Hoogwaardige banen

TWEE VOORBEELDEN. Bij Shell verdwijnen het komende jaar twaalfhonderd van de vierduizend banen op de hoofdkantoren in Londen en Den Haag. Dat zijn banen van goed opgeleide, goed betaalde managers en technici. De sanering, die eind vorige maand werd aangekondigd, was volgens de directie noodzakelijk om de winstgevendheid van het Brits-Nederlandse concern te verhogen. Shell maakt allesbehalve verlies (behaalde vorig jaar zelfs een recordwinst), maar de concurrenten zijn winstgevender en de internationale markten zijn moordend.

Het grootste Europese industriële conglomeraat, Daimler Benz (waarin opgenomen Dasa en Fokker), heeft gisteren bekendgemaakt dat tot eind volgend jaar negentienduizend banen zullen verdwijnen, voornamelijk in Duitsland, terwijl de toekomstige banengroei van Daimler vooral zal plaatshebben in de opkomende Aziatische markten. Ook hier gaat het om banen van werknemers met uitstekende arbeidsvoorwaarden en een hoogwaardige scholing. Als redenen voor de reorganisatie noemde de directie de uitholling van de industriële concurrentiepositie van Duitsland door de keiharde D-mark en de forse loonsverhogingen die dit jaar zijn overeengekomen.

DE RAGE VAN bedrijfsafslanking, kostenbesparing en uitplaatsing van werkzaamheden die niet tot de 'kerntaken' van een onderneming behoren, beperkt zich niet langer tot de onderkant van laagwaardig, ongeschoold personeel. Het kader van hooggeschoolde werknemers, het management en de topstructuur zijn tegenwoordig eveneens het doelwit van reorganisaties. Soms is het hoog tijd om het management uit een zelfgenoegzame cultuur wakker te schudden en leidt een sanering tot een lang uitgestelde reanimatie van een bedrijf - zie de Operatie Centurion bij Philips. Met de maatschappelijke nadruk op hogere scholing ligt het ook voor de hand dat reorganisaties van ondernemingen steeds meer werknemers met een diploma treffen. Universitaire opleidingen bieden toch al geen garantie voor een hoogwaardige baan, zoals trouwens ook blijkt uit de werkloosheidsstatistieken van afgestudeerden in bepaalde studierichtingen.

Grote ondernemingen die op de wereldmarkt opereren, hebben een afnemende sentimentele binding met hun land van oorsprong. Bedrijfssaneringen zijn een kwestie van koele berekening over marktaandeel, winstgevendheid en concurrentiepositie. Dan gaat het om de hardheid van de munt, om de hoogte van de lasten- en premiedruk, om een vergelijking van de loonkosten. Nederland en Duitsland hebben in dit verband te maken met de keiharde gulden en D-mark, in Duitsland is zojuist een dure metaal-CAO overeengekomen. De inspanningen om met technologische vernieuwingen en door produktiviteitsverhoging de kosten te drukken worden hierdoor weer tenietgedaan.

Concurrerende lage-lonenlanden met een aanbod van gemotiveerde, hoog opgeleide werknemers liggen tegenwoordig binnen bereik; voor Duitsland zelfs aan de andere kant van de grens met Tsjechië en Polen. En anders wel in het Verre Oosten.

DE GEVOLGTREKKING is niet om reorganisaties tegen te houden of om de grenzen dicht te gooien - wat in het geval van multinationals geen enkele zin zou hebben - maar om een aantal maatschappelijke evidenties onder ogen te zien. Bevordering van werkgelegenheid is niet uitsluitend een kwestie van de onderkant van de arbeidsmarkt. Hoogwaardige werkgelegenheid is geen vanzelfsprekend alternatief voor de afkalving van laagwaardige arbeid. Scholing biedt niet automatisch een oplossing voor werkloosheid. De wig van de bruto-loonkosten is niet alleen van betekenis voor laag betaalde arbeid, maar evenzeer voor de midden- en hogere inkomens.

Met andere woorden: de concurrentiepositie van een land en de werkgelegenheid van hoog tot laag zijn gebaat bij een brede aanpak van arbeidskosten, scholingsniveau en aantrekkelijkheid van een nationale economie. Waarvan akte in Den Haag, graag.