Lamme filmpjes

De dingen kunnen soms zo wonderlijk op hun plaats vallen. Lang geleden, toen ik nog maar pas televisie had, keek ik wel eens naar het quizprogramma Twee voor twaalf. Het bezat een opvallend aardige quizmaster, en bovendien gingen de vragen vaak echt over iets. Over Voltaire bijvoorbeeld, of over potvissen. Daarbij werd dan een leerzaam filmpje vertoond, dat speciaal voor de gelegenheid was gemaakt.

Maar op een dag was er iets veranderd. De vragen werden niet meer toegelicht, maar 'geïllustreerd' met filmpjes waarvan de lamlendigheid in het oog sprong. Als een vraag over Voltaire ging, verscheen in het beeld bij wijze van spreken een grote letter V, of met geluk een plaatje van een oude pruik, omdat iemand een vaag idee had gehad wanneer de man leefde - maar een portret hoefde je niet te verwachten.

Want elke inspanning om zelf iets over het onderwerp te weten te komen was de makers van die filmpjes duidelijk teveel. Ging het over potvissen, dan sprongen gestileerde vissen uit een pot. Als de Amerikaanse burgeroorlog werd genoemd, zag je een verscheurde Amerikaanse vlag, waarvan de helften op pootjes op elkaar af marcheerden. De simpelste associatie, het platste visuele grapje was al genoeg. De scheppers van dit alles waren studenten van de Rietveldacademie, werd gezegd. Ik troostte mij met de gedachte dat ze vast niet werden betaald, omdat het een oefening was.

Die filmpjes werden voor mij de belichaming van de gemakzucht van veel vormgevers en illustratoren die het vertikken om, zoals hun vak vraagt, enige dienstbaarheid aan de dag te leggen. De ogenschijnlijke reden is een onbedwingbare eigen creativiteit, maar wat er achter zit is stukken minder deftig.

Waarom ik vorige week een uitvoerig interview met Rob Scholte ben gaan zitten lezen weet ik niet. Maar ineens las ik: 'Om wat bij te verdienen maakte ik tekenfilmpjes voor de televisie: voor het Vara-quizprogramma Twee voor twaalf en voor Sesamstraat. Die paar honderd gulden die we daarvoor kregen waren een welkome aanvulling op ons karige budget.'

Rob Scholte! De meest succesvolle Nederlandse kunstenaar van dit moment! Lieveling van de intellectuele chic en nog beroemder sinds hij slachtoffer werd van een bomaanslag die hem zijn benen kostte.

Scholte stelt zijn nieuwste werk binnenkort met een groots gebaar ten toon in vijf over de hele wereld verspreide galeries tegelijk: dat is nog eens iets anders dan filmpjes bij quizprogramma's maken. De clichés heeft hij inmiddels verheven tot de essentie van het kunstwerk. Bestaande plaatjes worden gerangschikt en gereproduceerd in een mechanische, gladde stijl. Zo schildert Scholte ook, maar tegenwoordig produceert hij vooral zeefdrukken, waarvoor hij naast de modernste technische hulpmiddelen ook assistenten tot zijn beschikking heeft; misschien wel academieleerlingen.

Eigenlijk is Rob Scholte onze eigen Jeff Koons. Hij is een leuke, handige jongen die ooit door een Nederlands boek over Marcel Duchamp op het idee werd gebracht dat kunst geld is en geld kunst. Die gedachte boeit hem, zoals blijkt uit het interview, nog steeds mateloos.

De kracht van dit soort kunstenaars is dat zij het niet nodig hebben om diepzinnig over hun werk te doen: dat doen anderen wel. Zij kunnen het ook niet helpen als critici het interessant vinden dat zij, zoals dat heet, 'beelden uit de popcultuur' gebruiken. Als om hun voor de hand liggende vondsten een aura van genialiteit komt te hangen. En het is alleen maar te prijzen dat Scholte de daad bij het woord voegt als hij zegt niet geïnteresseerd te zijn in het 'unieke' schilderij.

Geen onvertogen woord dus over Scholte, zomin als over Koons: het zijn hun bewonderaars die bespot moeten worden. Maar één ding neem ik de eerste nu toch kwalijk, en dat zijn die lamme filmpjes, die hij zonder assistenten, zonder critici heeft voortgebracht. Al was het maar omdat het met Twee voor twaalf sindsdien nooit meer goed is gekomen.