Gobiwoestijn blijkt unieke vindplaats van dinosaurusfossielen

In Zuid-Mongolië is een ongekend rijke vindplaats van dinosaurusfossielen ontdekt, begraven in het zand van de Gobiwoestijn, zo hebben onderzoekers vorige week donderdag bekend gemaakt. Het is een van de rijkste fossiele vondsten van gewervelde dieren tot nog toe. Volgens Mongoolse en Amerikaanse paleontologen zijn sinds juli 1993 zo'n 400 fossiele skeletten aangetroffen uit het Trias, de Jura en het Krijt, 65 tot 248 miljoen jaar geleden. (Nature, 30 maart). Volgens Michael Novacek van het Amerikaanse Museum voor Natuurlijke Historie in New York hoopt men nog veel meer waardevolle fossielen te ontdekken in de Ukhaa Tolgod of 'Bruine Heuvels' in de Gobiwoestijn. Op de voornaamste ontdekplek (zo'n 4 vierkante kilometer) werden skeletten opgegraven van tal van vleesetende dinosaurussen (theropoden), naast ankylosauriërs en protoceratopsiërs. Op maar enkele vierkante meters lagen schedels, vaak met bijbehorende skeletten, van 187 zoogdieren en 216 hagedissen, een vondst die in één klap de opbrengst van tientallen jaren speurwerk in andere delen van de Gobiwoestijn evenaart. Op de meeste vindplaatsen van fossiele zoogdieren uit het Mesozoïcum zijn onderzoekers al blij met een paar tanden, maar bij Ukhaa Tolgod verwacht je op zijn minst een paar complete nesten op te graven.

Het is opmerkelijk hoe perfect deze fragiele skeletjes bewaard zijn gebleven. Vaak zitten bij de schedels ook de onderkaak en de gehoorbeentjes nog keurig op hun plaats. Ook zijn voor het eerst een skelet van de vogel Mononykus en nesten met theropoden-embryo's die nog in de versteende eieren zaten gevonden. De enorme verscheidenheid aan theropoden, zoogdieren en hagedissen is ongebruikelijk. Alles wijst erop dat de fossielen snel onder het zand begraven zijn, wellicht tijdens grote zandstormen. Dit in tegenstelling tot de meeste Amerikaanse fossiele vondsten tot nog toe, die gewoonlijk op de rivierbodem hebben gelegen. Opvallend is dat de skeletten uit de Gobiwoestijn niet of nauwelijks verweerd zijn en ook niet aangekloven door roofdieren of aaseters. Ze zijn omringd door zandstormdeposities en veel dieren liggen niet in 'rusthoudingen' maar in verkrampte poses, die wijzen op een doodsstrijd met het zand waaronder ze levend begraven werden. Kleinere dieren werden misschien in hun holen door het zand verrast. De zandlagen waarin de fossielen werden aangetroffen worden afgewisseld met grof grind en moddersedimenten, wat duidt op overstromingen die vermoedelijk hebben geholpen de fossielen beter te converseren.

Het leefgebied moet indertijd vrij droog geweest zijn, maar de aanwezigheid van zandduinen duidt niet noodzakelijkerwijs op een woestijnklimaat. Vermoedelijk was er sprake van een dynamisch milieu, met duinen, riviertjes, stroompjes en vijvers, afgewisseld met woestijnachtige stukken verkalkte bodem en oerbanken. In droge tijden trok het hier aanwezige water vermoedelijk veel dinosauriërs en andere gewervelde dieren uit de omgeving aan, maar veel valt daar niet van te zeggen.