Doelmansverdriet maakt NEC kwetsbaar

NIJMEGEN, 13 APRIL. Nooit krijgt de doelman van NEC aandacht. Nooit wordt hij eens uitgebreid gecomplimenteerd met zijn schitterende reddingen, met zijn fraaie zweefduiken en zijn katachtige reacties. Maar nu hij tweemaal achtereen een doorslaggevende fout heeft gemaakt, staat hij ineens volop in de belangstelling. Wilfried Brookhuis, 33 jaar en al jaren een van de kleinste en stijlvolste keepers van het Nederlandse profvoetbal wilde het niet begrijpen. Dat doelmansverdriet nieuwswaarde heeft.

Geen rol is zo eenzaam als die van de doelman. De sluitpost kan talloze onhoudbare schoten keren, hij kan een bron van rust en vertrouwen voor zijn team zijn, maar zodra hij een bal uit zijn handen laat vallen, dreigt een nederlaag. Dan twijfelt iedereen ineens aan zijn kwaliteiten, dan is hij ineens te oud, te onervaren, dan heeft men het altijd al geweten, dan krijgt hij en niemand anders de schuld van de nederlaag. Dan wordt er geroepen om een extra training of nog erger: om een vervanger.

Trainers mogen tactische miskleunen maken, veldspelers mogen de kantjes er vanaf lopen en hun technische tekortkomingen etaleren, spitsen mogen kansen missen, maar een doelman dient perfect te zijn. Dat zei Brookhuis na afloop van NEC-Feyenoord (0-1) niet, dat wilde hij niet zeggen, dat zeggen keepers niet, maar dat dacht Brookhuis wel. Hij kroop liever in elkaar van schaamte toen hij na afloop de trainer hoorde zeggen dat de hele tactische bespreking voor niets was geweest door zijn fout en dat het hele elftal het zelfvertrouwen verloor door zijn fout. Hij ging het liefst zo snel mogelijk naar huis om daar met deuren te smijten en vervolgens in bed naast zijn vrouw uit te huilen.

Het afgelopen weekeinde liet Brookhuis in Dordrecht één keer de bal even los, waardoor de Dordtenaar Wouden de bal tussen zijn handen kon weghalen en in het doel kon trappen. Bijna niemand steunde doelman te hulp bij zijn protesten. Hij had de bal toch zeker vast gehad! Maar liever nog scholden zijn medespelers en trainer hem uit voor zijn fout. Zij hadden wel goed gespeeld en door die fout hadden ze verloren.

Gisteravond liet Brookhuis de bal uit een keiharde vrije trap van Witschge van zijn borst stuiten. Obiku was snel ter plekke en legde de bal in het doel. Binnen zes minuten stond NEC met 1-0 achter tegen Feyenoord. “Je zag de koppies gaan hangen”, zei trainer Van Kooten na afloop. Dit keer hield hij zich wijselijk in. Hij wenste zijn doelman niet verder te kwetsen. Dat zouden anderen wel doen, wist hij. Misschien de spelers, dacht hij, maar zeker het publiek dat bij de geringste aarzeling van Brookhuis al honend was gaan gniffelen en fluiten en natuurlijk de pers die een neus heeft voor dergelijke fouten.

Zou Brookhuis misschien psychische problemen hebben? Zou hij problemen thuis hebben? Was hij misschien geblesseerd en wilde hij dat niet toegeven? Had hij een conflict over zijn contract? Had hij zijn speciale handschoenen wel bevochtigd? Was hij wel goed bij zijn hoofd? Zat die fout in Dordrecht hem nog dwars? Had hij pijn in zijn hoofd? Alsof Brookhuis zojuist een ongelooflijke blunder had gemaakt, zo werden de vragen op hem afgeschoten. Hij zou er echt zijn zelfvertrouwen door gaan verliezen. Nog even en hij zou echt aan zichzelf gaan twijfelen, hij zou echt geloven dat hij een grote blunder had gemaakt. Kleine foutjes hebben soms grote gevolgen, weet hij.

Zo'n fout was het ook weer niet van Brookhuis. Niet de doelman van NEC is kwetsbaar, maar de veldspelers. Wie zich zo uit het veld laat slaan door een fout van de doelman in de zesde minuut heeft weinig zelfvertrouwen. Goed, het is anders voetballen bij een 0-0 stand dan bij een 1-0 achterstand. Maar fouten horen bij voetbal, zoals missers van spitsen, slechte passes van middenvelders en dekkingsfouten van verdedigers. Daar moet mee te leven zijn.

Maar voor NEC dreigt degradatie, dat maakt de ploeg kwetsbaar en onzeker. Wanneer de ploeg dan ook nog tweemaal ongelukkig met 1-0 verliest van respectievelijk Dordrecht en Feyenoord, gaat ze onvermijdelijk op zoek naar de schuldige. Zonder de schuldvraag kan geen trainer leven. Zonder een schuldige gevonden te hebben, worden problemen kennelijk niet opgelost. Dus is het gemakkelijk Brookhuis te overladen met verwijten, dan kan de rest van de betrokkenen rustig zijn benen strekken: crisis, what crisis?

Feyenoord lachte om de vertwijfeling in de NEC-ploeg. Eindelijk konden de grimmige voetballers uit Rotterdam een beetje lachen. Ze hoefden na de fortuinlijk verworven voorsprong weinig meer te doen dan verdedigen en te hopen op een counter - als de aanvallers daar tenminste zin in hadden. Feyenoord trok zich in zijn lamlendigheid terug voor het doel van De Goey en bezag hoe de NEC-aanvallers vergeefs een gaatje probeerden te vinden in de verdedigingsmuur.

NEC kreeg eigenlijk geen kansen. Verdediger Verhoeven werd een keer grof met de schouder in het strafschopgebied omver gegooid en kreeg geen strafschop van scheidsrechter Reygwart. En uitblinker Crüden kreeg natuurlijk ook geen strafschop toen hij zich tussen Witschge en Van Gobbel door probeerde te wurmen en ging liggen. Het was triest en koud in De Goffert voor de twaalfduizend toeschouwers.

NEC hoopt in de komende zes wedstrijden het degradatiegevaar af te wenden. Vier van de duels speelt ze thuis (tegen Sparta, Groningen, Heerenveen en NAC), twee uit (tegen concurrent Go Ahead en tegen Willem II). De Nijmeegse club wil zijn verblijf in de eredivisie na één jaar natuurlijk continueren. Want zo slecht speelt het eerste team niet. En zo slecht is die doelman ook weer niet. Wilfried Brookhuis keept niet als een stijve hark, hij geeft kleur aan de rol van doelman. Helaas, maken stijlvolle keepers weleens een foutje en stijve harken nooit.