De thuiskomst van Solzjenitsyn

Opzienbarende impressies, beelden die iets toevoegen aan het bekende - dat is een sensatie die je als tv-kijker niet al te vaak ondergaat. Het lukte deze week de BBC 2 met de documentaire The homecoming over de terugkeer in 1994 van de schrijver Alexander Solzjenitsyn naar zijn vaderland. De anderhalf uur durende film van Archie Baron bestond louter uit uniek materiaal omdat de BBC als enige toestemming had gekregen om Solzjenitsyn voor, tijdens en na zijn twee maanden durende reis door de voormalige Sovjet-Unie te filmen.

Het leverde een weelde aan memorabele filmbeelden op. Allereerst Solzjenitsyn, vrouw Natalya en de drie zoons gepakt en gezakt wachtend op het sein voor vertrek uit hun huis, gelegen in splendid isolation in Cavendish, Vermont. Buiten de hekken ligt een batterij journalisten en fotografen klaar om alles te registreren. Solzjenitsyn komt nog even uit zijn auto, omklemt theatraal een paal en zegt op alle vragen: “Mijn zoon beantwoordt alle vragen.”

Wat bezielde hem na twintig jaar ballingschap als 75-jarige man terug te keren? Zelf laat hij zich daar in de film niet over uit, maar zijn vrouw zegt: “We gaan niet voor de triomf, we gaan voor het werk, voor de toekomst van Rusland.”

Bij de eerste blikken vanuit het vliegtuig op Rusland kan Solzjenitsyn zijn geluk nauwelijks op. Zijn zoons wenken hem naar een raampje van waaruit hij een beter uitzicht heeft. Solzjenitsyn kijkt en roept: “Het verandert allemaal, pas nu verandert het!”

Dan komt de onvermijdelijke ontnuchtering. Althans, zo ervaar je het als kijker. Hoe de Solzjenitsyns het allemaal hebben ondergaan, blijft vaag.

Er zijn de botsingen met de fotografen die het gezin overal hinderlijk schaduwen. “Jullie trapten op de voet van mijn vrouw”, klaagt Solzjenitsyn. “Hoe kunnen wij zo met gewone mensen praten?” vraagt een zoon. “Jullie hebben het op één na oudste beroep van de wereld”, scheldt Natalya. De verontwaardiging maakt een wat hypocriete indruk, want als tv-kijker weet je dat hij wèl toestemde in de permanente aanwezigheid van een BBC-ploeg - iets wat ook al die andere persmensen ter plekke niet ontgaan zal zijn.

Er zullen nog veel meer ongerechtigheden op het pad van de Solzjenitsyns verschijnen. Tijdens de treinreis door meldt de mafia zich in de persoon van een dronken boef die 'protectie' aanbiedt. “Wat moeten we doen als de mafia achter ons aanzit?” horen we een zoon telefonisch vragen. Enkele veiligheidsmensen worden ingeschakeld, de gangster komt niet meer terug.

De sfeer raakt geprikkeld. Solzjenitsyn maakt ruzie met zijn vrouw die het zwaailicht op een escorterende auto niet nodig vindt. “Hou op met die eindeloze verwijten”, roept Solzjenitsyn. “Wij weten wanneer de bloemen uit het hart komen en wanneer niet”, zegt zijn vrouw - een spreuk om in de keuken op te hangen.

Je vraagt je gaandeweg vooral af hoe Solzjenitsyn de scepsis - over de situatie in hun land, maar ook over zijn terugkeer - van veel Russen heeft ervaren. In Alan Ude, op 3.509 mijl van Moskou, zegt in een zaaltje een man bitter tegen hem: “Het is allemaal met u en uw geschrijf begonnen. Het heeft ons land op de rand van de afgrond gebracht. Vandaag heeft Rusland u niet meer nodig, ga terug naar uw gezegende Amerika.”

Een melkboer voegt hem toe: “Ik kan geen melkmeisjes vinden, ze zijn allemaal dronken. Toen er nog communistische jeugdkampen waren, konden ze nog ergens naar toe.”

Op een dag staat Solzjenitsyn op verzoek een boek te signeren. “Besef je wel dat er allemaal KGB'ers om je heen staan”, zegt een oude man tegen hem. “Ze hebben nooit berouw getoond.” “Als iemand mij een boek van me geeft, teken ik, wie het ook is”, reageert Solzjenitsyn. Hij voegt eraan toe dat het nu tijd is om het beste in de mensen naarboven te halen, maar die oude man lijkt daar allang niet meer in te geloven.

Naarmate de reis vordert, lijkt er een steeds grotere discrepantie te groeien tussen de opgetogenheid van Solzjenitsyn en de gelatenheid van de Russen. “De emoties barsten uit mijn borst”, zegt de schrijver tegen het einde, “ik denk niet meer aan Amerika, ik heb me volledig in het leven hier gestort.”

Maar wat veroorzaakte precies zijn blijheid? Louter het weerzien met zijn land en zijn volk? Wat vond hij van de beroerde omstandigheden waarin veel mensen nog steeds leefden? Dat blijft onduidelijk. Het is het minpunt van deze bijzondere film: Solzjenitsyn komt, merkwaardig genoeg, zèlf te weinig aan het woord: hij reflecteert voor de camera nauwelijks op de stroom van indrukken die op hem afkomen. Maar dat hij zijn ogen niet in zijn zak had, blijkt uit dit citaat: “Ik ben altijd optimistisch geweest, nu is dat moeilijker - ik kan alleen maar zeggen dat ik niet alle hoop heb opgegeven.”

Er is een bijna metaforische 'scène' in een vervallen ziekenhuis. Solzjenitsyn brengt er een haastig bezoek, hij heeft nauwelijks de tijd om met de patiënten te praten. Eén patiënt, die al jaren tevergeefs wacht op bepaalde medicijnen, zegt na afloop van het bezoek: “De beroemde mensen komen en gaan, de gewone man luistert en blijft achter.”

Een vorst was teruggekeerd uit zijn ballingschap - zo ondergingen velen zijn thuiskomst en zo gedroeg Solzjenitsyn zich soms ook.