Heidemij hangt miljoenstrop boven hoofd

DEN HAAG, 12 APRIL. Heidemij BV dreigt een schade op te lopen van zestig tot zeventig miljoen gulden, als de rechter het bedrijf verbiedt deze zomer een fabriek te bouwen voor de verwerking van groente-, fruit- en tuinafval (GFT). Het complex moet in de Flevopolder nabij Lelystad worden gebouwd, maar volgens het in het Belgische Gent gevestigde bedrijf Organic Waste Systems (OWS) pleegt Heidemij Realisatie BV - een dochteronderneming - octrooibreuk bij het bouwen van de installaties.

OWS eiste gisteren in kort geding voor de president van de Haagse rechtbank een verbod op de bouw van de fabriek. De installatie zou het zogeheten GFT-afval van de provincie Flevopolder en een deel van Zuid- Holland moeten gaan verwerken. Het ministerie van VROM heeft een subsidie toegezegd van twee miljoen en twee aanvoerders van GFT-afval sponsoren het project met respectievelijk 1,2 miljoen gulden en 600.000 gulden. Als Heidemij niet voor het eind van het jaar met de bouw is begonnen, vervallen die toezeggingen, zo hebben de subsidiënten aangekondigd.

OWS is een klein bedrijf met vijfentwintig man in dienst, dat systemen ontwikkelt voor de verwerking van organisch afval. In 1987 vroeg het octrooi aan op zowel een methode om groente-, fruit- en tuinafval te composteren als op een installatie waarin dat gebeurt. Pas in mei vorig jaar werd het octrooi toegekend, na talloze procedures waarin de vondst werd bestreden.

Het gaat om 'droge vergisting' in een vat waar geen lucht bij kan. Dat proces kan worden versneld door na maximaal vijftig dagen een derde deel van de compost - als 'entstof' - toe te voegen aan 'vers' GFT. Op die manier kan een continu proces aan de gang worden gehouden. Een andere mogelijkheid is steeds de inhoud van badgets - verschillende vaten - te composteren.

Meteen na de octrooiaanvraag maakte een Frans bedrijf al bezwaar, omdat OWS geen wezenlijke vernieuwing zou toevoegen aan bestaande inzichten. Essentieel in het uiteindelijk verleende octrooi is dat de entstof per pijplijn weer terug wordt gebracht in het composteringsvat. Maar, zo stelde gisteren de raadsman van OWS, mr. drs. S.U. Ottevangers, ook de hoeveelheden en de termijnen van het proces maken deel uit van het geoctrooieerde procédé.

Het zogeheten Biocelprocédé dat Heidemij heeft ontwikkeld volgt een zelfde weg, meent Ottevangers. De Belgische onderneming, die al een licentiehouder in Nederland heeft, is dan ook in 1990 al begonnen het veel grotere Heidemij met 2.400 man in dienst te attenderen op mogelijke octrooi-inbreuk. Daarbij zou Heidemij steeds hebben gemeld niets anders dan onderzoek te doen om de stand der techniek te toetsen. In 1993 heeft het bedrijf die waarschuwing herhaald, omdat toen uit een milieu-effectrapportage (MER) leek vast te staan dat Heidemij het procédé van OWS toepaste. Bovendien, zegt OWS, wil Heidemij nu met dit procédé internationaal aan de weg gaan timmeren. OWS wil daarom niet alleen een verbod op de bouw van de fabriek bij Lelystad, maar ook een verbod op alle internationale activiteiten van Heidemij met het Biocelprocédé.

Volgens de raadsman van Heidemij, jhr. mr. R.E.P. de Ranitz, verschilt het door Heidemij beoogde procédé wezenlijk van dat van OWS. Het is ook veel verder ontwikkeld. Zo vangt de fabriek de bij het proces ontstane biogassen af, waarmee elektriciteit wordt opgewekt die het complex laat draaien. Overtollige elektriciteit gaat naar het energiebedrijf. Bovendien werkt Heidemij met heel andere doseringen van entstoffen. Daarnaast wordt na een eerste compostering een selectie van stoffen gemaakt, waarbij hout en zand worden gescheiden van de rest van het compost, zodat uiteindelijk een produkt op maat kan worden geleverd aan de klant. Maar bovenal werkt Heidemij niet met een pijpsysteem om de entstof weer in de reactor te brengen, een eigenschap die essentieel is voor het OWS-systeem. Heidemij werkt met shovels.

In het Biocelsysteem wordt maximaal 25 procent van de compost toegevoegd aan een nieuwe lading GFT en in de toekomst mogelijk 15 procent, waar OWS uitgaat van minimaal eenderde. De verblijfstijd in de reactor is 16,7 dagen, terwijl OWS uitgaat van 'minder dan vijftig dagen'.

Volgens De Ranitz is het kort geding van OWS dan ook prematuur, gelet op het feit dat de eerste spade deze zomer de grond in gaat en de technologie voortdurend in beweging is. Heidemij zal uiteindelijk een heel ander procédé volgen dan is beschreven in de milieu-effectrapportage en bestreden wordt door OWS.

Ook heeft de Heidemij twijfels over de geldigheid van het octrooi dat het Belgische bedrijf na zeven jaar procederen is verleend. Het fermenteren, zoals dat in het OWS-octrooi is vastgelegd, bestaat namelijk al sinds 1950, toen een Zwitser er bescherming voor had aangevraagd. Een Brits octrooi van later datum bepaalt de hoeveelheden die moeten worden teruggebracht in de reactor. Al met al beperkt de Belgische vinding zich dus tot het terugbrengen via een pijpleiding, iets wat Heidemij met shovels doet.

De uitspraak is op 25 april.