Afgezaagd

Sinds 1993 ben ik als outsider via Diergaarde Blijdorp betrokken bij onder meer fokprogramma's voor bedreigde diersoorten en natuurbeschermingsprojecten in Nepal via de King Mahendra Trust en in Tanzania via de George Adamson Trust, waarbij ook neushoorns een belangrijke rol spelen.

Artikelen in diverse bladen lezend stijgt mijn verbazing bij de gedachte dat de mens zou moeten terugkeren in de nationale parken en reservaten, de laatste circa 3% van deze wereld, die nog aan de natuur is gelaten.

Dit lijkt ecologisch correct want de mens was steeds onderdeel van diezelfde natuur, maar het is diezelfde mens die, primair door overbevolking en de gevolgen daarvan, vaak zeer kwetsbare gebieden ernstig heeft beschadigd.

Door een toenemende bevolking is Nepal vrijwel geheel ontbost ten behoeve van brandhout. Laat de mensen de vrije hand in de parken e.d., dan is het laatste restant ook snel weg, dus ook de dieren! En wat dan?

De oplossing is eerder herbebossing, aanvoeren van andere energievormen en creatie van alternatieve energiebronnen terplekke, zoals elektriciteit uit zon, water en wellicht wind.

De Afrikaanse savanne is een uiterst kwetsbaar biotoop waarin de al dan niet nomadische mens als jager en als veehoeder thuis hoorde, maar wel in beperkte aantallen. Ook hier is bevolkingsgroei de verstorende factor geweest voor het natuurlijk evenwicht, maar hoe moeilijk de situatie in Nepal mag zijn, voor de Afrikaanse Savanne ligt dat nog veel moeilijker.

Mede door klimatologische omstandigheden leidt overbegrazing onherroepelijk tot woestijnvorming, terwijl landbouw slechts beperkt mogelijk is, daar anders het grondwaterpeil te ver zakt met eveneens woestijnvorming als gevolg.

Het openstellen van nationale parken en reservaten voor veehoeders is ook hier dus geen oplossing, terwijl beperkte openstelling op zich kan, maar arbitraire situaties oproept: wie mag er wel in, wie niet?

In de omgeving van nationale parken en reservaten kan, via gerichte educatie, werkgelegenheid geschapen worden in het ecotourisme, parkbeheer en zeker ook toezicht en bewaking. Door de lage lonen kan op die manier met weinig geld relatief veel nuttige werkgelegenheid ontstaan.

Gezien de geringe hoeveelheid resterende natuur op deze wereld kan de mens die natuur toch niet meer als een serieuze concurrentie zien en moet het toch mogelijk zijn om de resterende 3% van de wereld als natuurgebied in stand te houden.