Na honderd dagen

De eerste honderd dagen van de conservatieve revolutie, aangekondigd door Newt Gingrich in zijn Contract with America, zijn voorbij. Is het een revolutie? Dat hangt ervan af wie je spreekt, maar van de tien punten in het Contract zijn er negen door het Huis van Afgevaardigden aangenomen. Alleen het relatief minder belangrijke voorstel om de herkiesbaarheid van congresleden te beperken, heeft het niet gehaald.

Een omwenteling is het nog niet. De Senaat gaat nu het Contract amenderen, een paar Republikeinen daar zijn geschrokken van het nieuwe radicalisme. De president bereidt zijn tegenaanval voor, en zijn veto bedreigt een paar kernpunten van het Contract. De conservatieve revolutie gaat een periode van tempering tegemoet. Maar zelfs al wordt tenslotte maar een deel van het Contract uitgevoerd dan hebben deze honderd dagen in ieder geval als de voorbereiding tot een omwenteling al blijvende gevolgen.

De reputatie van Gingrich als revolutionair leider is bevestigd. Door hem is het debat feller geworden, het publiek begint te genezen van zijn veelbesproken vervreemding, er lijkt iets volstrekt nieuws in de politiek te zijn verschenen: het element van concrete herkenbaarheid waarnaar politici en kiezers, niet alleen in de Verenigde Staten, al zo lang hebben gezocht. Dat is een geloofwaardige en begrijpelijke combinatie van toon, stijl, optreden en de inhoud van het programma. Gingrich en zijn Contract zijn in de politiek de oplossing voor het probleem van vorm en inhoud. Voor- en tegenstanders zijn het er na zijn honderd dagen over eens dat het zijn verdienste is, het openbaar debat weer op gang te hebben gebracht. Wat men verder ook over hem denkt, zijn verschijnen heeft onmiskenbaar een opluchting veroorzaakt.

Hierin ligt het verschil tussen hem en de bekende amateurs-profiteurs die de onvrede met de democratie als hun bedrijfskapitaal beschouwen. Hij is geen Ross Perot die op eigen houtje, met zijn onuitputtelijk kapitaal, zijn avontuur in de politiek is begonnen; geen Amerikaanse Berlusconi die met zijn televisiestations en in het bedrijfsleven verworven kennis heeft gedacht, een land te kunnen runnen. Gingrich heeft een partij naar zijn hand gezet en die in november tot de grootste gemaakt. De Republikeinen zijn hem schatplichtig, ze kunnen zich niet meer veroorloven de door hem uitgezette koers te verlaten. De nieuwe leider is geen 1-dagsvlieg en zijn Contract geen gelegenheidspamflet.

Naar Europese maatstaven is de inhoud van de revolutie eerder reactionair dan conservatief. De voorgestelde en door het Huis aangenomen belastinghervorming bevoordeelt de hogere en hoogste inkomens (in het debat door de tegenstanders consequent de rijken genoemd). Beperking van allerlei overheidsuitgaven tast de sociale voorzieningen aan. Het concept van de strikte persoonlijke verantwoordelijkheid - de filosofische grondslag van het Contract - zou voor het strafrecht gevolgen hebben, die geen serieuze Westeuropese politicus voor zijn rekening wil nemen: uitbreiding van de doodstraf en vermindering van de mogelijkheden tot beroep daartegen, invoering van de regel dat de dader bij zijn derde misdrijf zijn rechten heeft verspeeld, herinvoering van de chain gang. Terugkeer naar de traditionele christelijke 'familiewaarden' zou een herkerstening van Hollywood vergen en als puntje bij paaltje komt is er niemand die dat kan of wil. De combinatie van belastingverlaging en stelselmatige vermindering van het begrotingstekort tot nul in het jaar 2002 is bewezen demagogie.

Niettemin: het Contract houdt zijn betekenis omdat het in de eerste honderd dagen niet ten onder is gegaan - verre van dat - en omdat de auteur zich heeft bevestigd als de nieuwe leider met de allure van een aankomend profeet. Of Gingrich die last zal kunnen dragen is wel een belangrijke vraag, maar van de tweede orde. Voorlopig heeft hij de verhoudingen zodanig naar zijn hand gezet, dat zijn koers van nu in hoge mate zal bepalen wat de Republikeinen in de presidentsverkiezingen van 1996 gaan doen.

Zoals in 1992 gaat de strijd om de steun van de middenklassen. Het verschil is dat de nieuwe strategie onverbloemd polariseert. Hoe merkwaardig dat ook klinkt voor Amerikaanse verhoudingen: de terminologie waarmee het debat wordt gevoerd, niet alleen in de tijdschriftjes van de liberals maar ook in columns en hoofdarikelen van The New York Times, doet soms denken aan de beste dagen van de Europese klassenstrijd. We lezen weer over de “ongeremde hebzucht der rijken”, en de “wrede bevestiging van de uitzichtloosheid van het bestaan in de ghetto's”. Zelfs ben ik al een keer het woord Verelendung tegengekomen.

Wordt het succes van het Contract door deze kritiek geremd? Gingrich heeft zich tot nu toe bewezen als een natuurtalent, een demagoog met een intuïtie voor wat de middenklassen kennelijk het meest bezighoudt. Zoals in West Europa voelt men zich in de Verenigde Staten bedreigd door wat in samenvatting 'de snelle maatschappelijke veranderingen' wordt genoemd, en dit in combinatie met een politiek bestel dat zich heeft laten bureaucratiseren en niet in staat is, aan het verlangen naar bestaanszekerheid tegemoet te komen. Het bestel dat manoeuvreert van compromis naar compromis, heeft zodoende zijn geloofwaardigheid bij een ongeduldig geworden electoraat verspeeld.

In deze toestand hebben de Republikeinen met hun Contract de nieuwe strategie van de polarisering geïntroduceerd. Ze polariseren, met dit voorbehoud dat het aan een tegenpool ontbreekt. Daarmee heeft Gingrich zijn partij voor 1996 een enorme voorsprong gegeven. De Republikeinen zouden wel geweldige blunders moeten begaan om die teniet te doen.