Albanie als eerbewijs voor het Italie van de 'fietsendieven'

Lamerica. Regie: Gianni Amelio. Met: Enrico Lo Verso, Michele Placido, Carmelo di Mazzarelli, Piro Milkani. In: Amsterdam, Cinecenter en Rialto; Rotterdam, Lantaren/Venster; Den Haag, Filmhuis; Utrecht, 't Hoogt; Eindhoven, Plaza Futura; Groningen, Liga'68; Nijmegen, Cinemariënburg.

De drie meest recente films van de Italiaanse regisseur Gianni Amelio (Porte aperte, 1990; Il ladro di bambini, 1992; Lamerica, 1994) wonnen alle de Felix-prijs voor de beste Europese film van het jaar. Het is nauwelijks overdreven Amelio te beschouwen als de laatste internationaal succesvolle vertegenwoordiger van de ooit toonaangevende Italiaanse kunstzinnige cinema. Die wortelde - van Fellini via Antonioni, Pasolini en de Taviani's tot Bertolucci - in het naoorlogse neorealisme, waaraan Amelio in zijn laatste twee films eer bewijst.

De titel Il ladro di bambini, het verslag van een reis door het huidige, aan geestelijke armoede bezwijkende Italië, verwijst uiteraard naar De Sica's Ladri di biciclette (Fietsendieven, 1948) en in Lamerica valt twee keer het woord Paisà: niet alleen het Siciliaanse woord voor 'kameraad', maar ook de titel van Rossellini's neorealistische sleutelfilm uit 1946. Met co-scenarist Fellini schetste Rossellini in zes episoden de ontreddering van het naoorlogse Italië, door het prisma van de Amerikaanse bezetters, die door sommigen als bevrijders werden toegejuicht. Amerika, de droom van landverhuizers in spe, was nu in persoon naar Sicilië gekomen. Een zwarte GI realiseert zich door zijn vriendschap met een oorlogswees de internationale verwantschap tussen 'verdrukten in hongersfeer'. En linksgeoriënteerd Italië kon in Paisà achteraf een profetie zien van de overwinning van de Amerikaanse massacultuur, die bijna een halve eeuw later in de verkiezing van Berlusconi haar ultieme bekroning zou krijgen.

De vergelijking van het postcommunistische Albanië met het postfascistische Italië, die Amelio in Lamerica beproeft, is een briljante vondst. Onder het bewind van Hoxha stond er nog gevangenisstraf op het kijken naar de Italiaanse televisie. Desondanks deed iedereen het en vormen discodreunen, schaars geklede quizassistentes en droomkeukens de essentie van de Albanese voorstelling van voorspoed, vrijheid en geluk. In Amelio's film komen twee engelen uit dat Beloofde Land in een 'fourwheeldrive' neerstrijken in Tirana, waar het straatbeeld meer aan Peking herinnert dan aan enige andere Europese stad. In feite spelen Michele Placido en Enrico Lo Verso (de gendarme uit Il ladro di bambini) schimmige entrepreneurs, die een schoenfabriek voor een prikkie op willen kopen en daartoe een achterlijke, manipuleerbare Albanese staatsburger zoeken als stroman-directeur. Ze vinden een oude baas (Carmelo di Mazzarelli), die al sinds de communisten aan de macht kwamen in de gevangenis heeft gezeten. Na enige tijd blijkt hij een achtergebleven militair uit Mussolini's bezettingsmacht, die begint te dementeren en denkt dat het vlak na de oorlog is en dat Lo Verso hem naar hun gemeenschappelijke Siciliaanse geboortedorp terug zal brengen. Lo Verso is de zwarte GI, die na vele omzwervingen tot het inzicht moet komen dat zijn superioriteitsgevoel ten aanzien van de Albanezen misplaatst was. Ontredderd en zonder paspoort belandt hij met de oude ex-militair op een schip vol vluchtelingen dat koers zet naar Bari. De man denkt dat ze naar Amerika varen. De kijker weet dat het schip vol 'economische vluchtelingen' teruggezonden zal worden.

Als Amelio beweert dat Lamerica geen neorealistische film is, heeft hij maar een beetje gelijk. De in Albanië opgenomen half-documentaire, met soms regelrecht melodramatische beelden zijn uiteraard doorgecomponeerd en niet zo 'spontaan' als in Rossellini's tijd, maar ze spreken een modern dialect van zijn beeldtaal. Net als in een neorealistisch meesterwerk balanceert Amelio steeds tussen kitsch en waarachtigheid. De rillingen lopen je over het lijf als een klein Albanees meisje in een morsig pension een van de televisie afgekeken hitsig dansje uitvoert en een moeder of tante de Italiaanse gasten aanbiedt haar mee te nemen naar de studio in Rome. Maar de overeenkomst met thema en titel van Il ladro di bambini, een net iets geloofwaardiger en consequentere film dan het bij vlagen imponerende Lamerica, is te groot om niet te berusten op een verre van spontane scenarioconstructie.