Uw uitgave is prikkelend geïllustreerd

Op afbeelding 1 zien wij de zogenaamde Aphrodite Anadyomene, de 'opduikende'. Dit doet zij naakt zoals men ziet. Zij wordt immers geboren, plusminus, uit zonnegloren en een zucht van de ziedende zee. Er zit schuim in de naam van de Griekse godin van de liefde.

Het plaatje is afkomstig uit het boek Helleense Mythos van mevrouw S.J. Suys-Reitsma. Het werd in 1951 uitgegeven bij H.J. Paris, Amsterdam. Het boek, bedoeld voor gebruik op gymnasia en lycea, is geïllustreerd door 'een hedendaags kunstenaar, de heer Piet Klaasse, die geïnspireerd door het oude verhaal zijn moderne visie geeft'. Dat schrijft mevrouw Suys-Reitsma in haar woord vooraf. 'Mogen zijn tekeningen', zo wenst zij, 'een welkome ogensteun voor het geheugen bieden.'

Ja, dat moet het geweest zijn waar ik als negen- of tienjarige op uit was: ogensteun. Ik had het boek gevonden in de studeerkamer van mijn vader. Die er als leraar geschiedenis aan een HBS uit placht voor te lezen; maar daar wist ik niks van. Ik zou nu niet meer kunnen zeggen of ik het boek bij toeval of met doelgerichte speurzin vond. Ik wist hoe dan ook van niets, toen. Wat de Engelsen zo fraai de facts of life noemen, dat was een gesloten boek voor mij.

De godin van Piet Klaasse maakte een verpletterende indruk op me. Zij moet mijn eerste naakte vrouw geweest zijn. In Gesloten huis heb ik beschreven hoe ik de tekening overtrok, met potlood. En hoe mijn vader daar op de een of andere manier achter kwam. En mij met inachtneming van de destijds monumentale zwijgzaamheid op seksueel en erotisch gebied plechtig iets heeft gezegd dat ik voor altijd vergeten ben; iets namelijk dat ik al niet begreep.

Het aardige van namen noemen - zoals in dit geval die van schrijfster en boek - is dat lezers soms reageren. Zo stuurde een dame me in fotokopie een sterk verwante Aphrodite van dezelfde Piet Klaasse, maar dan aangekleed. Dat was het plaatje dat in haar Helleense Mythos had gestaan (zie afbeelding 2). Later kreeg ik ook nog een brief van een heer die enige tijd gewerkt had bij of in de nabijheid van uitgeverij Paris. Hij herinnerde zich dat men in die preutse jaren vijftig een beetje beducht was geweest voor het werk van de Montessorileraar tekenen Klaasse.

Terwijl ik zijn brief las, deed zich plotseling een duizelingwekkende mogelijkheid aan mij voor. Ik zag voor me, met grote duidelijkheid, hoe mijn vader het er, na de consternerende ontdekking van de uitwerking van de godin op zijn zoon, niet bij liet zitten, maar vastberaden zijn vulpen open schroefde en een brief schreef aan uitgeverij Paris. Dat hij grote waardering had voor 'uw uitgave die ik zelf bij mijn lessen oude geschiedenis pleeg te gebruiken', maar dat het boek naar hij zich 'gedwongen had gezien te constateren' wel erg 'vrijmoedig om niet te zeggen prikkelend geïllustreerd' was.

Dat stelde ik me dus voor; niet met tevredenheid. Want in dat geval was ik zelf de oorzaak geweest van de aangekleedheid van de godin in de latere drukken. Mede de oorzaak. Liefst zou ik het helemaal in mijn eentje veroorzaakt hebben, natuurlijk. Maar zoveel invloed wil ik mijn vader niet toeschrijven. Er moeten meer van zulke lezers en kijkers geweest zijn.

Lang geleden, dit alles, en zo goed als ongelofelijk geworden. Het eiland van de beeldloze cultuur, zuilen die stevig stonden. In Gesloten huis is ook een hoofdstuk gewijd aan wat ik voor mijzelf 'oud huishouden' pleeg te noemen. Het gaat daar onder andere over allerlei schoonmaaktips en wetenswaardigheden op het gebied van onderhoud en reparatie, tips die tientallen jaren lang onvermoeibaar in omloop geweest moeten zijn. In huis-aan-huis kranten, in dagbladen, in damesbladen. Tips die mijn vader - geheimzinnig genoeg mijn vader - gealfabetiseerd op trefwoord had ingeplakt in een groen schrift.

Een van die tips heeft naar ik intussen begrepen heb een klein spoor van verwoestingen getrokken. Mensen krijgen graag tips. De tip betreft het reinigen van suède en luidt: Peau de suède laat zich heerlijk reinigen met een doorgesneden rauwe aardappel. Vermoedelijk is er iets in de gedecideerdheid van de tipstijl zelf dat tot bijna religieuze volgzaamheid oproept.

Het is waar dat ik die prachtige zinsnede geciteerd of misschien ook wel enigermate zelf geschreven heb, dat weet ik niet meer. Maar het heeft, lezers en lezeressen, hoe dan ook nooit in mijn bedoeling gelegen om een huishoudelijk vademecum bij te leveren. Misschien dat ik in de volgende druk een cursieve waarschuwing laat opnemen: auteur en uitgever wijzen elke aansprakelijkheid voor schade, welke mogelijkerwijs is voortgevloeid uit het opvolgen van de in deze roman geciteerde huishoudelijke voorschriften, nadrukkelijk van de hand.

Alleen die ene tip, waarvan ik met zoveel woorden de bruikbaarheid heb bevestigd, daar sta ik persoonlijk voor in. Die van het papje, vervaardigd van sigareas en olie (sla of olijf). Met behulp waarvan kringen in houten tafelbladen verwijderd kunnen worden. Dat is gewoon zo. Maar dat is dan ook de enige tip die niet afkomstig is uit het vlekkenschrift van mijn vader! Voor de rest is iedereen verantwoordelijk voor zijn of haar eigen huiveringwekkende huishoudelijke experimenten.