Ministerie EZ valt SER bij; Forse kritiek op bezuiniging technologie

DEN HAAG, 12 APRIL. De kroonleden van de Sociaal-Economische Raad (SER) hebben kritiek op de bezuinigingen die het kabinet-Kok doorvoert op het onderwijs en op de publieke onderzoeksinstellingen als TNO en die van universiteiten. De ambtelijke top van het ministerie van economische zaken is het met ze eens.

Behoudens efficiëntieverbetering dient volgens de deskundigen te worden afgezien van bezuinigingen op het onderwijs.

Secretaris-generaal L.A. Geelhoed van economische zaken kan zich in de kritiek vinden en wil de bezuinigingen van 75 miljoen gulden op zijn departement herzien.

Dat bleek vanmorgen bij de presentatie van het rapport 'Kennis en economie' van de Commissie van Economische Deskundigen van de SER.

De voorzitter van de commissie, de Groningse hoogleraar prof. dr. S.K. Kuipers, zei in een toelichting dat het in 1990 nog niet zo slecht gesteld was met de publieke onderzoeksinstellingen. “Sindsdien zitten die echter in een dikke min,” zei Kuipers vanmorgen. “Het kabinet Kok heeft daar nog een schepje bovenop gedaan. Het gaat de verkeerde kant op.”

Een sterke publieke 'kennisinfrastructuur' is volgens de economische deskundigen van de SER belangrijker voor de ontwikkeling van de welvaart in Nederland dan subsidiëring en fiscale begunstiging van speur- en ontwikkelingswerk door de overheid. Door iedereen bruikbaar fundamenteel en toegepast onderzoek, alsmede ontwikkelingsactiviteiten bij (semi) publieke instellingen zoals universiteiten en kennisinstituten zou volgens de deskundigen “nog meer dan nu het geval is” kunnen worden bekostigd door de overheid.

Het nut van subsidies en fiscale stimulansen (onder meer via de wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk WBSO) achten de economen van de SER minder groot. Die subsidies komen volgens de deskundigen vooral daar terecht waar toch al aan onderzoek en ontwikkeling wordt gedaan.

Kleine- en middelgrote bedrijven, die door de overheid tot speurwerk zouden moeten worden verleid, komen daar volgens Kuipers niet aan toe door de te geringe schaal van de betreffende ondernemingen en de grote onzekerheid of de uitgaven zichzelf wel terugverdienen.

De economische deskundigen van de SER zien meer in “clustervorming”, waarbij kleinere bedrijven als co-maker aan grotere concerns worden gelieerd.

Pag.21: 'Manna uit de hemel'

Secretaris-generaal L. Geelhoed van het ministerie van economische zaken, die het rapport namens de zieke minister Wijers (economische zaken) in ontvangst nam, kan zich in de kritiek vinden. “De financiële ruimte die door de overheid wordt geboden aan onderwijs en publieke infrastructuur is krap, mogelijk te krap,” aldus Geelhoed. Hij kondigde een herbezinning op de reeds ingevulde bezuinigingen van zijn ministerie aan. “Regeren is voortdurend kritisch heroverwegen,” aldus Geelheod. De “stand van het discours” is volgens de hoogste ambtenaar van Wijers “geen stilstand”. Het is volgens Geelhoed “zeker niet uitgesloten dat ingenomen stellingen worden heroverwogen”. Hij noemde het rapport van de economische deskundigen “welkom als manna uit de hemel”.

In het rapport 'Kennis en economie' worden zwaktes van de Nederlandse economie blootgelegd. Zo zijn de segmenten van de dienstensector met relatief sterke groeiverwachtingen in Nederland ondervertegenwoordigd. Het betreft hier bijvoorbeeld nieuwe activiteiten in software- en computerdiensten, zakelijke dienstverlening en communicatie. De industriële bedrijvigheid is sterk geconcentreerd in sectoren met middelmatige groeiperspectieven, zoals de basisindustrieën en de voedings- en genotmiddelenindustrie. Het aandeel van hoog-technologische sectoren als farmacie, halfgeleiders, kantoormachines en speciale instrumenten is relatief gering. Onderzoek- en ontwikkelingsinspanningen in de industrie blijven juist in de voor de economische groei zo belangrijke high-tech sectoren achter bij die in het buitenland.

Een ander belangrijk zwak punt is volgens de hoogleraren van de SER de grote 'beschutting' van sectoren als de bouw en de nutsbedrijven. De deskundigen wijzen erop dat in de bouw, waar nu al een maand wordt gestaakt, het gemiddelde prijspeil 13 procent boven het gemiddelde niveau in de Europese Gemeenschap ligt en op het feit dat in de beschutte sectoren de laagste cao-schalen veel hoger liggen dan die in de open sectoren, die hun kosten niet zo makkelijk kunnen doorberekenen aan afnemers. De marktwerking wordt in Nederland volgens de deskundigen nog te veel ingeperkt. Daarbij worden de vestigingswetgeving en de winkelsluitingswet en subsidiëring als voorbeelden aangevoerd.

Volgens de economische deskundigen is er een duidelijk verband tussen kennis en arbeidsmarkt. De commissie wijst erop dat het werkloosheidspercentage onder personen met alleen basisonderwijs al een aantal jaren het dubbele bedraagt van het gemiddelde. De hoogleraren spreken er hun verwondering over uit dat de omvangrijke inactiviteit aan de onderkant van de arbeidsmarkt gepaard gaat met een moeilijke vervulbaarheid van veel vacatures op laagbetaald niveau. In een kennisintensieve economie zien deskundigen behalve de al bestaande vacatures nog meer mogelijkheden voor banen in de ondersteunende- en dienstverlenende sfeer die door laaggeschoolden zouden kunnen worden vervuld. Maar dan moet wel de beloning voor dit type werk relatief worden verlaagd. Over de wenselijkheid van afschaffing van het minimumloon laten de deskundigen zich nu nog niet expliciet uit. Daaraan wordt een apart rapport gewijd dat over een half jaar uitkomt.