Universiteiten: 150 miljoen nodig voor cultuurschatten

DEN HAAG, 12 APRIL. De vier 'klassieke' universiteiten in Amsterdam, Utrecht, Leiden en Groningen willen ter bescherming van hun universitaire collecties en gebouwen van staatssecretaris Nuis (cultuur en hoger onderwijs) een eenmalige bijdrage van ruim 123 miljoen gulden en een jaarlijkse subsidie van 20 miljoen gulden.

De vier universiteiten zeggen wegens de vele bezuinigingen op het hoger onderwijs voor veel van hun soms internationaal vermaarde herbaria, oude boekencollecties, prentenkabinetten, instrumentenverzamelingen en monumenten geen geld meer te hebben.

De vier universiteiten hebben Nuis vanmiddag een gezamenlijk 'reddingsplan' overhandigd waarin in totaal 26 'cultuurschatten' worden beschreven en een berekening wordt gemaakt van de kosten van het achterstallig onderhoud. Het gaat om een eenmalige bijdrage van ruim 38 miljoen gulden voor historische panden en van 84 miljoen voor het beheer en huisvesting van bedreigde collecties. Voor de 'normale exploitatie' van de cultuurschatten denken de universiteiten jaarlijks 20 miljoen extra nodig te hebben. Het belang van de collecties is dat ze de neerslag vormen van wetenschappelijk werk uit het verleden en vaak ook een rol spelen in het lopende wetenschappelijk onderzoek. De vier grootste en oudste universiteiten hebben gezamenlijk actie ondernomen omdat zij zich niet langer financieel in staat achten hun in de loop der eeuwen verzamelde cultureel historisch erfgoed naar behoren te beheren. Het financieringssysteem van de overheid houdt geen rekening met de extra kosten die dit beheer vergt.

In een eerste reactie op het plan zei staatssecretaris Nuis vanmiddag dat niet alle universitaire collecties van algemeen belang zijn. Hij vroeg zich af of het niet zinvol zou zijn collecties samen te voegen, ter verhoging van “de kwaliteit ervan voor publiek en wetenschap”. Over geld liet Nuis zich niet uit. Wel zei hij dat de rijksoverheid al “een belangrijke bijdrage levert aan het behoud van de universitaire collecties”. Hij verwees daarbij naar het bedrag van tweeëneenhalf miljoen dat sinds 1991 via het Deltaplan voor het Cultuurbehoud aan universiteiten is uitgekeerd.

Het gaat in het reddingsplan onder meer om het Groningse anatomische museum, de handschriftenverzameling van de Leidse Universiteitsbibliotheek, de boekencollectie van de Leidse vakgroep Sinologie, het Utrechtse universiteitsmuseum, de Utrechtse hortus botanicus en het Amsterdamse Allard Pierson Museum. De verzamelingen die worden bedreigd, variëren van een collectie van honderd wiskundige gips- en draadmodellen in Groningen tot het internationaal vermaarde Leidse Rijksherbarium met in totaal 4 miljoen planten en schimmels.

In het reddingsplan is ook een lijst opgenomen met zo'n honderd historische panden van de vier universiteiten die in hun onderhoud bedreigd worden door geldgebrek.