Journalisten noemen ons monsters

De Russische kernindustrie ziet haar blazoen bezoedeld door aantijgingen in de Westerse media. Onlangs gaf een gezelschap van deskundigen opening van zaken. Wat de journalisten vooral trof was een unverfrohren koude-oorlogstoon.

In de zomer van 1994 legde de Duitse politie bijna maandelijks de hand op nieuwe klandestiene partijen plutonium en hoog verrijkt uranium. De vermeende omvang van de 'plutoniumsmokkel' en de, later gecorrigeerde, bewering dat het hier om militair materiaal uit Rusland zou gaan leidde tot politieke spanningen tussen Duitsland en Rusland, waarin, volgens de Russen, de massamedia een kwalijke rol speelden. Het Russische ministerie voor kernenergie Minatom kwam met de gedachte een seminar voor Duitse journalisten te organiseren om Russische experts in de gelegenheid te stellen hun visie op de kwestie te geven. Een week voordat Der Spiegel de provocerende rol van de Duitse inlichtingendienst zou beschrijven, vond het seminar plaats in het onderzoekscentrum van het Duitse wetenschappelijk instituut voor gezondheid en milieu GSF. GSF werkt al sinds de ramp bij Tsjernobyl met Russische onderzoekers samen. Het GSF-centrum in Neuherberg, ten noorden van München, blijkt een dorpje op zichzelf, vergelijkbaar met het RIVM in Bilthoven, vanwaar men bij helder weer een schitterend uitzicht heeft op de Alpen. Als de journalisten de collegezaal in mogen, hebben de Russen zich al op de eerste rijen geïnstalleerd: tien zware mannen in onflatteuze pakken, begeleid door een dame van de voorlichting die steeds als eerste om hun praatje zal applaudiseren. Het zijn de experts van het nieuwe Russische ministerie voor kernenergie Minatom, de organisatie Russatomenergo en vertegenwoordigers uit de gesloten steden Tsjeljabinsk-70 en Krasnojarsk-26. Zj zullen opening van zaken geven, vertellen waarheen het gaat met de kernenergie en de wapenproduktie, hoe het leven was en is in de gesloten steden en hoe daar de conversie, de omschakeling van militaire naar civiele prdouktie, uitwerkt. De zaal gaat er eens goed voor zitten.

Het welkomstwoord van de directeur van het GSF is gul en positief zoals het hoort. Er lopen al veel Russen rond in Neuherberg en veel Duitsers in de Oeral en ze delen wetenschap en menselijke emoties in gelijke mate. Wel is het het GSF opgevallen dat de Russen over zoiets als stralingsrisico heel anders denken dan de Duitsers. Maar dat is juist goed voor de discussie.

De Russische delegatieleider dr. Georgi Kaurov onderstreept dat het initiatief voor het seminar van de Russen is uitgegaan en legt uit wat de rol is van Minatom. Minatom werd in april 1992 gevormd uit het Sovjet-ministerie voor atoomenergie en industrie MAPI, dat zelf weer, kort na de ramp met Tsjernobyl, was voortgekomen uit het fameuze Minsredmasch, het 'ministerie voor middelgrote machinebouw' dat verantwoordelijk was voor de produktie van kernwapens.

Ook Minatom heeft, met zijn één miljoen werknemers, niet alleen het beheer over de negen kerncentrales van Rusland (samen 29 reactoren) maar ook over de installaties voor de produktie van kernwapens. Produktie van kernkoppen is zelfs de primaire taak van Minatom. Het militaire deel van de Minatom-activiteiten is ondergebracht in tien 'gesloten steden' waar in totaal ruim 700.000 mensen wonen. De oudste en bekendste zijn Arzamas-16 (nu Kremlew genoemd) en Tsjeljabinsk-70 (Sneschinsk) in het zuiden van de Oeral. (Het vermaarde Kurchatov-instituut is niet onder de Minatom-paraplu terecht gekomen.

) Een belangrijke nieuwe taak van Minatom is de ontmanteling van kernkoppen. Jaarlijks worden tegenwoordig twee keer zoveel kernkoppen ontmanteld als aangemaakt. Er mogen vragen gesteld worden. 't Zal toch niet waar zijn dat Rusland nog steeds nieuwe kernwapens produceert, is de eerste vraag. Zeker, zegt Kaurov bedaard, we proberen het bestaande arsenaal nog steeds veiliger en betrouwbaarder te maken. Dat is in ieders belang.

Mark Hibbs, redacteur van de gezaghebbende vakbladen Nucleonics Week en Nuclear Fuel wil weten waar het gezag van Minatom eindigt en dat van het ministerie van defensie begint. Simpel, zegt Kaurov, als er een raket aan de kernkop vast zit valt-ie onder defensie. De overdracht is helder geregeld.

Derde vraag: aan welke landen levert Minatom? Hohoho, intervenieert de GSF-leiding, concrete vragen moet u later stellen, dit was maar een inleiding. Maar Kaurov is niet benauwd: aan Iran! De rest van de wereldmarkt reageert vijandig op het Russische aanbod aan nucleaire installaties, China uitgezonderd. Alleen voor verrijkt Russisch uranium is belangstelling. Dat komt doordat Rusland met zijn superieure centrifugetechniek heel goedkoop uranium kan leveren. Alleen door dumpingspraktijken van de Amerikanen heeft Rusland nog maar vijf procent van de wereldhandel in uranium in handen kunnen krijgen.

Laatste vraag: vallen de Russische kerncentrales onder IAEA-controle? Dat zal de volgende spreker meenemen in zijn praatje. Anatolij Zemskow vertegenwoordigt Russenergoatom, de overkoepelende organisatie die zich met het praktisch beheer van de civiele centrales en het elektriciteitsnet bezig houdt. Maar in Zemskows lofzang op de Russische kernreactoren is geen couplet over het IAEA opgenomen.

Zeker, zegt Zesmkow, er zijn grote politieke en economische moeilijkheden in Rusland, maar onze maatregelen sorteren al effect en onze reactoren hebben een zeer goede staat van dienst. Binnen tien tot vijftien jaar hopen we het nucleair vermogen te verdubbelen. We ontwerpen tal van nieuwe reactoren. Er is een idee voor de plaatsing van veel kleine reactoren, Technoblocks, van 3 tot 25 megawatt voor verwarming en elektriciteit in afgelegen gebieden. De zaal reageert met huiver. Is het waar dat het concept van de RBMK (à la Tsjernobyl) niet wordt losgelaten? Dat is waar, bij Kursk wordt nog een RBMK afgebouwd. En er is een nieuwe versie van de RBMK in ontwikkeling met passieve koeling, dus zeg maar inherent veilig.

Wat doet Rusland met de opgebrande splijtstof? Die van de RBMK's wordt niet opgewerkt en blijft bij de reactoren, die van de VVER's (de gewonere drukwaterreactoren) gaat naar Tsjeljabinsk of naar Krasnojarsk in Siberie, al of niet voor opwerking. Er zijn plannen om het hoogactieve afval te verglazen voor de eindopslag, de staatsdoema is daar net over aan het discussiëren.

Hoe staat het met de alternatieve energie in Rusland? Uitstekend, zegt Zemskow, kolen, olie en gas, daar kun je ook goed stroom van maken. Neehee, roept de zaal, zon, wind en water. Aha! Zon, dat deden we op de Krim, maar de Krim hoort niet meer bij Rusland.

We gaan verder. Dr. Wladislaw Nikitin uit de gesloten stad Tsjeljabinsk-70 in de Oeral gaat vertellen over de toekomst van de gesloten steden in Rusland. Nee, zegt Nikitin, dat staat verkeerd in de convocatie, ik zal het hebben over de conversie: de overgang van militaire naar civiele activiteiten. Toch geeft hij een korte historische beschrijving van de gesloten steden: hoe Arzamas-16, waar de Russische A- en H-bom werden ontwikkeld, al kort na de oorlog werd opgericht en met 1000 onderzoekers nog steeds veel fundamenteel onderzoek doet.

Hoe halverwege de jaren vijftig besloten werd in de Oeral een reserve-stad te bouwen voor het geval Arzamas-16 werd vernietigd, en ook om de stad wat wetenschappelijke competitie te bezorgen, zoals de Amerikaanse national laboratories Los Alamos en Lawrence Livermore met elkaar concurreren.

Tsjeljabinsk-70 (1500 technici) heeft bijna dezelfde taak als Arzamas-16 maar is iets meer toepassingsgericht. Ook doet men er veel ecologisch onderzoek, dat staat nog in verband met de explosie in de opwerkingsfabriek Majak in 1957 die een groot deel van de omgeving radioactief besmette.

Het einde van de koude oorlog heeft Tsjeljabinsk-70 niet ongemoeid gelaten. Het leger bestelt niet veel meer, men werkt nog wat aan verbetering van kernwapens en steekt veel energie in de ontmanteling van de oude wapens. 'Binnen het kader van de conversie proberen we kennis en middelen te gebruiken voor nieuwe civiele taken: toepassing van nieuwe springstoffen in de mijnbouw, bijvoorbeeld. We hebben ook een mobiele eiersorteermachine ontworpen die eieren met een snelheid van 9.000 stuks per uur in vijf gewichtsklassen kan verdelen. Onze stationaire eiersorteermachine kan er binnenkort wel 18.000 per uur aan. Eenderde van de technici in Tsjeljabinsk-70 werkt nu in een civiel programma. Maar de staat heeft geen duidelijk concept voor de conversie, er is geen wet of zo, dus het is allemaal erg moeilijk. Er is werkeloosheid. Er zijn grote sociale problemen. Ik dank u voor uw aandacht.' Braindrain

Hoe staat het met de braindrain van kernwapendeskundigen naar landen als Irak, vraagt een geschokte toehoorder. Er is niemand vertrokken, zegt Nikitin. En hoe staat het dan met de nucleaire smokkel? Daarvoor hebben we een commissie opgericht. Hoe zat dat met die explosie in de Majak-fabriek? 'Dat was niet het thema van mijn voordracht.'

't Is niet helemaal de glasnost van vroeger. De zaal vestigt de hoop op Boris Petrow, een reïncarnatie van A. den Doolaard in een ruimvallende spijkerjas. Petrow komt uit Krasnojarsk-26 een gesloten stad in Siberië die ruim 250 meter diep in de bergen is aangelegd. Drie complete plutonium-produktiereactoren en een opwerkingsfabriek. Ook vanuit zijn 'Kombinat' is niemand naar het buitenland vertrokken. De sfeer is goed, men was en is trots vanuit Siberië pariteit met de VS te hebben kunnen handhaven. Men voelde zich patriot. De werknemers werden streng geselecteerd, dwangarbeid bestaat niet, professionele misdadigers zijn er niet. De bewaking is uitstekend, het is onmogelijk plutonium uit de catacomben mee omhoog te nemen. Dat is ook nooit gebeurd.

Nee, zegt Petrow in een onverhoedse wending, waar ik me zorgen over maak is de minimale belangsteling die er bij jonge mensen bestaat voor het werk in de gesloten steden. 'Tsjernobyl' en de daaropvolgende leugens van de massamedia hebben kernenergie in Rusland een slechte naam bezorgd. Journalisten noemen ons monsters en moordenaars, straling is een scheldwoord geworden. Het oude kader sterft uit en er dienen zich zo weinig jonge technici aan dat we de eersten-de-besten moeten aannemen. Er onstaat een sfeer waarin nucleaire diefstal niet langer denkbeeldig is. Daarom is het goed dat de atoomminister de bewaking van de gesloten steden vorig jaar heeft verscherpt. En dat er een zorgvuldige inventarisatie van kernmateriaal heeft plaats gevonden.

Mark Hibbs wil weten welke dienst de inventarisatie uitvoerde, het blijkt Gosatomnadzor (voorheen: Gospromatomenergonadzor), een toezichthoudende instantie vergelijkbaar met de Amerikaanse NRC.

De lezing van Petrow was de juiste opmaat voor die van Alexander Makarenko van Minatom die het over de psychosociale problemen in de gesloten steden zal hebben. Hij 'onthult' dat niet alleen Minatom 10 gesloten steden beheert maar dat het ministerie van defensie er ook 25 bezit. De levensstandaard was er altijd veel hoger dan in de rest van de Sovjet-Unie en Makarenko geeft een uitputtende en tijdrovende beschrijving van het comfort dat de patriotten er genoten.

Voorbij! Voorbij, door de economische crisis, het einde van de koude oorlog en de desinformatie van de massamedia. Het budget van de steden is verkleind, soms worden lonen niet uitbetaald en gemiddeld ligt het salaris nu lager dan in de 'open' gebieden. Het voorkomen van geestesziekten neemt snel toe. De gesloten steden zijn een probleem geworden. Maar door adequate wetsaanpassing zal men dat wel de baas worden. Vragen?

Ja: geldt er een uitreisverbod voor wetenschappers uit de gesloten steden? Daar bemoei ik me niet mee, zegt Makarenko. Nee hoor, zegt men van de zijde van GSF, er werken hier veel onderzoekers uit de steden. Klaar. Gemeinsames Abendessen. Maar de Russen kruipen op elkaar want ze spreken geen Duits.

De volgende dag begint met een lezing over Ruslands positie in de komende onderhandelingen over verlenging van het NPV-verdrag en twee vervreemdende lezingen over de invloed van kernexplosies op flora en fauna van Nova-Zembla (de jacht deed er meer schade) en over het gevaar van nucleaire straling (dat risico kan nooit groot zijn want binnen de gesloten steden zijn bloedziekten en kanker zeldzamer dan daarbuiten, de doden van Tsjernobyl zijn vooral toe te schrijven aan de desinformatie van de massamedia die de mensen tot zelfmoord brachten).

Dan komt dr. Anatolij Abramov van Minatom een hartig woordje spreken over de plutoniumsmokkel, de aanleiding voor het symposium. Abramov kan en wil kort zijn: de Russische atoomindustrie viert deze zomer haar vijftigste verjaardag en tot drie jaar geleden heeft zich geen enkel geval van diefstal voorgedaan. In oktober 1992 werd voor het eerst een kilo natuurlijk uranium gestolen, waarvoor geen koper was. In de periode daarna zijn zo'n 20 pogingen tot diefstal ontdekt en verhinderd. Nooit betrof het daarbij materiaal van wapenkwaliteit, nooit werden kopers gevonden. Er bestaat geen atoommafia en geen zwarte markt voor splijtstof in Rusland. Het zijn de massamedia met hun verzinsels over gigantische plutoniumprijzen die de vraag kweken. Met 'red mercury' dat helemaal niet bestaat ging het net zo.

Over de geruchtmakende plutoniummonsters die vorig jaar in Duitsland zijn gevonden legt Abramov namens Minatom de volgende verklaring af. De 300 gram plutonium die in augustus op het vliegveld van München werd gevonden kwam volgens de IAEA helemaal niet uit Rusland en wat de eerste vondst in mei betreft (Tengen: 5,6 gram uiterst zuiver Pu-239): het geeft te denken dat men de Russen niet toestaat dat materiaal zelf te analyseren. Het kan niet uit Rusland komen want wij missen geen plutonium. De door Euratom gevonden isotopensamenstelling wijst eerder in de richting van Duitsland of Japan als bron. Die hele zogenaamde plutoniumsmokkel kent twee verklaringen: men wenst de Russische kernindustrie onder internationaal toezicht te plaatsen en hoopt te verhinderen dat Rusland zich met splijtstof en reactoren op de wereldmarkt begeeft.

Boosheid

De koude-oorlog-toon brengt de zaal tot boosheid. Maar de GSF-vertegenwoordiger sust de emoties: inmiddels zou al vast staan dat het inderdaad niet om wapenmateriaal ging en waarschijnlijk mogen de Russen ook zelf een monster analyseren. Forumdiscussie.

Mark Hibbs heeft van een Russische ingenieur begrepen dat de massabalans bij de opwerking van plutonium in Tsjeljabinsk of Krasnojarsk niet nauwkeuriger is dan 1 à 2 procent. Er zit dus een onzekerheid van 1 à 2 procent in de plutoniumboekhouding, het zogeheten 'material unaccounted for'. Gezien de omvang van de totale plutoniumproduktie zouden er dus wel eens honderden kilo's plutonium zoek kunnen zijn. Graag commentaar van Petrov. Hoe weet ik nou wat die ingenieur gezegd heeft, zegt Petrov. Soms verdwijnt er wel eens wat in de ventilatie.

Andere vraag. Produceert Rusland nog plutonium? Ja, moet Kaurov toegeven. Er zijn nog drie produktiereactoren in gebruik, twee bij Tomsk-7 en een in Krasnojarsk-26. We kunnen hun elektriciteit niet missen, de Amerikanen weten dat. Zijn de gesloten steden te bezoeken? Dat zal niet eenvoudig zijn, daarvoor moet een brief aan de atoomminister worden geschreven, men heeft slechte ervaringen opgedaan met Westerse journalisten. Wat gaat er met Tsjernobyl gebeuren? Kaurov: Tsjernobyl ligt niet in Rusland.