Hoge lonen en dure mark kwellen industriële produktie; Daimlers 'vlucht uit Duitsland'

STUTTGART, 13 APRIL. “Deze onderneming staat als een huis. Mercedes-Benz, Dasa, en AEG. Allemaal zijn het leidende ondernemingen op hun terrein. De strategie van deze onderneming is juist. Daimler-Benz is het grootste en belangrijkste mobiliteitsconcern ter wereld. Wij beschikken over de technologie van de toekomst en wij hebben de ambitie om een echte internationale onderneming te worden.”

De allerlaatste keer dat hij de jaarcijfers van Duitslands grootste industrieconcern presenteerde koos Edzard Reuter, de 66-jarige chef van Daimler-Benz, aggressief voor de tegenaanval op zijn critici. Reuter, de man van de grote strategie, heeft vanaf 1987 vele miljarden geïnvesteerd in de verwerkelijking van zijn visie: de metamorfose van de succesvolle doch eenzijdige automobielfabrikant Mercedes-Benz tot Duitslands grootste industrieconglomeraat. Daimler begaf zich via een reeks van overnames op terreinen als defensie-industrie, elektrotechniek, micro-elektronica en vooral ook vliegtuigbouw en ruimtevaart.

Nu zijn afscheid nadert - op 25 mei staat hij zijn plaats af aan de huidige Dasa-topman Jürgen Schrempp - voelde hij zich geroepen nog een keer zijn beleid te verdedigen. De kritiek luidt dat hij eigenlijk alleen maar veel door Mercedes-Benz verdiend geld heeft uitgegeven om er een concern mee op te bouwen dat vooralsnog matig rendeert en dat over 1993 zelfs - heel ongewoon- een operationeel verlies moest verantwoorden.

Tot Reuters felste critici behoorde steeds het weekblad Der Spiegel. Deze week was het weer raak. Het blad voorspelt dat met de komst van Schrempp naar het hoofdkwartier in Stuttgart - door hem ooit omschreven als “bullshit castle” - een compleet nieuwe wind bij Daimler gaat waaien. Schrempp zou zich, aldus Der Spiegel, intensief met alle onderdelen van het concern gaan bemoeien. En de nadruk zou komen te liggen op “winst, winst en nog eens winst”. Elke dochteronderneming met aanhoudende slechte resultaten zou door Schrempp “zonder enige emotie” worden afgestoten. Alleen met de sanering van Dasa zou hij het nog even wat kalmer aan doen omdat hij anders “lijken tegenkomt die hij daar zelf heeft begraven”.

Er is voor de aanstaande Daimler-topman inderdaad nog veel werk aan de winkel. Twee van de vier Daimler-divisies - AEG (elektro- en railtechniek, dieselmotoren en micro-elektronica) en Schempps eigen aerospacedivisie Dasa - zijn al sinds jaren verliesgevend. Daimlers enige echte winstmaker is opnieuw Mercedes. Bij de autodivisie draait het nu weer een stuk beter - zelfs bij de vrachtwagens - na een wat mindere periode waardoor het hele concern in 1993 onmiddellijk met een operationeel verlies kwam te zitten.

Maar volgens Reuter is het concern “op de goede weg”, al zal er permanent sprake zijn van verandering. Afgelopen jaar passeerde Daimlers omzet voor het eerst de “magische” grens van 100 miljard mark en steeg de winst met circa 280 miljoen mark tot 895 miljoen mark. Volgens de sociaal-democraat en filosoof Reuter is de afgelopen jaren bij het concern door een reeks van ingrijpende reorganisaties de basis gelegd voor nieuwe winstgevendheid. In drie jaar tijd schrapt het concern maar liefst 70.000 arbeidsplaatsen. Dat afslankingsproces is nog niet ten einde, dit jaar moeten er nog 13.500 banen verdwijnen waarvan meer dan de helft bij zorgenkind Dasa, de moedermaatschappij van Fokker.

Hoewel de resultaten van Daimler in het eerste kwartaal van dit jaar volgens Reuter “in lijn ligt met de omzetstijging, vooral bij auto's en vrachtwagens”, is de scheidende Daimler-chef allerminst gerust over winstontwikkeling. “We hadden gedacht het resultaat dit jaar met een derde te verbeteren. Maar dat zal niet lukken. Zelfs de massieve winstverbetering die we voor 1996 hadden voorzien kunnen we wel vergeten.” Vooral de fors gedaalde dollarkoers en de door Duitse metaal-cao fors stijgende loonkosten (in twee jaar tijd zo'n 10 procent) hebben een streep door Daimlers positieve verwachtingen gehaald.

Met een dollar die zo rondom de 1,40 mark schommelt is, aldus Reuter, de pijngrens al overschreden. Hij gaf aan dat verdere rationalisaties onontkoombaar zijn en dat steeds meer produktie naar het buitenland zal verhuizen. Azië, waar Daimler vele miljarden zal investeren, is daarbij duidelijk een speerpunt. Dat past in Daimlers strategie om een global player te zijn. Steeds meer zal het concern voor activiteiten die in Duitsland geen bestaansrecht meer hebben, kiezen voor produktie elders. Ook zal Daimler, zowel voor auto's als vliegtuigen, steeds meer zoeken naar toeleveranciers in dollarlanden.

Een voorbeeld van de “vlucht uit Duitsland” was vorig jaar al het besluit de Swatch, het stadsautootje dat Mercedes samen met Zwitsers ontwikkelde, te gaan bouwen in het Franse Lotharingen. Vakbonden en ondernemingenraden beschouwden die beslissing al als een regelrechte aanval op “Standort Deutschland”. Maar het was volgens Daimler “in de Europese achtertuin” en bovendien liggen de produktiekosten er een dikke 20 procent lager.

Vooral de vliegtuig- en ruimtevaartdivisie Dasa, waaronder Fokker ressorteert, heeft te lijden van de lage dollar. Daarom wordt ook hier uitgekeken naar mogelijkheden van produktie elders. Samen met Chinese partners en het Zuidkoreaanse Samsung wordt momenteel een studie verricht naar een straalvliegtuig met 120 stoelen. De produktie ervan zou mogelijk deels in China kunnen plaatshebben.

Over de perspectieven van het door grote verliezen geteisterde Fokker blijven zowel Reuter als Schrempp optimistisch. Fokker is, in tegenstelling van wat Der Spiegel deze week opnieuw poneert, voor Dasa en Daimler zeker geen miskoop geweest, betoogden beide topmannen met nadruk. De Nederlandse vliegtuigbouwer zal de produktie van onderdelen wel “zoveel mogelijk” moeten uitbesteden. Reuter verwacht dat de opleving van de vraag naar regionale vliegtuigen “misschien in 1996 maar zeker in 1997” zal doorzetten. Hij verwacht dat Fokker, zelfs bij de huidige lage basisafzet van 40 tot 50 vliegtuigen per jaar, weer winst zal kunnen maken. Alleen wanneer dat precies zal zijn, gaf hij niet exact aan. Dasa heeft steeds volgehouden dat Fokker eind 1996 uit de verliezen is.

Nog steeds is er geen overeenstemming over de overdracht van de leasevliegtuigen die voor ruim een miljard gulden op Fokkers balans staan. Die overdracht, aan een nieuwe leasemaatschappij van Daimler-dochter Debis, zou begin mei rond zijn. Maar die planning wordt niet gehaald. Fokker-woordvoerders gaan er nu van uit dat die transactie, die Fokkers balanspositie aanmerkelijk moet verbeteren, nog voor 1 juli tot stand komt.

Daimler en Dasa overwegen op dit moment ook nog andere mogelijkheden om de uitgeholde financi'ele positie van Fokker te verbeteren. Er zijn verschillende opties. Een ervan is een nieuwe injectie van eigen vermogen met deelname van de Nederlandse staat als grootaanhouder.