OM legt gynaecoloog moord ten laste, eist echter geen straf

ALKMAAR, 12 APRIL. De 49-jarige gynaecoloog H.Prins uit Purmerend die het leven beëindigde van een zeer ernstig gehandicapte baby, is volgens officier van justitie G. Botman schuldig aan moord. Tijdens de rechtszaak vandaag in Alkmaar eiste Botman wegens het zorgvuldig handelen van de arts echter geen straf.

De officier van justitie vindt dat het beroep op overmacht van de gynaecoloog moet worden verworpen. Het handelen van de arts is niet toegestaan, ook al deed hij zijn werk zorgvuldig, aldus Botman. Hij onderstreepte dat de wetgever de bescherming van het leven voorop stelt. Met de eis wilde Botman duidelijk maken dat artsen niet actief het leven mogen beëindigen van baby's die zich niet in de stervensfase bevinden.

De baby was geboren met een waterhoofd, een open ruggetje, nauwelijks ontwikkelde hersenen, een dwarslaesie en misvormde voetjes en beentjes. Prins had een neuroloog en een neurochirurg geraadpleegd en handelde met instemming van de ouders, die het meisje niet onnodig en onaanvaardbaar wilden laten lijden. Het kind had nooit kunnen lopen en zou permanent pijn hebben geleden. Uit diagnose was gebleken dat zij hooguit nog een jaar te leven had, als “een slapend plantje”. De gynaecoloog diende de drie dagen oude baby een slaapmiddel en een spierverslappend middel toe dat de dood tot gevolg had. Dat werd niet gedaan door de behandelend kinderarts. Die was het wel eens met de beslissing om het leven van de pasgeboren baby te beëindigen maar had psychische problemen met de uitvoering ervan.

De zaak kwam voor de rechter nadat minister Sorgdrager (justitie) daar een aanwijzing voor gegeven had. De vergadering van procureurs-generaal was na de melding door Prins van dit geval van een niet-natuurlijke dood eerder tot de conclusie gekomen dat de gynaecoloog zorgvuldig gehandeld had en daarom niet vervolgd hoefde te worden. Sorgdrager wil echter jurisprudentie uitlokken, omdat in de regelgeving over euthanasie sprake is van een uitdrukkelijke wens van de patiënt. Bij pasgeborenen is geen sprake van euthanasie omdat zij niet om levensbeëindiging kunnen vragen.