President Wit-Rusland in oorlog met parlement

In Wit-Rusland is het sluimerende conflict tussen president Aleksandr Loekasjenko en het parlement tot volle uitbarsting gekomen: parlementariërs zijn in hongerstaking gegaan en ze zijn met politiegeweld uit het parlementsgebouw gezet, en Loekasjenko heeft met geweld gedreigd als hij zijn zin niet krijgt.

Loekasjenko, vorig jaar met tachtig procent van de stemmen als president gekozen op een programma van corruptiebestrijding en nauwere samenwerking met Rusland, gooide eind maart de knuppel in het hoenderhok met een verzoek aan het parlement, zichzelf te ontbinden en in te stemmen met een referendum dat op 14 mei zou moeten worden gehouden. In dat referendum zou de bevolking van Wit-Rusland antwoord moeten geven op drie (inmiddels vier) vragen over een nauwere economische integratie met Rusland, de invoering van het Russisch als tweede staatstaal naast het door slechts weinigen beheerste Wit-Russisch, de invoering van Sovjet-achtige staatssymbolen in plaats van de ridder te paard die het Wit-Russische wapen siert, en een uitbreiding van de bevoegdheden van de president. Die zou, aldus Loekasjenko's voorstel, het parlement naar huis moeten kunnen sturen als hij vindt dat het de grondwet schendt.

Het parlement reageerde negatief op het voorstel van de president. Voorzitter Mjetsjislav Gryb vond het “onnodig” het parlement te ontbinden, omdat op 14 en 20 mei toch al parlementsverkiezingen worden gehouden. Het parlement wees op 24 maart het voorstel van Loekasjenko dan ook van de hand. Gisteren gingen achttien parlementariërs van de oppositie - leden van het nationalistische Volksfront - zelfs in hongerstaking in het gebouw van het parlement. Ze werden vannacht door de politie onzacht het gebouw uitgezet en ze vrezen er nu niet meer te worden toegelaten.

Aan die actie was een verbitterd debat over de presidentiële voorstellen voorafgegaan, waarbij Zjenon Poznjak, de leider van het Volksfront, Loekasjenko dictatoriale neigingen, onwil tot hervormingen en schendingen van de grondwet had verweten. Het parlement kon zich uiteindelijk wel verenigen met het plan van een referendum, maar het wilde slechts één van Loekasjenko's vier vragen accepteren: over een nauwere economische integratie met Rusland.

Dat leidde tot een woede-uitbarsting bij Loekasjenko, die een verwarde toespraak hield vol kritiek op Westerse financiële instanties die Wit-Rusland het verkeerde pad op voeren en vol pleidooien om verder samen met de Slavische broeders in het oosten op te trekken. “De mensen kijken naar Wit-Rusland als het centrum van de Slavische wereld, de plaats waar de Slavische wereld weer tot leven kan worden gewekt. We moeten de Slavische beschaving redden, samen met de volkeren van Rusland en de Oekraïne”, aldus Loekasjenko, voordat hij woedend het parlement uitstormde met een laatste dreigement aan het dwarsliggende parlement: “Dwing me niet geweld te gebruiken!”

Volgens Loekasjenko's opposanten gaat het in het conflict de president slechts in tweede instantie om die Slavische beschaving: in feite, zeggen ze, wil Loekasjenko af van de verkiezingen van 14 mei en hoopt hij met het referendum van de vermoeide en verpauperde bevolking van zijn land een mandaat voor een dictatoriaal bestuur te krijgen. Loekasjenko wil van Wit-Rusland een presidentiële republiek maken. De weg daartoe is vrij als hij in het referendum toestemming krijgt het parlement naar huis te sturen - dan, aldus nog steeds zijn critici, kan hij de noodtoestand uitroepen, de verkiezingen uitstellen en verder dictatoriaal regeren. Vervolgens zou hij de banden met Moskou willen aanhalen en Wit-Rusland onderbrengen in een politieke, militaire en economische unie met Rusland, de Oekraïne en mogelijk ook Kazachstan.

Volgens Loekasjenko kan alleen een unie met Rusland Wit-Rusland economisch op de been houden: het land heeft weinig eigen hulpbronnen, afgezien van een zware industrie die in Sovjet-tijden dermate met de Russische economie is verweven dat het doorsnijden van de economische banden na de ondergang van de Sovjet-Unie neerkomt op een doodvonnis. Economisch is Wit-Rusland volstrekt hulpeloos: het kan niet met het buitenland concurreren en kan zijn (energie)schuld aan Rusland, 13.600 miljard Russische roebel, niet meer betalen. De bevolking kan zich geen verdere opofferingen in het kader van de transformatie naar een markteconomie meer permitteren en van hervormingen is dan ook geen sprake meer. Op 1 maart verdubbelde de regering het (in januari al verhoogde) minimumloon van 30.000 naar 60.000 Wit-Russische roebel per maand (minder dan zes dollar), ondanks waarschuwingen van het IMF dat dat tot een nieuwe opleving van de inflatie - nu al veertig procent per maand - leidt en een lening van 250 miljoen dollar in gevaar brengt.

Minsk lijkt met die lening echter het hele IMF al te hebben afgeschreven. Als het aan Loekasjenko ligt moet de redding uit het oosten komen - en wel snel, desnoods ten koste van de parlementaire democratie. Zijn gehamer op een “Slavische wedergeboorte” heeft vooral ten doel om Moskou en de vele Russen en pro-Russen in eigen land over de streep te trekken. Het doet wat wereldvreemd aan te roepen dat de “Slavische beschaving” vanuit het verpauperde en gedemoraliseerde Wit-Rusland moet worden gered, maar dat kan worden beschouwd als een van de middelen die een ander, hoger doel kunnen dienen.