Werktitel: Euromunt

DE SNELLE DOORSTEEK naar een Europese munt is afgestopt, maar de institutionele machinerie naar een gemeenschappelijk betaalmiddel van een aantal landen van de Europese Unie draait gestaag door. Afgelopen weekeinde, op een informele bijeenkomst van de ministers van financiën en centrale-bankpresidenten van de EU, is duidelijk geworden dat de weg naar één munt lang, risicovol en slechts begaanbaar voor een beperkte groep landen zal zijn. Tegelijkertijd begint de Euromunt echte vormen aan te nemen nu voor het eerst gesproken is over de datum van invoering, over de indeling van de munten en bankbiljetten, over de vorm, de beeltenissen en de naam.

En daarmee begint de Europese munt, het geesteskind van de Franse oud-voorzitter van de Europese Commissie Jacques Delors om de monetaire macht van de Duitse Bundesbank te breken, tastbaar te worden. Over zeven jaar, in het jaar 2002, kan een aantal EU-landen overgaan op één munt. De naam spreekt het publiek meer aan dan de technische discussies over de 'convergentiecriteria' uit het verdrag van Maastricht.

DE EUROCRATEN hebben de publieksvoorlichting over de invoering van een gemeenschappelijke munt sterk verwaarloosd. Zolang toch nog niet duidelijk was of die munt er ooit zou komen - en zo ja: met welke groep landen en wanneer - was dat niet zo erg. Maar nu rijzen vragen of de hypotheek in het jaar 2002 moet worden omgezet van guldens in Euromunten, of de rente dan verandert, of de pensioenregeling of lijfrentepolis die na 2002 tot uitkering komt hun oude guldenswaarde behouden en of het spaargeld voor de kinderen straks minder waard is als de gulden verwatert met de lire en de drachme.

De financiële deskundigen bezweren dat dit niet zal gebeuren, omdat de invoering van een gemeenschappelijke munt slechts mogelijk is als dit beperkt blijft tot een kleine groep landen en als die munt even hard is als de D-mark. Maar voor het publiek gaat het om gerechtvaardigde emoties en knagende vragen.