Fruittelers

In W&O van 23 maart beschrijft Marion de Boo Wagenings epidemiologisch onderzoek naar de beïnvloeding van de vruchtbaarheid van fruittelers door bestrijdingsmiddelen. Een groep van 43 fruittelersgezinnen die tussen 1978 en 1990 werd gevolgd, bleek in die periode 85 kinderen te hebben gekregen. Over de hele linie waren er even veel zonen als dochters.

Dat was in tegenspraak met de resultaten van onderzoek dat geneticus dr. H. James van University College in Londen eerder uitvoerde. Bij gebruikers van het bestrijdingsmiddel dibroomchloorpropaan trof hij 'significant meer' dochters dan zonen aan.

Wat deden de Wageningers vervolgens? Zij verdeelden de periode van twaalf jaar tussen 1978 en 1990 in vier groepen van telkens drie jaar. In de laatste periode van drie jaar werden tweemaal zoveel meisjes als jongetjes geboren: 14 tegen 7. Ja, tekent De Boo uit de mond van een van de onderzoekers op, de waargenomen sekseverschuiving in de afgelopen drie jaar kan best op louter toeval berusten.

Dank me de koekoek! Hoe kan het ook anders als je twee groepen die niet van elkaar verschillen koste wat kost toch verschillend wilt maken?! Ik noem dat bierviltjesachterkantenstatistiek. De gevolgtrekkingen die je daaruit doet, horen in een serieuze krant zelfs niet geopperd te worden. Nog wat: in mijn familie en directe vriendenkring zijn er welgeteld 21 meisjes en 10 jongens geboren. Geen van allen fruittelers...