Van twaalf naar vier diploma's bij verpleegkunde

GRONINGEN, 11 APRIL. Ziekenverzorger Wim van der Wiel loopt in snelle pas over de gang van verpleeghuis Neerwolde in Groningen. Bijna klaar met de ochtendschoonmaak. Zo dadelijk een gesprek met een arts. Een nieuwe opleidingsstelsel voor verzorgers? Hij heeft ervan gehoord ja, maar snappen doet hij het nog niet. “Een hogeschoolstudent kan heel leuk een hele ochtend met één patiënt bezig zijn, maar die vergeet dan dat we met zeven man veertig patiënten hebben.”

Gisteren sloten minister Ritzen (onderwijs), minister Borst (volksgezondheid) en de organisaties in de gezondheidszorg een akkoord over een nieuw opleidingsstelsel voor verplegers en verzorgers. Van de huidige twaalf opleidingen blijven er uiterlijk in augustus 1997 nog maar vier over, te weten: HBO-verpleegkunde (vier jaar), MBO-verpleegkunde (drie jaar), MBO-verzorging (drie jaar) en kort MBO (een of twee jaar), dat opleidt tot de nieuwe functie van assistent/helper zoals brancardrijder, keukenhulp, administrateur en dergelijke. Omdat werkgevers hun ziekenverzorgers en verpleegkundigen niet meer willen inzetten voor huishoudelijke en administratieve karweitjes, is deze opleiding in het leven geroepen.

Allevier de opleidingen zijn te volgen in twee varianten. Naast een gewone dagschool met stages kan een leerling ook kiezen voor de combinatie werken-leren. Hierbij organiseert het ziekenhuis of de zorginstelling werk en praktijklessen en neemt de school de theorie voor haar rekening. De oude in-service opleidingen bij de ziekenhuizen worden ondergebracht bij MBO-scholen en hogescholen, die daarbij tegelijkertijd 150 a 200 miljoen krijgen overgedragen.

Tot dusver kozen leerlingen direct bij de start van hun opleiding een richting als bijvoorbeeld thuiszorg, psychiatrie, gezins- of bejaardenverzorging. In het nieuwe stelsel krijgen ze eerst een brede basisopleiding en bepalen ze pas in het laatste deel van hun studie de richting. De nieuwe opzet komt voort uit vijf regionale experimenten in het onderwijs. “De kern van de vernieuwing is dat leerlingen nu niet zo zeer de richting kiezen, als wel het niveau”, reageert W.J. Speets. Onder zijn leiding experimenteerden de afgelopen vier jaar twaalf ziekenhuizen, 35 verpleegtehuizen, drie psychiatrische ziekenhuizen, acht verzorgingshuizen en 35 thuiszorg-organisaties in de regio IJmond met het model.

Vooral leerlingen hebben profijt bij het nieuwe stelsel, zegt hij. Wie overstapt, hoeft niet van voren af aan te beginnen. Nu nog begint een leerling helemaal opnieuw als hij bijvoorbeeld wil overstappen van psychiatrie naar de thuiszorg. Het scheelt de leerling niet alleen in opleidingstijd, het bespaart de overheid ook opleidingskosten van “enkele duizenden guldens” per student per jaar, verwacht Speets. Verder kunnen afhakers, die nu “al heel snel ongekwalificeerd als de kassa bij Albert Heijn zitten omdat ze met een andere opleiding aansluiting missen” in het vervolg veel gemakkelijker terugvallen op een kortere opleiding een niveau lager.

Het was hard nodig orde te scheppen in de “ondoorzichtige kluwen opleidingen”, zegt Speets. Zelf was hij jarenlang directeur van een in-service opleiding in Rotterdam en hoorde hij steeds vaker dat instellingen behoefte hadden aan breder opgeleide verplegers en verzorgers. “De psychiatrische patiënt vind je vandaag de dag niet alleen meer in een psychiatrisch ziekenhuis, die vind je ook verzorgingshuizen, de thuiszorg ja zelfs op je verjaardagspartijtje. Je ziet nu de muren tussen instellingen steeds meer verdwijnen, ook het personeel zich moet aanpassen.”

Bovendien was er sprake, zoals Speets zegt, van 'diploma-inflatie'. Wie de personeelsadvertenties erop nasloeg, zag onmiddellijk dat de werkgevers steeds minder onderscheid maakten tussen de veertien verschillende diploma's. Speets: “Een ziekenhuis vroeg een verpleegkundige, die unit-leidster wordt op de afdeling huidziekten. Gevraagd werd óf HBO-verpleegkunde óf een A-verpleegkundige, óf MBO-verpleging óf een MDGO-verpleging. Wie kan daar nog wijs uit?”

Wel waarschuwt Speets ervoor dat leerlingen niet té breed moeten worden opgeleid, waarbij ze hun specialisme uit het oog verliezen. Maar dat kan de komende maanden voorkomen worden als de precieze inhoud van de opleidingen wordt vastgelegd. Daarbij zal het ook duidelijk moeten worden hoe de MBO- en HBO-opleiding verpleging zich tot elkaar verhouden; beiden geven het recht op de wettelijk erkende titel 'verpleegkundige'. Speets: “Heel makkelijk zal dat niet worden omdat scholen die de opleidingen nu organiseren toch vaak redeneren: big is beautiful, als de bankjes maar vol zijn.”

In het Groningse verpleeghuis Neerwolde legen Marieke Pannekoek en Gerda Bezema de vuilnisbakken. Ook zij kunnen de plannen niet goed overzien. Gerda, die een jaar geleden haar in-service opleiding afrondde, vond vijf weken theorie per jaar meer dan genoeg. “Laten ze daar niet meer van maken. Je staat heel zeker in je schoenen als je je diploma krijgt, want je hebt dan al twee jaar ervaring.” En stagiaires van het MBO raken helemaal in paniek als er iemand niet goed wordt, zegt ze. “En dat raken ze niet kwijt in vier weken stage.”