Estland: alleen de gezichten zijn nieuw

Een open economie, een snelle integratie in Europa, een voortzetting van radicale markthervormingen en een valuta die gekoppeld blijft aan de Duitse mark: er lijkt in Estland niet veel te veranderen nu daar een nieuwe regering is aangetreden en de jonge radicale hervormers van de bij de verkiezingen van maart verslagen ex-premier Mart Laar naar de oppositiebanken verhuizen.

Het kan haast niet anders, zei vorige week Edgar Savisaar, tot voor kort in de oppositie, nu vice-premier en minister van binnenlandse zaken in de nieuwe regering. “Het enige verschil tussen deze coalitie en een alternatieve is dat deze is gelukt en de andere niet. Het beleid in Estland blijft min of meer onveranderd, wat voor regering er ook aan de macht is. Tot op zekere hoogte zijn de handen van elke regering gebonden.”

De nieuwe regering is een coalitie van de Coalitiepartij/Boerenunie (KMÜ) van de nieuwe premier, Tiit Vähi, die in maart 41 van de 101 zetels in het Estse parlement veroverde, en Savisaars Centrumpartij, die zestien zetels bezit. Hun samengaan stemde Laar bitter: hij schilderde een doemscenario en sprak van een ruk naar links, omdat de KMÜ vol ex-communisten zit, die nu weer aan de macht komen en buitenlandse investeerders zullen afschrikken.

Het lijkt retoriek, want Vähi - in Sovjet-tijden directeur van een staatsbedrijf en in 1992 al acht maanden premier - kon daar echter tegen inbrengen dat Laar zelf in de twee jaar van zijn bewind het beleid heeft voortgezet dat hij, Vähi, als zijn voorganger had uitgezet. Onder Vähi immers werden in 1992 de meest dramatische stappen in de overgang naar een markteconomie gezet, van de introductie van de BTW tot fiscale aanpassingen - met een omvang van vijf procent van het BNP - die tot een sluitende begroting leidden: “In de eerste week nadat ik aantrad heb ik de prijzen en de buitenlandse handel geliberaliseerd. Vijf maanden later heb ik de kroon geïntroduceerd en het privatiseringsbureau opgericht. Als mijn tegenstanders dat links beleid noemen, weet ik niet hoe rechts beleid er uit ziet.”

De vorming van de nieuwe regering is niet helemaal rimpelloos verlopen, de smalle marges in de Estse politiek ten spijt. Aanvankelijk probeerde verkiezingsoverwinnaar Vähi tot een vergelijk te komen met de partij die na zijn KMÜ op de tweede plaats was beland: de Estse Hervormingspartij/Liberalen van Siim Kallas, tot voor kort directeur van de nationale bank en “de vader van de Estse kroon”. Deze twee partijen leken elkaars natuurlijke partners. Een coalitie met Savisaars Centrumpartij leek niet direct voor de hand te liggen wegens de nadruk die deze partij in de verkiezingscampagne had gelegd op de noodzaak van een beter sociaal vangnet voor de groepen die door het hervormingsbeleid de zwaarste klappen hebben gekregen.

Vähi en Kallas konden het echter niet eens worden over problemen als de bescherming van de Estse boeren tegen goedkope voedselimporten. De twee werden bovendien uit elkaar gespeeld door enkele handige politieke manoeuvres van Centrumleider Savisaar. Hij 'weekte' Kallas los uit het coalitieoverleg en even leek er uitzicht op een alternatieve coalitie van vier partijen, waaronder die van Kallas, Savisaar en Laar, met Vähi's KMÜ in de oppositie. Maar dit alternatief kwam niet van de grond en op 31 maart bereikten Vähi en Savisaar een coalitie-akkoord en stonden Kallas en Laar buitenspel.

De coalitie-afspraken voorzien in voortzetting van het economische beleid (inclusief een evenwichtige begroting, handhaving van de huidige belastingdruk en een aan de mark gekoppelde kroon), een verdere integratie van Estland in EU, WEU en NAVO, en betere relaties met Rusland (hoewel Vähi in het grensconflict met de oosterbuur niets wil toegeven). Een cruciaal punt wordt de sociale zekerheid. De economie groeit - het BNP nam vorig jaar toe met vier procent, de produktie met zeven, de buitenlandse handel met 71 en de buitenlandse investeringen met honderd procent - maar de sociale prijs van de hervormingen is hoog. Die prijs wordt betaald in de vorm van verpaupering (vooral van bejaarden, boeren en plattelanders in het algemeen), een daling van de geboorten- en een stijging van de sterftecijfers en grote regionale welvaartsverschillen. Savisaars Centrumpartij heeft haar derde plaats bij de verkiezingen van maart te danken aan haar nadruk op een beter sociaal vangnet - dat Estland zich economisch echter niet lijkt te kunnen veroorloven. Zelfs ministers verdienen in Estland per maand maar, omgerekend, vierhonderd dollar.