Italië bang B-land te worden achter andere oprichters EU

Italië blijft achter bij de andere oprichters van de Europese Unie, die grenscontroles hebben afgeschaft en hard op weg zijn naar monetaire integratie. Italië vreest een B-land te worden.

ROME, 12 APRIL. Italië heeft lang gedacht dat verklaringen van Europese gezindheid volstonden om mee te kunnen blijven doen in het proces van groeiende integratie binnen Europa. Zowel in het diplomatieke receptiecircuit als onder de bevolking heeft 'Brussel' hier jarenlang de lading van een droom gehad; een droom van een modernere samenleving. De mooie woorden over Europa waren welgemeend en oprecht. De details waren voor later.

Nu die details worden ingevuld, schrikt Italië op. Bij de monetaire integratie lijkt de achterstand van het land niet op korte termijn te overbruggen. Bij de instelling van de Schengen-zone is de angst dat Italië een B-land wordt, bewaarheid: voor het eerst is Italië officieel naar het tweede plan verwezen.

Jarenlang is het woord Schengen verborgen gebleven in ambtelijke stukken die werden weggestopt in een la. Nu weerklinkt het overal in het publieke debat, als een schandvlek, een symbool voor de achterstand van Italië. Voor de Franse douane voelen Italianen zich tweederangs Europeanen. Ze worden net zo gecontroleerd als de immigranten uit Marokko. Als enige van de zes oprichters van de Europese Gemeenschap krijgt Italië een onvoldoende.

Het is geen eigen keuze dat het land buiten de Schengen-zone valt, zoals voor Groot-Brittannië, Ierland en Denemarken geldt. Italië doet niet mee omdat het niet op tijd klaar is. Het vliegveld van Rome is, volgens de planning, pas aan het eind van het jaar in staat om Schengen-reizigers te scheiden van niet-Schengenreizigers. Maar ook de douane is niet gereed. Er zijn nog maanden nodig om de grensposten en de Italiaanse consulaten elektronisch te verbinden met de centrale computer van 'Schengen' in Straatsburg. En zelfs als alle kabels er liggen en de programma's draaien, is het de vraag of dat wettelijk mag. Het parlement is nog steeds aan het worstelen met een wet op de bescherming van de persoonsgegevens.

Maar zelfs met de techniek en de wet in orde, zou Italië nog niet Schengen-rijp zijn. De grenzen zijn zo lek als een vergiet. Met name in de kustplaatsen in het zuidoosten komen vrijwel dagelijks tientallen illegale immigranten aan die de boottocht vanuit Albanië hebben ondernomen. Het zijn allang niet meer Albanezen die naar het beloofde land komen dat ze via de tv-uitzendingen van Rai Uno hebben leren kennen. Internationale misdaadbendes smokkelen via Albanië en de Italiaanse kustplaatsen mensen uit alle landen ter wereld de rijke Europese Unie binnen. Opnieuw is het land de zachte onderbuik van Europa.

Het huidige zakenkabinet van premier Lamberto Dini neemt de zaak-Schengen ongebruikelijk serieus. Minister van buitenlandse zaken Susanna Agnelli heeft beloofd dat al het mogelijke zal worden gedaan om ervoor te zorgen dat Italië aan het eind van het jaar zijn zaken op orde heeft. De tijd dringt, want op 1 januari volgend jaar neemt Italië voor een half jaar het voorzitterschap van de Europese raad van ministers op zich.

Als 'Schengen' is geregeld, blijft er een monetair probleem. Op monetair gebied valt Italië helemaal uit de boot. Alle criteria voor deelname aan monetaire integratie, de inflatiecijfers, de verhouding staatsschuld - nationaal produkt, het overheidstekort, zijn op korte termijn onbereikbaar. De lage koers van de lire is in dit opzicht een vernietigend rapportcijfer.

Premier Dini hamert erop dat Italië actie moet ondernemen om in ieder geval zijn goede wil te tonen. Maar de weerstanden zijn sterk. Politici, Silvio Berlusconi voorop, maken de steun voor de lire ondergeschikt aan hun politieke ambities. Vakbonden protesteren tegen flexibilisering van de arbeidsmarkt en tegen de verandering van een pensioenstelsel dat tot de meest genereuze van Europa behoort. En een aantal kleinere bedrijven maakt dankbaar gebruik van de onwerkelijk lage lire om meer in het buitenland te verkopen, terwijl Franse en Duitse bedrijven beginnen te morren over oneerlijke concurrentie. De lage prijs van Italiaanse waar komt immers niet door betere produktiemethoden.

Sommige Italianen klampen zich vast aan het gegeven dat andere landen hun huishoudboekje ook niet kloppend hebben en dat er iets meer tijd is om het eigen boekje op orde te krijgen. Zij gaan ervan uit dat voor het jaar 2000 in Frankrijk en Duitsland niet met dezelfde munt betaald kan worden. Er moet iets te regelen zijn. Zijn steden als Milaan en Turijn geen schakels in een financieel-economisch-industrieel netwerk in het hart van Europa, samen met München, Frankfurt, Lyon en Zürich? Hebben economische actoren als Fiat en de handelsbank Mediobanca niet stevige allianties met Franse en Duitse partners? Italië zou daarom per definitie niet uit de boot mogen vallen.

De uitbreiding van de Europese Unie heeft dit argument minder sterk gemaakt. Met meer landen en met een accentverschuiving richting noordoosten wordt het minder pijnlijk als een groot land als Italië wordt gelost door de kopgroep. Duitsland brengt in die kopgroep zijn economische macht in, Frankrijk zijn politieke standing, de Benelux zijn rapport van goed gedrag. Italië komt er niet met alleen maar een handtekening onder het oprichtingsverdrag van bijna veertig jaar geleden.

De Italiaanse ondernemers kijken verder vooruit dan de meeste politici. Bij ieder ondernemersforum slaan zij alarm, over de lage lire, over het gevaar te worden losgekoppeld van Europa. Een van de beste managers van het land, Franco Tatò, die zowel voor Carlo De Benedetti van Olivetti heeft gewerkt als bij de Fininvest-groep van mediamagnaat Silvio Berlusconi, is ronduit somber. “Italië zal in de marge blijven. Niet alleen vandaag of morgen, maar in de afzienbare toekomst”, schrijft hij. 'Schengen' is een incident, en de zwakke lire is volgens hem niet meer dan een symbool van een veel fundamenteler probleem: “Een land dat slecht wordt bestuurd kan niet worden geïntegreerd in een land dat goed wordt bestuurd. Dat zal zich niet willen laten besmetten.”