschillende kleurfilters. Op die manier bevatte de film een drievoudige werkelijkheid: een rode, blauwe en groene die ieder in zwart-wit beeldjes was gevangen, alles op dezelfde negatiefrol. Door nu bij het projecteren de juiste kleur licht door de juiste zwart-wit beeldjes te sturen, en er als operateur met gebruikmaking van verrekijker of telefoonverbinding voor te waken dat de drie schermprojecties netjes over elkaar vielen, kwam de kleur weer tot leven.

Hoewel Kodak direct in 1913 een licentie kocht, nam dit Amerikaanse bedrijf het Gaumontsysteem niet in produktie. Fête du carnaval de Nice ligt, samen met tientallen andere Gaumont Chronochrome films, weggeborgen in de kluizen van het George Eastman House. Het Parijse filmbedrijf heeft ze indertijd allemaal aan het filmmuseum in Rochester cadeau gedaan, in totaal bijna 13.000 voet. Omdat het om films uit het nitraat-tijdperk gaat, die onverbiddellijk aan bederf onderhevig zijn, is het zaak ze tijdig te kopiëren. Maar hoe de drie corresponderende beeldjes op modern kleurennegatief passend over elkaar te leggen? Er is maar één filmlaboratorium op de wereld dat deze klus aan kan: Haghefilm in Leiderdorp.

Haghefilm in zijn huidige vorm bestaat elf jaar. Het bedrijf is opgericht door werknemers van het in 1984 failliet gegane Color Film Center (dat eerder Haghefilm heette) en specialiseert zich in het conserveren en op modern materiaal afdrukken van oude zwart-witfilms. Die kunnen al dan niet met de hand ingekleurd zijn, gevirageerd (door een verfbad gehaald) of anderszins van kleur voorzien. Johan A. Prijs, filmtechnicus en man van het eerste uur: 'Wij pakken dingen aan die andere laboratoria laten liggen. Die hebben er de apparatuur niet voor, en al helemaal niet om Gaumontfilms te behandelen.'

In het laboratorium in Leiderdorp overheersen de nitraatfilms. Die zijn van celluloid en dus brandbaar, zelfs kan zich in de blikken een explosief gasmengsel vormen. Blussen gaat niet, onder water branden nitraatfilms gewoon door omdat ze bij het verbrandingsproces hun eigen zuurstof aanmaken. Bewaren bij 5 amerC en een luchtvochtigheid van 40 procent is het beste. Maar zelfs dan vergaat nitraat: het is een natuurlijk produkt, gemaakt uit botten en visbeen. Prijs: 'Na verloop van tijd gaat zo'n film zweten en plakken, laat de emulsie los, wordt alles snotterig en week en kun je er als restaurateur niks meer mee.

'

Het Leiderdorpse bedrijf (tien werknemers, sinds kort onderdeel van het Amsterdamse filmlaboratorium Cineco) telt onder zijn opdrachtgevers het Nederlands Filmmuseum, dat per week duizenden meters nitraatfilm op het onbrandbare acetaat laat overzetten, de Rijksvoorlichtingsdienst (onder andere oude filmpjes van het Koninklijk Huis), het Nederlands Omroep Bedrijf en een aantal particulieren. Daarnaast een toenemend aantal musea en archieven uit het buitenland. Prijs: 'Die kennen ons van het jaarlijkse Festival voor de stomme film in het Italiaanse Pordenone. Iedereen in het vak komt daar in oktober bijeen om de laatste gerestaureerde films te bekijken. Daar zit ook werk van ons tussen en omdat wij speciale apparatuur in huis hebben, springt de kwaliteit in het oog.'

Ook het George Eastman House, genoemd naar de oprichter van Kodak, kent Haghefilm van Pordenone. In 1992 zocht het museum uit Rochester contact met Leiderdorp met de vraag of de unieke collectie Gaumont Chronochrome-nitraatfilms, waarvoor geen projector meer bestaat, op moderne kleurenfilm kon worden overgezet. Prijs: 'Daar zijn wij toen op ingegaan, al vergde het aanpassingen van onze apparatuur. Zo hebben we een speciale gate moeten laten maken, de opening waardoor het licht op de beeldjes van het moedermateriaal valt en waarlangs de film tijdens het printen wordt getransporteerd. Gaumont Chronochrome-films hebben namelijk een apart formaat, een soort widescreen avant la lettre.'

Die 'plattere' filmbeeldjes werden opgedrongen door het systeem. Een Gaumontprojector was voorzien van een vlinder, een roterende schijf met een hap eruit ter grootte van een drietal beeldjes. In de tijd dat de schijf de drie projectiebundels afdekte, pakte de grijper de film in zijn perforaties vast en draaide hem drie beeldjes door. In vergelijking met een gewone film betekende dit een driemaal zo grote transportsnelheid, wat de kans op breuken vergrootte. Beeldjes over drie perforaties in plaats van de gebruikelijke vier moesten aan dit bezwaar tegemoet komen.

Bij wijze van proef heeft Haghefilm eerst een Gaumontrolletje uitgeprobeerd: Paris Fashion uit 1913 - mode was net als carnaval een geliefd kleurenfilm thema. Het resultaat is in Rochester, en ook in Pordenone, met enthousiasme ontvangen. Inmiddels heeft Leiderdorp de klus zo goed als geklaard, het speelfilmpje (op zichzelf al bijzonder) Heart's memory (3 minuten) geeft problemen omdat de beeldjes niet op gelijke afstand liggen. Prijs: 'Het kan een haperende Gaumontcamera geweest zijn, of er is indertijd iets mis gegaan bij het omzetten van negatief naar positief. Hoe dan ook, de drie corresponderende zwart-witbeelden zijn bij dat filmpje niet passend op elkaar te drukken. We hebben een testrolletje met zwevende en bewegende kleuren naar Rochester gestuurd met de vraag of we door moeten gaan. Het kan altijd dat die film zo bijzonder is dat je een wat minder resultaat voor lief neemt.'

De Gaumontfilms zijn door het George Eastman House en Haghefilm eerst opgelapt: aangevreten of stukken ontbrekende perforatieranden zijn gerestaureerd of opnieuw aangebracht, scheurtjes en haakjes met perfix (transparante perforatie) afgeplakt, zwakke of verkeerd aangebrachte lassen (waardoor bij projectie de kaderlijn opeens midden in beeld schiet) hersteld. Op essentiële plaatsen, zoals aan het begin van iedere nieuwe scène, zijn in Leiderdorp startmarkeringen aangebracht zodat de printmachine in een later stadium weet wanneer er actie moet worden ondernomen. Ook lassen worden gemarkeerd: soms is een film opgebouwd uit meerdere kopieën en verspringt de helderheid of het kleurbeeld. Ten slotte zijn de films door Haghefilm in een bad van perchloorethyleen, onder inwerking van ultrasone geluidstrillingen, gewassen, schoongeborsteld en door een droogsluis geleid.

Zoals gezegd: het Gaumont Chronochrome-procédé werkt met drie zwart-witbeelden voor drie gescheiden kleurgebieden. Het is de taak van de grader (kleurbepaler) aan de hand van analyser-apparatuur een 'lichtplan' op te stellen voor de printer die het positieve Gaumont-moedermateriaal overzet op internegatief (moderne Kodak-kleurenfilm). De grader, die alles van oude filmkleuren weet, licht de Gaumontbeeldjes op zijn omroltafel per drietal uit om zo contrast en kleurresultaat bij samenvoeging te onderzoeken. Fletse of gesluierde film corrigeert hij door per scène met de verhoudingen van rood, blauw en groen te spelen en steeds op zijn beeldscherm die combinatie te kiezen die de oorspronkelijke kleurindruk het best benadert. Dat vereist vakmanschap: een positief uit 1913 afdrukken op Kodak-internegatief van 1995 geeft andere kleuren dan bij gebruik van de emulsie van toen.

Prijs: 'Het lichtplan van de grader zit opgeslagen in de computer en komt beschikbaar op ponsband. Tegelijk met de moederfilm krijgt de printer die toegevoerd zodat de halogeenlamp die alles belicht, weet hoe hij zijn drie kleuren moet moduleren. Stel dat de moederfilm een beetje magenta resultaat geeft, een notoir probleem van veel meerlagen-kleurenfilms uit de jaren zeventig. Dat filter je dan weg door wat extra groen toe te voegen en wat rood af te knijpen. Maar het blijft behelpen. Zo'n overall correctie gaat altijd ten koste van andere kleuren, in dit geval de rode. Het resultaat is al snel een fletsere film.'

Bij een nitraatfilm heb je niets aan een contactprinter: omdat de moederbeeldjes vaak gekrompen zijn, kan van 'ruggelings gelijk opgaan' in de machine geen sprake zijn, de beeldjes zouden op het printmateriaal uit kader raken. Maar met Haghefilms optische printer - de trots van het bedrijf - kan het wel. Op die printer bewegen moederfilm en printfilm, via een lenzenstelsel van elkaar gescheiden, onafhankelijk van elkaar. Het transportsysteem is volledig instelbaar en speciale sprockets (tandjes) kunnen de meest afwijkende perforaties aan. Door de lens te verstellen is het bovendien mogelijk het beeld iets te vergroten, of een kaderlijn die bij het moedermateriaal op de perforatie zit (onhandig bij het monteren) op de print er tussenin te zetten.

De optische printer van Haghefilm doet vijf beeldjes per seconde. Tijdens de opnames zit het moedermateriaal ondergedompeld in een bakje perchloorethyleen, een vloeistof met een vergelijkbare brekingsindex als nitraat. Daardoor verstrooit het licht niet langer aan de krassen die de film bij het gebruik heeft opgelopen: oppervlaktebeschadigingen zijn op de print onzichtbaar.

Voor de Gaumontfilms heeft Haghefilm een speciale optische bank gebruikt. Prijs: 'Kleur voor kleur hebben we dat materiaal op Kodak-internegatief afgedrukt, zodat we de moederfilm steeds twee beeldjes lieten overslaan. Aan het eind van ieder rolletje spoelden we moeder en print terug en kwamen de panseparaten voor het volgende kleurgebied aan de beurt. Met steady-pin techniek, die speling in de perforatie om de transporttand ten enemale uitsluit, houd je perfecte controle over de positie van de films en krijg je op internegatief drie exact passende series beelden.'

Resultaat: een onbrandbare Fête du carnaval de Nice in door Kodak voor zestig jaar gegarandeerde kleuren, bewegende schilderijen zoals ze in 1913 in het 39th Street Theatre zijn vertoond.

Digitaal restaureren met Cineon

Het rroverzetten van Gaumont Chronochrome op Kodak ECP-film (Eastman Colour Positive) kost ongeveer twintig gulden per meter. Via de techniek van het ondergedompeld belichten verdwijnen de krasjes aan de oppervlakte; om dieper gelegen beschadigingen te herstellen of ontbrekende stukjes emulsie te reconstrueren is de restaurateur aangewezen op een digitale aanpak.

Het meest geavanceerd is Cineon digital film system van Kodak. Sneeuwwitje en de zeven dwergen, in 1937 als eerste tekenfilm goed voor een Oscar, kreeg vorig jaar in het digitale filmcentrum Cinesite in Burbank, Californië dankzij Cineon een perfecte facelift. Alle 120.000 beeldjes van het 35 mm origineel zijn stuk voor stuk gescand, bewerkt en teruggeschreven op Eastman EXR color intermediate film 5244, de basis voor de bioscoopkopieën. In zekere zin overtreft de nieuwe Sneeuwwitje het origineel: stofdeeltjes op de glasplaat van de animatiecamera, in 1937 bron van minuscule gele en magenta vlekjes op de film, zijn met speciale dust-busting software alsnog geneutraliseerd.

Cineon gebruikt als scanner een door Kodak ontwikkelde CCD-sensor. Deze is voor elk van de kleuren rood, groen en blauw uitgerust met een rij van 4096 lichtgevoelige cellen, gespreid over de filmbreedte van 35 mm. De kleurgevoeligheid van deze cellen is minstens zo goed als die van de dyes (kleurstoffen) in het modernste filmnegatief, met dit verschil dat bij digitale opslag fade-out is uitgesloten. In een tempo van drie opnames per seconde registreert de sensor het diffuse xenon-licht dat door de Sneeuwwitje-moederbeeldjes valt en stuurt de informatie door naar het werkstation. Elk filmbeeld vergt een geheugenruimte van 40 megabyte, een tiende van de opslagcapaciteit van een modale PC.

Het manipuleren op het werkstation kan van alles inhouden. Bij Sneeuwwitje gaat het vooral om het oppeppen en egaliseren van de pastelkleuren. Via dust busting van key frames worden kleurafwijkingen automatisch gelokaliseerd en gecorrigeerd, waarbij de software een minuscuul kabouterriempje niet als ongerechtigheid mag brandmerken. Eén druk op de knop en de correcties gelden voor een complete scène. Maar Cineon kan veel meer, een wereld van special effects opent zich voor de art-director. Bij de film Cliffhanger zijn studio-opnames omgetoverd tot levensechte beelden van een man boven een ravijn. Rookslierten die in een commercial een verleidelijke dans uitvoeren: het kan op Cineon.

Als het restaureren of manipuleren is afgerond, schrijven drie lasers (argon voor blauw licht en helium-neon voor groen en rood) het eindresultaat van het werkstation terug naar film. Cineon is duur: het opnemen en terugschrijven van één beeldje kost tien dollar. Daar komen de kosten van het werkstation nog bij. Omdat in een meter film 53 beelden passen, is de techniek voor een archief onbetaalbaar en vormt Cinesite geen bedreiging voor laboratoria als Haghefilm. De eerstkomende jaren zal dat ook zo blijven, verwacht Kodak Nederland. In Odijk ziet men nog altijd toekomst voor het medium film, dit in weerwil van de opmars van de digitale (video-)camera. Ook Kodak super-8 film blijft gewoon leverbaar. Bij concurrent Fuji ligt dat anders. Die hield vorig jaar de produktie van 8 millimeter film voor gezien en de smalfilmers met een Fujicamera vechten inmiddels om de laatste rolletjes.