Achmea duikt in verzekeringsgat collectieve sector

AMSTERDAM, 12 APRIL. De naam van verzekeraar Achmea is nieuw. Ook het terrein waar de begin dit jaar uit AVCB (Avero en Centraal Beheer) en Zilveren Kruis voortgekomen groep verder wil groeien ligt nog behoorlijk braak: Achmea wil uitbreiden in de leegte die de overheid achterlaat wanner zij zich als verzekeraar terugtrekt uit de sociale zekerheid.

Achmea, met een omzet van ruim 11 miljard gulden en een netto winst van 398 miljoen een grote speler op de Nederlandse verzekeringsmarkt, heeft naar eigen zeggen de expertise in huis. Toen het vorige kabinet zijn omstreden WAO-maatregel nam, sprong Achmea (net als andere verzekeraars overigens) met een aanvullende verzekering in de leemte om het zogeheten WAO-gat te dichten. Ook het begin 1994 ingevoerde eigen risico in de ziektewet kan bij Achmea worden bijverzekerd.

Bij de presentatie van de resultaten gisteren zat 'de expertise' van Achmea voor het eerst naast elkaar achter de bestuurstafel. Voorzitter en AVCB-man G. Swalef speelde de meer ingewikkelde vragen over zorgverzekeringen door naar medebestuurder mr. P. Overmars, tevens hoofddirecteur van Zilveren Kruis. Over de nog minimale bancaire activiteiten van de groep kwam de bankier van het gezelschap, mr. Z. Baron van Hövell tot Westerflier, aan het woord. Hij is directievoorzitter van het vorig jaar van Vendex overgenomen Staal Bankiers.

Overmars volgt op de voet wat de overheid met het stelsel van de sociale zekerheid van plan is: “Dat bepaalt ons leefmilieu”. Op dit moment heeft een op de zes Nederlanders een zorgverzekering bij een van de Achmea-bedrijven ondergebracht. Achmea ziet voor de eigen groep grote kansen in de privatisering van de werknemersverzekeringen, maar waarschuwt dat de veranderingen niet te snel mogen plaatshebben. Een omslagstelsel wordt vervangen door een stelsel met kapitaaldekking. Om premieverhogingen te voorkomen moet volgens Achmea de weg der geleidelijkheid worden bewandeld en moeten delen van het oude stelsel overeind blijven. Zo wil Achmea dat de overheid als verzekeraar een taak houdt bij de “moeilijk verzekerbare risico's”.

Achmea wil de eigen taken op het terrein van de geprivatiseerde en nog verder te privatiseren sociale verzekeringen niet alleen zien als “een overheveling van geld”. De activiteiten van een verzekeraar in die markt zijn volgens Overmars veel breder. Zo ziet hij een rol in het “gezondheidmanagement” waarbij Achmea wil helpen bij het verkorten van wachtlijsten voor behandeling. Bovendien wordt er met Arbo-diensten en bedrijfsverenigingen samengewerkt om het ziekteverzuim te verminderen. Door dergelijke maatregelen zegt Achmea in 1994 al 8.000 “zorg- en verzuimdagen” te hebben bespaard. Achmea ziet ook grote groeimogelijkheden in de sportwereld. De verzekeraar heeft een markt aangeboord in de vorm van 750.000 leden van de Nederlandse tennisbond. In de regio Rotterdam en Haarlem doen zo'n 55 tennisverenigingen mee met een proefproject ter voorkoming van sportblessures en daaruit voortvloeiend ziekteverzuim.

Er zijn ook verzekeringsmarkten waaruit Achmea zich terugtrekt. Swalef maakt zich grote zorgen over de groei van schadeclaims. Zo is Achmea gestopt met de verzekeringen tegen medische aansprakelijkheid van ziekenhuizen, een zwaar verliesgevende activiteit. In 1994 werd 10 miljoen gulden binnengehaald aan premies, terwijl voor 30 miljoen moest worden gereserveerd voor schade, die zich vaak pas op de lange termijn voordoet.

Achmea, dat zich ook met schade- en levensverzekeringen bezighoudt groeit gestaag. De winstgroei in 1994 van bijna 16 procent is echter voor een deel te danken aan de overname van zorgverzekeraar Het Groene Land en het verworven belang van 92 procent in Staal Bankiers. Autonoom groeide Achmea in 1994 met 7 procent.

Ondanks het feit dat de bancaire activiteiten van Achmea nog slechts 2 procent van de totale omzet uitmaken, deinst Swalef er niet voor terug om het Allfinance-concept te huldigen. “Wij hebben met onze miljoenen verzekeringsklanten voldoende groeimogelijkheden in de bancaire activiteiten, zeker nu we Staal hebben.” Een nieuwe acquisitie in de bankensector sloot Swalef gisteren uit.

Volgens Staal-voorzitter Van Hövell gaat Achmea proberen meer bankprodukten te verkopen aan de klanten die al een verzekering bij het concern hebben afgesloten. Daarvoor is in de filosofie van Achmea een uitgebreid distributienetwerk zoals de collega-banken bezitten niet nodig, al is het alleen maar wegens de ontwikkelingen op elektronisch gebied. Bankieren kan volgens Achmea prima vanuit een centrale plek met hulp van een beperkt aantal verzekeringswinkels en de loketten van Vendopolis in de V&D-warenhuizen. En met een verwijzing naar de inkrimpingen van de kantorennetten die door de grote banken worden doorgevoerd: “Die vele kantoren blijven ons juist bespaard.”