Een Pools wonderkind met rauwe hallucinaties

Voorstelling: Harige machines. Produktie: Grand Theatre, Groningen. Spel/tekst: Ko van den Bosch; regie/tekst: Ola Mafalaani. Decor: Ionneke van Eden; geluidsdecor: Wim Conradi; techniek: Gert Bakker e.a. Gezien: 11/4 Sirkel Theater, Sittard. Tournee t/m 2/5.

'Jij bent voorbestemd om een voortreffelijk kunstenaar te zijn.' De kleine Stanislaw moet een wonderkind zijn, dat wil vader en daarom zijn er geen ontsnappingsroutes naar een normaal jongensbestaan. Het kind mag niet naar school en niet met andere kinderen spelen: een echte kunstenaar, vindt Pa, is nu eenmaal onaangepast tot op het jeugdige bot. En zo verdoemt de vader zijn zoon tot eenzaamheid en excentriciteit.

In zijn solovoorstelling Harige machines kruipt Ko van den Bosch in de huid van de Poolse schrijver, filosoof en schilder Witkacy, zoals het pseudoniem van Stanislaw Ignacy Witkiewicz luidt. Witkacy pleegde zelfmoord in 1939, toen het Sovjetleger Polen binnenviel. Bij Van den Bosch snijdt hij al in de eerste scène zijn polsen door en pas in de laatste scène sterft hij. Tussen die twee momenten in passeren nog één keer de dieptepunten uit Witkacy's leven de revue.

Ionneke van Eden ontwierp een toneelvloer van rechtopstaande spijkers die een krassend geluid produceren wanneer de acteur eroverheen loopt. Witkiewicz was een zelfdestructieve man in een tijdperk dat werk maakte van de algehele vernietiging. Het persoonlijke element van die vernietigingsdrang krijgt hier het volle pond. Van den Bosch deinst er niet voor terug zichzelf fysiek flink toe te takelen. Vooral op zijn handen heeft hij het dikwijls gemunt. Wonderkindhandjes, zo noemde vader Witkiewicz de handen van zijn artistieke zoon. Later haatte de zoon die handen. Van den Bosch kijkt naar zijn eigen, met bloed besmeurde handen en laat zijn held aan het jaar 1914 denken, toen Stanislaw tegen de wil van zijn vader soldaat werd om aan zijn isolement te ontsnappen. 'Kijk vader, deze hand maakt geen kunst meer. [-] Beter kapotgeschoten met z'n allen dan compleet alleen.' Toch blijft Witkacy een autist. Van den Bosch maakt dat duidelijk door onverzadigbaar aan zijn knuisten te zuigen. Soms drukt hij ze woedend in de natte verf. Ter plekke ontstaat het schilderij: een neo-expressionistisch werkstuk waarin we nog net de contouren van een poepend mannetje kunnen herkennen.

Witkiewicz was een avantgardekunstenaar en Ko van den Bosch is dat op zijn terrein eveneens. Hij is ver doorgelopen en staat daardoor ditmaal letterlijk en figuurlijk geheel alleen. Performancekunst en mime vermengt hij met een ingenieus geluidsdecor, het geheel gelardeerd met smerige schrikeffecten. Uit een lampje druppelt dunne roodbruine stroop, als bijna geronnen bloed. Even later spat het lampje met een knal uiteen.

Het zijn effecten die we ook kennen van Alex d'Electrique, Van den Bosch' hardhandige theatergroepje. Zorgden dergelijke effecten bij Alex d'Electrique in de eerste plaats voor hilariteit, hier zijn ze echt angstaanjagend. Witkacy schilderde meestal onder invloed van drugs als peyotl en cocaïne. Even heftig, poëtisch, rauw en kleurig als diens hallucinaties zijn de beelden in Harige machines.