Mokkend in de ontwenningskliniek

Voorstelling: Tussendorst, van Justus van Oel. Spelers: Maarten Wansink, Justus van Oel en Wimie Wilhelm. Decor: Jan Boiten. Regie: Willem van Sande Bakhuyzen. Gezien: 11/4 in de Kleine Komedie, Amsterdam. Aldaar t/m 15/4; tournee t/m 26/5.

“Weet je wat het is?” zegt de man. “Drinken helpt, dat is het erge.” Hij is journalist, maar beweert op verongelijkte toon dat de echte onthullingen over de hooggeplaatsten nooit in de krant mogen - en dat hij daarvan is gaan drinken. In de ontwenningskliniek krijgt hij af en toe bezoek van zijn rijke vrouw, die zijn behandeling betaalt. Hij is niet getrouwd, zegt hij, maar zijn vrouw wel. Zijn metgezel is een onderwijzer die op gezette tijden instort, maar zijn wanhoop heeft gesublimeerd tot een therapeutisch inzicht in zichzelf en zijn medemensen.

De man, de hoofdpersoon in het toneelstuk Tussendorst van de ex-cabaretier Justus van Oel, komt nooit meer van de drank af. Hij doet er niet eens meer zijn best voor, eigenlijk wil hij het liefst altijd in de kliniek blijven - mokkend over het onrecht in de buitenwereld. Zijn vrouw, vindt hij, beschouwt hem als haar hobby. En de onderwijzer, vagelijk aangeduid als iemand die in zijn jeugd traumatische klappen kreeg, is door de auteur kennelijk bedoeld als degene die bij die twee echtelieden iets moet openbreken. Maar omdat de man en de vrouw voornamelijk snibbige oneliners in de mond werden gelegd, krijgt hun fel-realistische schreeuwruzie in de slotscène te weinig lading: we hebben ze immers nauwelijks leren kennen.

Tussendorst is het derde toneelstuk van Van Oel, na De pijnbank en Lunapark. Hij schrijft, in levende dialogen, over mensen die de wereld met provocerend cynisme te lijf gaan, maar in feite machteloos staan. Tot dusver zijn die mensen echter nog niet veel meer dan voertuigen van zijn vaardig verwoorde ideeën; ze krijgen onvoldoende eigen reliëf. Maar het zijn, hoop ik, de vingeroefeningen van een auteur die op een dag een bijzonder toneelstuk zal schrijven. Het schemert hier al onder de oppervlakte.