De schok van Beethovens Vijfde

De oogst van de stilte. Regie: Eline Flipse. In: Nijmegen, Cinemariënburg; Amsterdam, Movies

Documentairemaakster Eline Flipse heeft zich met De oogst van de stilte geen eenvoudige taak gesteld. Ze moest haar aandacht verdelen over vijf componisten, van wie er een overleden is en de anderen zich grosso modo op drie uiteengelegen plekken op de wereld bevinden, in New York, Parijs en China. Daarnaast heeft ze willen laten zien hoe een orkest als Het Nieuw Ensemble zo ongeveer verslaafd is geraakt aan hun muziek en ontkwam zij er niet aan haar film te larderen met fragmenten van de registraties van twee tijdens de vorige editie van het Holland Festival hier uitgebrachte korte opera's.

De overdaad breekt Flipse niet op. Op het gevaar af de kijker te verwarren, introduceert ze direct aan het begin van De oogst van de stilte alle elementen. Door schitterend gefotografeerde beelden (van Erik van Empel) van de steile oevers van de rivier de Yangtze maakt ze ook terstond duidelijk dat de aard van haar documentaire impressionistisch en sferisch is. Ze geeft slechts indrukken van de culturele achtergrond van haar hoofdpersonen en die bieden geen harde informatie. Maar tegelijkertijd onthullen de beelden van vissers die in een prachtig, bijna gestileerd ritme hun netten uitwerpen een heel universum. Van rust en isolement, van een rauw ongepolijst bestaan maar ook van kwetsbaarheid en ontvankelijkheid.

Dat is de wereld waaruit Tan Dun, Guo Wenjing, Qu Xiao Song, Chen Qigang en Mo Wuping voortkomen. Ze zaten bij elkaar in de klas, in 1979, zojuist terguggekeerd van hun heropvoeding op het platteland in het kader van de eindelijk geëindigde barbarij van de Culturele Revolutie. Tot dat moment slechts op de hoogte van het beperkte ijzeren repertoire van een tiental modelopera's, was hun kennismaking met bijvoorbeeld Beethovens Vijfde een schokkende ervaring. “Da, da, daaa!”, imiteert Tan Dun en hij probeert vergeefs in woorden uit te drukken welk effect de onbekende klanken destijds op hem hadden. Maar juist dat onvermogen maakt alles duidelijk.

De oogst van de stilte combineert Newyorkse straatbeelden met buffels in Sichuan, het portret van de lokale partijsecretaris Chen met dat van de liefdevolle en begeesterde dirigent van het Nieuw Ensemble, Ed Spanjaard, collectieve herinneringen van de componisten aan hun ooit gedeelde studentenkamertje met getuigenissen over hun individuele artistieke ontwikkeling en Chinese folklore met de uiterst esthetische opvoeringen van Qu Xiaosongs The Death of Oedipus en Guo Wenjings Wolvendorp. Alle impressies te zamen zijn verleidelijk en meeslepend, al is het soms moeilijk de componisten en hun werk onderling te onderscheiden.