Werkloze is al afgebrand voor hij werk vindt

De arbeidsbureaus liggen terecht onder vuur vindt Bart Voorzanger, werkloos. In plaats van vruchteloze sollicitatietrainingen kunnen zij beter een goed overzicht bieden van het Nederlandse arbeidspotentieel. Daar hebben werkgevers ook wat aan.

In Through the Looking-glass holt Alice een eindje op met de rode koningin, maar tot haar verbazing merkt ze dat ze nauwelijks van hun plaats komen:

“Nou, in ons land”, zei Alice, nog steeds een beetje hijgend, “kom je meestal ergens anders, als je, zoals wij nu, lang hard holt.”

“Wat een raar traag land!”, zei de koningin. “Hier hol je zo hard als je kunt om op dezelfde plek te blijven, begrijp je. Als je ergens anders heen wilt moet je nog wel twee keer zo had lopen!”

Sinds kort weet ik waar Alice door die spiegel terechtkwam. Ze werd werkloos en kwam onder de hoede van een consulent van de arbeidsvoorziening, voorheen het arbeidsbureau.

Over dat arbeidsbureau wordt weer eens touw getrokken. Het kabinet wil dat het vooral moeilijk plaatsbare en kansarme werkzoekenden aan een baan probeert te helpen. De betrokkenen, onder wie werkgevers- en werknemersorganisaties, zien liever dat ook anderen worden bemiddeld. Zoals wel vaker met dit soort controverses, hoef je het een niet te laten om het ander te doen. Zeker wanneer het arbeidsbureau wat andere activiteiten afstoot kan het zijn volle energie steken in bemiddeling voor alle werklozen. En als dat gebeurt krijgen moeilijk plaatsbaren ook weer uitzicht op werk. Maar eerst iets over die andere activiteiten.

Het arbeidsbureau heeft een lange traditie van hulp aan werklozen. Die begon met sollicitatieclubs waar je een nette en effectieve brief leert schrijven. Vervolgens ging men 'open sollicitaties' propageren. Op dit moment is 'netwerken' het toverwoord. Ik ben nú al benieuwd wat men hierna zal bedenken. Men dweilt niet alleen met de kraan open, men dweilt vooral ook in cirkels.

Als u en ik werkloos zijn - ik ben het, maar moge het u bespaard blijven - en ik krijg hulp bij het schrijven van brieven dan neemt mijn kans om vóór u aan het werk te komen toe. Maar als wij beiden diezelfde hulp krijgen dan verdwijnt dat effect weer. En als alle werklozen die hulp krijgen dan is het netto-effect voor iedereen negatief. Op elke vacature wordt door veel meer mensen geschreven. Hun brieven gaan veel meer op elkaar lijken. Een selectie van geschikte kandidaten wordt tijdrovender dus duurder, en dat geldt voor de rest van de procedure ook. Denk alleen al aan al die met zorg gemotiveerde afwijzingen die een nette werkgever zou willen sturen.

Eind jaren zeventig was ik ook even werkloos. Als ik toen veertig of vijftig medesollicitanten had, vond ik dat veel. Nu kijk ik van vijfhonderd niet meer op. Het record ligt op 1.250. Werving via publieke advertenties wordt bij zulke aantallen zó lastig, dat werkgevers meer en meer voor andere wegen kiezen om aan nieuwe medewerkers te komen.

Voor zo'n gat laten werklozenbegeleiders zich niet vangen. Ze gaan u en mij leren uw diensten aan potentiële werkgevers aan te bieden vóór er duidelijke vacatures zijn - 'open sollicitaties' heet dat. Maar, opnieuw, als iedereen diezelfde hulp krijgt verdwijnt het effect. Wel zijn er dan allerlei werkgevers bijgekomen die brieven van u en mij in een mapje hebben. En als dan iedere werkloze zo'n open-sollicitatiecursus heeft gevolgd, worden die mapjes verhuisdozen waar geen werkgever meer in kijkt.

Ooit kreeg ik als reactie op een open sollicitatie nog wel eens een blij verrast telefoontje. Nu krijg ik alleen nog een standaardbrief met de mededeling dat men mijn schrijven nog enige tijd 'in portefeuille' zal houden. Daarna wordt het stil. Maar ook dat schrikt de werklozenbegeleiders niet af.

U en mij wordt geleerd niet alleen te solliciteren en open te solliciteren, maar ook nog om persoonlijker met allerlei mensen contact te leggen, te gaan praten, informatie te verzamelen, ons gezicht te laten zien, en ons zo mogelijk bij weer anderen te laten introduceren om ook daar eens te gaan praten... - dàt heet netwerken. Als wij beiden diezelfde hulp krijgen dan verdwijnt ook dat effect weer. Wel zijn we intussen druk bezig geweest, en hebben we heel wat mensen van hun werk gehouden.

Als straks iedere werkloze een cursus netwerken heeft gedaan dan hebben vrijwel alle werkgevers hun agenda een poosje vol gehad met mensen die eens kwamen kennismaken, die zo benieuwd waren wat er bij hun bedrijf zoal gebeurde, en die dat met zoveel enthousiasme brachten dat het moeilijk was om nee te zeggen. Nou, dat leren ze dan wel - nee zeggen. Het saldo van dat alles zal wederom nihil zijn. Door de inspanningen van de consulenten van het arbeidsbureau moet je steeds harder werken om de arbeidsmarkt te bereiken. En dat zònder dat het aantal werklozen afneemt.

Het werklozenbeleid verslaat uiteindelijk zichzelf: als het voor iedereeen werkt, werkt het niet meer. Maar het kost bergen geld en energie die misschien beter in het scheppen van zinvol werk kunnen worden gestoken. Zulk beleid is uit bestuurlijk oogpunt een onding, maar ook uit andere gezichtspunten is er reden voor bezorgdheid.

Werklozen zijn potentiële werknemers, en als ik werkgever was zou ik het erg prettig vinden als die werknemers op het moment dat ik ze nodig heb geestelijk en lichamelijk in een goede conditie verkeren. Maar het werklozenbeleid vergt van werklozen het uiterste: als die niet alles op alles zetten hebben ze het aan zichzelf te wijten als ze werkloos blijven. Als alle werklozen zich dat 'inzicht' eigen maken en er naar handelen zijn de meesten afgebrand voor ze een baan vinden. Het is beleid dat juist mensen die geen werk hebben een arbeidsethos oplegt dat jaren achter ons leek. Terwijl werklozen er alle belang bij hebben om werk te leren relativeren: het is aardig om een baan te hebben, maar daarzonder valt ook heel wel een poos lang te leven.

Het is beleid, bovendien, dat de werkloze dwingt zichzelf te zien als een produkt dat met verve verkocht moet worden. Elke twijfel, elke bescheidenheid, is uit den boze. Zoveel overtuigingskracht is nauwelijks op te brengen als je niet zelf ook gelooft dat je het beste te bieden hebt. Maar bij wie dat echt gelooft komt elke afwijzing harder aan ... tot er iets knapt. En hoe gezond zou het zijn jezelf vooral als een produkt te zien?

Het is beleid ook dat er steeds meer toe zal leiden dat je alleen nog via via aan werk komt. Het werkt vriendjespolitiek en nepotisme in de hand. Moet ik nu alvast sparen om straks voor mijn zoon, die nu drie is, een baan te kunnen kopen? Bij ongewijzigd beleid zou mij dat niet verbazen.

Het is beleid, ten slotte, dat niet het gebrek aan werk maar de werkloze tot probleem maakt. En elke poging om werklozen te 'stimuleren' draagt bij aan die misleidende diagnose. Het doet mij sterk denken aan wonderdokters die zieken aanpraten dat hun ziekte hun eigen keuze is, en niet iets dat hun overkomt. Dat ze anders moet gaan leven en vooral ook anders moet gaan denken en dat dan alles weer goed komt. Zo wordt ook werklozen aangepraat dat hun werkloosheid tussen hun oren zit. Ze moeten positiever gaan denken, zich zekerder gaan voelen, dan komt het allemaal dik in orde. En het erge is dat, anders dan in de gezondheidszorg, de orenmafia hier het beleid bepaalt.

En als het nu niet anders kòn, maar zo ligt het niet. Het zou wel degelijk anders kunnen. Elk arbeidsbureau heeft een gegevensbestand vol werkzoekenden en die bestanden vallen met weinig moeite landelijk te koppelen: een vrijwel compleet overzicht van ons arbeidspotentieel dat snel completer zou worden als werklozen zonder uitkering ook het gevoel hadden dat het zin had naar het arbeidsbureau te gaan.

Stel je eens voor dat elke werkgever die een werkkracht zoekt een briefje naar het arbeidsbureau stuurt met zijn eisen en wensen. Daar kan men dan een voorselectie maken en een aantal geschikte kandidaten kunnen voordragen. Het zou werkgevers een berg werk schelen, en het zou het arbeidsbureau de mogelijkheid geven ook eens apart te letten op hoe lang iemand al werkloos is. Niemand zou langer werkloos hoeven zijn dan gegeven het gebrek aan werk soms onvermijdelijk is. Vacatures zouden veel sneller vervuld worden dan nu, wie weet zelfs met geschiktere kandidaten, en voor een fractie van de prijs en de inspanning.

Alleen: je moet dan als werkgever wel heel zeker weten dat men iemand voor je zoekt die echt geschikt is. Als dat een moeilijk bemiddelbare kandidaat is omdat hij of zij op vrijwel geen enkele andere vacature past, is dat mooi meegenomen. Pas dan levert het arbeidsbureau een service die zowel voor werkgevers als voor werklozen een uitkomst is. Ik kan mij daar nu al op verheugen.