In Frankrijk leeft de revolutie, dankzij Arlette

LE MANS, 12 APRIL. Aan het eind van de avond gaat de rechter hand omhoog, gelukkig in de vorm van een gebalde vuist. De Internationale klinkt. Alleen hamer en sikkel ontbreken. Arlette Laguiller heeft niets uit te leggen over de “bloedige parodie” van het Sovjet-communisme. Zij is trotzkist. De trotzkisten hebben Stalin al in 1924 de rug toegekeerd om het revolutionair communisme uit te breiden.

De revolutie leeft. In het Palais des Congrès in Le Mans, de Westfranse stad bekend van de 24 uurs-autorace, combineert Frankrijks meest ervaren presidentskandidaat een stalen overtuiging met vriendelijk realisme. “Ik word zeker niet gekozen als president. De communist Robert Hue evenmin en de socialist Lionel Jospin hoogstwaarschijnlijk ook niet. Stemt dus op mij. Dan hebt u de beste kans iets te veranderen in dit land.”

De 54-jarige werkneemster van Crédit Lyonnais is voor de vierde keer kandidaat voor het hoogste ambt. Nooit om het te worden, maar om de 'lutte ouvrière' - de strijd van de arbeiders - verder te brengen. Dit keer zien haar kansen om in de eerste ronde van de verkiezingen (23 april) een respectabele score te halen er beter uit dan ooit: Laguiller haalt tussen 3 en 5 procent in de peilingen.

Frankrijk wordt de laatste weken door steeds meer stakingen getroffen. Dankzij Arlette? Of bloeit zij dankzij de groeiende onvrede onder de werkenden? Gisteren voegde de sociale dienst zich bij de stakers van Air Inter en de posterijen. Hier in Le Mans eisen de arbeiders van Renault 1.500 franc per maand erbij voor iedereen. Een stakingsleider kondigt de landelijke ster Arlette Laguiller aan met een geharnast voorwoord. Zeker duizend mensen, meest oudere paren en jongeren, zijn opgekomen. Niet om te lachen.

Zij klappen als Arlette weer iets bijtends zegt over de uitbuiting van de werkende klasse. “Travailleuses, travailleurs”, zegt zij altijd aan het begin van iedere toespraak. Het is in iedere persiflage op 'notre Arlette nationale' een vast punt. Zij weet het, en wacht even na het te verwachten applaus der herkenning. Dan brandt zij los. De vrouw die in 1974 naam maakte met een staking die alle banken van Frankrijk twee maanden platlegde - zonder succes overigens - kent al het onrecht uit haar hoofd, maar electoraal opzwepend spreken is haar vreemd. Zoals zij geen make-up gebruikt, en man noch kind bezit.

Zij dreunt de schandelijke salarisverhogingen van de 'patrons' op mét de bijbehorende ontslag-ratio. Er moet een noodprogramma komen voor de redding van de werkgelegenheid. Bedrijven die winst maken en toch mensen ontslaan moeten onmiddellijk worden gevorderd. De vennootschaps-belasting moet terug naar 50 procent, hogere inkomens en de vruchten van kapitaal moeten zwaar worden belast. Maar zij is “internationaliste in hart en nieren” en dus fel tegen het 'goedkope nationalisme' waarmee rechts (Le Pen en De Villiers) en 'zogenaamd links' (de communist Hue) fulmineren tegen het verdrag van Maastricht. “Wij moeten het kapitalisme bestrijden, samen met de werkende klasse in de hele wereld”.

Vlak voor zij de grote toespraak houdt maakt Arlette Laguiller even tijd voor de kameraden in Nederland. Wanneer is het revolutionaire vuur in haar ontstoken? “Mijn woede is ontstaan toen ik veertien was en zag hoe uit naam van Frankrijk Algerijnen werden gemarteld. Na de oorlog dacht je dat dat nooit meer zou gebeuren. In mijn jeugd heb ik veel ellende gezien. Mijn ouders waren arm, maar zij namen altijd mensen die niks hadden in huis. Ik ben in '56 als stenografe bij Crédit Lyonnais begonnen en geleidelijk in het vakbondswerk gegroeid. Wat ik doe komt voort uit walging tegen liefdadigheid. Mensen hebben recht op een fatsoenlijk leven”.

Na afloop praat buiten het echtpaar Morau na. Zeventigers in peau de suède. Hij heeft bij de telefoondienst gewerkt, zij als secretaresse. Misschien stemmen zij deze keer wel Arlette: “Het haalt niks uit, maar zij vertelt tenminste de waarheid. Wat je ook doet, dit land is niet te veranderen. Wij zijn jong in het verzet geweest, en hoopten op een betere wereld. Nu zie je dat het sociale minder wordt.” U bent pessimistisch maar gelukkig? “Inderdaad.”

Verderop schoolt een groepje jongens van rond de twintig samen. Fabien, Eric, David en FX. Zij hebben een kritisch pamflet uitgedeeld en tijdens de toespraak kritiek geroepen. Arlette is eerlijk, Arlette is links, maar niet hard genoeg. “Er is een echte revolutie nodig.”