V-raad belooft landen zonder kernwapens hulp

NEW YORK, 12 APRIL. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft gisteren in een resolutie landen die geen kernwapens bezitten, hulp toegezegd bij een nucleaire aanval of dreiging.

De resolutie, ingediend door de vijf permanente leden van de raad - de Verenigde Staten, Rusland, China, Frankrijk en Groot-Brittannië, - kreeg de unanieme steun van de tien niet-permanente leden. Van een belofte tot militaire assistentie is echter geen sprake, omdat de grote landen niet op voorhand kunnen zeggen hoe zij handelen in onvoorziene omstandigheden.

De resolutie is in algemene termen gesteld en vermeldt dat de Veiligheidsraad “onmiddellijk zal handelen overeenkomstig de relevante bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties”. De raad zal “gepaste maatregelen” nemen om een eventueel conflict op te lossen en de internationale vrede en veiligheid te herstellen. Gesproken wordt van “technische, medische, wetenschappelijke of humanitaire assistentie”.

De resolutie is vooral bedoeld om tegemoet te komen aan de bezwaren van verscheidene niet-gebonden landen, die zich keren tegen het monopolie van de grootmachten op kernwapens. Volgende week maandag begint in New York een vier weken durende een VN-conferentie over de verlenging van het uit 1970 stammende Non-proliferatieverdrag (NPV) tegen de verspreiding van kernwapens.

De vijf permanente leden van de Veiligheidsraad, de officiële nucleaire grootmachten, streven naar een onbepaalde en onvoorwaardelijke verlenging van het nu aflopende verdrag, waarbij 175 landen zijn aangesloten. Hiervoor is een meerderheid van 88 landen voldoende. Volgens het verdrag mogen niet-nucleaire landen geen kernwapens aanschaffen, maar krijgen ze wel de voordelen van het vreedzaam gebruik van nucleaire energie. De nucleaire grootmachten op hun beurt beloven geen kernwapens aan anderen over te dragen en onderhandelingen op touw te zetten, die gericht zijn op nucleaire en algehele ontwapening.

Een aantal niet-gebonden landen wil alleen een beperkte verlenging van het verdrag, onder meer omdat zij zich kwetsbaar voelen tegenover het “monopolie” van de grootmachten. Zij menen ook dat de grote landen hun belofte om naar ontwapening te streven, niet nakomen.

Veel van die landen klaagden gisteren dat de toezeggingen in de resolutie vaag zijn en “niet wettelijk bindend”. De Egyptische VN-ambassadeur Nabil Elaraby meende dat de tekst “zowel in vorm als inhoud onvoldoende was”. De Indonesische VN-gezant Nugroho Wisnumurti zei dat de resolutie “tekort schiet in het erkennen van het recht van niet-nucleaire staten op onvoorwaardelijke veiligheidsgaranties in een internationale overeenkomst”. Maar net als vijf andere niet-gebonden landen in de Veiligheidsraad - Botswana, Honduras, Nigeria, Oman en Rwanda - stemde Indonesië toch voor de resolutie omdat het die als een “eerste stap” op weg naar een wettelijk bindend document beschouwt. (Reuter, AP)