Andere mensen geloven fout

Twintigjarige Ajedda met de logge, kastanjeglanzende vlecht in het haar stelt me bij het theedrinken de niet direct voor de hand liggende vraag of ook ik van mening ben dat Isa aan het kruis is gestorven. Isa is de Arabische naam voor Jezus, een man die de moslims vertrouwd is omdat hij in de Koran wordt genoemd als een van de profeten die aan Mohammed, de laatste, voorafging. Van Jezus' eventuele goddelijkheid is in de Koran uiteraard geen sprake en ook zijn kruisdood krijgt geen vermelding. “Denk jij ook, Isa is doodgegaan aan dat kruis?”

Er schittert een begin van triomf in Ajedda's ogen, wat me de indruk geeft dat ze zit te popelen om mij zo meteen de ware feiten van het geloof bij te brengen. “Veel mensen geloven inderdaad dat Jezus aan het kruis is gestorven”, zeg ik. “Zo staat het in de bijbel, het heilige boek van de christenen. Veel christenen geloven dat het verhaal van de bijbel echt gebeurd is.” Ajedda kijkt glunderend naar de vriendin die naast haar zit, ze giechelen samen. “Het is niet waar”, zegt ze dan. “Die mensen geloven fout. Isa is echt gewoon doodgegaan. Niet aan een kruis.” Zij proest wat, ze vinden het passieverhaal duidelijk maar een malle geschiedenis en voelen geen spatje ontroering bij het verhaal van Jezus' lijden en sterven. Het heeft geen zin om met Ajedda te redetwisten.

Discussies over geloofszaken is ze niet gewend en meer dan een nonchalant soort respect voor andermans geloof kun je van haar niet verwachten. Want Ajedda is de enige niet. Integendeel. De gelovigen vinden elkaars godsdienst collectief behoorlijk krankzinnig.

Als de Poolse vrouwen in de klas leren dat de profeet Mohammed een tiental vrouwen trouwde, en dat hun moslim-klasgenoten dat niet alleen de normaalste zaak van de wereld vinden, maar dat ze hem ook nog bewonderen en allerlei zachtmoedige trekken toeschrijven, dan is de verbijstering op hun ontzette gezichten met geen pen te beschrijven. In een eerdere les hebben ze mogen vernemen dat hun Marokkaanse klasgenoten aan tafel met de hand uit de gezamenlijke pot eten, en dat vonden de Poolsen eigenlijk al onoverkomelijk, want bijzonder onhygiënisch, maar dit slaat werkelijk alles. Vinnig fluisterend wenden ze zich tot elkaar, je hoort ze lispelen: “getsiederrie, tien vrouwen, hoe is het mogelijk!” Zelf zijn de Poolse vrouwen stevig katholiek, fervente aanhangsters van de moeder van Jezus en van de paus, al gaan ze nog net niet zover dat ze gouden kruisjes aan kettingen om hun hals dragen, zoals Louisa uit Brazilië doet en die de omvang van dit katholieke symbool meteen maar heeft aangepast aan de maat van haar borsten.

Saamhorige moslim èn katholieke hilariteit wordt tentoongespreid wanneer de tengere Vanida uit Sri Lanka een felkleurige ansichtkaart van Ganesja laat zien, de hindoegod met het dikke buikje en de olifantskop. Ik ben eens bij haar thuis geweest en heb daar de ontroerende kleine huistempel mogen aanschouwen: een verzameling Indiase ansichtkaarten, een paar kitscherige godenbeeldjes en wat wierook op de middelste plank in de linnenkast op de overloop, vaders ondergoed op de plank erboven en de voorraad schone witte lakens eronder, maar dit lijkt me niet het juiste gezelschap om daarover te vertellen. Vanida's betoog, naar aanleiding van de opdringerige Ramadan, die veel te lange maand vol bleke moslimvrouwen die hun vermoeide hoofd in de klas gewoon op hun schrift laten rusten, dat hindoes ook een soort vasten kennen, iets onduidelijks met een menu van melk en bananen, was immers ook al met weinig interesse aangehoord.

De eigen godsdienst is aan geen enkele twijfel onderhevig, bespottelijk vindt men uitsluitend de ander. Tot die iets belangwekkends te bieden heeft. Heilig water uit Mekka bijvoorbeeld, dat de reputatie heeft genezend te zijn. Wie ervan drinkt mag een wens doen. Een Somalische vrouw heeft het bij zich, het is bestemd voor haar vriendin die zich de laatste tijd niet goed voelt. Nu telt alleen de mogelijke bruikbaarheid van het geloofsartikel, en niet langer de verpakking. Gelukkig maar, want dat emmertje van Albert Heijns eigen-merk frietsaus, waarin het kostbare vocht wordt bewaard, heeft nu niet wat je noemt een gewijde uitstraling.