Als het geld op is, komen de kevers

Dozen, dozen, dozen en glazen potten. Dat is het Rijksherbarium in Leiden: 70.000 archiefdozen met daarin 2,75 miljoen vellen met gedroogde planten en 15.000 glazen potten met daarin evenzoveel vruchten en bloemen, bewaard op alcohol. In dependances bevinden zich nog ruim een miljoen varens, mossen, algen en schimmels.

Een kaartsysteem voor de dozen is er niet, de collectie is haar eigen catalogus. Zes zalen vol kasten. De mappen liggen gesorteerd op plantenfamilie en verder alfabetisch op soortnaam. “Het is ouderwets, maar ik zou niet weten hoe het anders moet”, zegt G. Thijsse, collectiebeheerder van het in 1829 opgerichte Rijksherbarium. “Alles elektronisch invoeren kost veel tijd en geld, en iedereen wil toch gelijk de planten zelf zien.”

Grote problemen heeft de internationaal vermaarde plantencollectie nog niet, zegt Thijsse. Maar volgend jaar kort de faculteit 20 procent op het budget en vanaf 1996 is er eigenlijk helemaal geen geld meer voor het “duurzame archief van de wilde flora”. Want het herbarium is voortaan geen 'kerntaak' meer van de door de bezuinigingen getroffen universiteit. De omslag is groot: dit najaar nog verhuist het herbarium naar een mooi nieuw pand, op besluit van dezelfde faculteit drie jaar geleden. Directeur prof.dr. P. Baas heeft zijn hoop gevestigd op staatssecretaris Nuis: drie miljoen gulden is nodig om het herbarium en de nauw ermee verbonden Hortus Botanicus te laten voortbestaan. Anders moeten de deuren dicht en zullen de kevers en andere insecten oprukken. Binnen een paar jaar is er dan niets meer over van de takjes, blaadjes en vruchten. Nu nog gaat gemiddeld iedere anderhalve jaar de gehele collectie door de diepvriezer: bij een temperatuur van min dertig graden wordt de meeste vraat gedood.

Voorlopig is het geldgebrek alleen nog aan kleine zaken te zien. Dure glazen potten met op maat geslepen glazen deksels worden al jaren niet meer aangeschaft. Het personeel neemt tegenwoordig oude jampotjes mee naar het werk: een paar honderd per jaar. “Die metalen dekseltjes gaan natuurlijk roesten”, zegt Thijsse onheilspellend. En de plastic potjes die hier en daar in de kasten staan, gaan scheuren.

Zwaartepunten van de collectie, die tot de top-tien van de wereld behoort, zijn planten uit Europa en - gelukkig gevolg van een koloniaal verleden - uit Zuidoost-Azië. Wereldwijd zijn de taken verdeeld. “Van de 50.000 Maleise plantesoorten hebben wij er ongeveer 45.000”, zegt Baas trots. De verzameling Nederlandse planten (2.000 soorten) is natuurlijk compleet.

De collectie van in totaal vier miljoen exemplaren wordt jaarlijks met 25.000 gedroogde planten uitgebreid. Sommige zijn afkomstig uit eigen expedities, andere zijn dubbele exemplaren die worden toegezonden door buitenlandse herbaria. “Anti aids, anti cancer research” staat op een van die exemplaren, uit Chicago.