Leiden in last over logo in advertentie

LEIDEN, 12 APRIL. Heeft de wethouder gelogen? Dat was de kwestie waarover de gemeenteraad van Leiden vannacht debatteerde, in de nasleep van het op 8 maart gehouden referendum over de sloop van het voormalige Koninklijk Militair Invalidenziekenhuis (KMI).

Een artikel in het universiteitsblad Mare veroorzaakte vorige week de nodige beroering in de stad. In het stuk werd onthuld dat wethouder Van Rij (PvdA) de aannemer die op het terrein van het KMI appartementen had willen bouwen, niet alleen heeft geholpen met het opstellen van de tekst van een advertentie die kort voor het referendum in Mare is geplaatst, maar ook hoogstpersoonlijk het gemeentelogo bij het advertentiebureau heeft bezorgd. Dat zou betekenen dat de gemeente zich niet - zoals was afgesproken - neutraal had opgesteld in de kwestie. In de advertentie werd uitvoering van de gemeentelijke bouwplannen bepleit.

Grote afwezige bij het debat was wethouder van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening Van Rij. Of liever: Van Rij. Want officieel mag Van Rij, die wegens ziekte voor onbepaalde tijd afwezig is, zich geen wethouder noemen. Zijn vervanger, R. Hillebrand, was wel aanwezig. Samen met burgemeester Goekoop probeerde hij af te rekenen met de door het artikel in de universiteitskrant gerezen verdenking dat hem en Van Rij, en dus de gemeente, blaam treft in de advertentiekwestie.

Opgehelderd moest worden wie voor wat verantwoordelijk gesteld kon worden en wie de waarheid had gesproken: Hillebrand, die meteen na het verschijnen van de advertentie in Mare te kennen had gegeven dat de gemeente niets met de advertentie te maken had en dat hij aannemer van der Plas berispt had voor het gebruiken van het gemeentelijke logo? Aannemer Van der Plas, die erkend heeft dat hij, en hij alleen, de anonieme advertentie van het logo had voorzien? R. Lap van het advertentiebureau Van Vliet in Zandvoort, die verklaarde dat alle contacten over de advertentie, inclusief het logo, via Van Rij waren gelopen?

Of, ten slotte, Van Rij zelf, die heeft toegegeven bij het opstellen van de advertentie betrokken te zijn geweest, maar zegt dat het plaatsen van het logo een idee was van het reclamebureau en die, last but not least, het bureau opdracht heeft gegeven alle bewijzen van faxcontacten te vernietigen?

Tot die laatste stap besloot Van Rij, omdat hij bang was zijn betrokkenheid niet op een geloofwaardige manier te kunnen uitleggen. Maar niet alle fracties in de raad hadden behoefte aan een schuldbekentenis van Van Rij. Door de coalitiepartijen - PvdA, D66, GroenLinks en CDA - werd het aandeel van Van Rij in de kwestie afgedaan met uitspraken als: “niet verstandig”, “niet handig” en “naïef”. Aan zijn versie van het verhaal werd echter niet getwijfeld.

De VVD-fractie, die bij monde van fractievoorzitter A. Geertsema als eerste om opheldering vroeg, sloot zich daar uiteindelijk bij aan en nam genoegen met de verklaring van Hillebrand dat hij tot voor het verschijnen van het artikel in Mare echt niets wist van Van Rij's handelwijze.

Om één uur zaten alleen de Socialistische Partij en Leiden Weer Gezellig / De Groenen nog met grote vragen. Leiden Weer Gezellig / De Groenen trok een motie waarin om een extern onderzoek werd gevraagd, voorlopig in. Het wachten is op de terugkeer van Van Rij.