Tierende tijdschriften

Yang, 31ste jrg.nr.1. 122 blz.ƒ17. Postbus 245, B-9000 Gent

Yang verjongt. Het toch al allerminst bedaagd aandoende Vlaamse kwartaalblad van Van Bastelaere, Spinoy, Vandevoorde en Luc Missine is vanaf nu van babyboomers Inge Arteel (1969), de even oude en even Gentse Jürgen Pieters, en Peter Venmans (1963) uit Leuven. Ten afscheid schreef Dirk van Bastelaere een artikel over de literaire tijdschriften in Vlaanderen, onder de titel 'De infrastructuurstrijd'. “Het is wel de op alle echelons uitstekende organisatie van de Nederlandse literaire sector die de ongunstige evolutie in het Vlaanderen van de vroege jaren '80 in gunstige zin heeft omgebogen.”

Van Bastelaere zit ongegeneerd te kwijlen bij het Nederlandse subsidiesysteem; hij verwacht van een navolging spectaculaire resultaten voor de Vlaamse literatuur. Als het ware met gebogen hoofd van schaamte stipt hij enkele Vlaamse literair-financiële en sociale schandalen aan uit de jaren '80. We weten het: voorzover Vlaamse auteurs niet overstapten naar Amsterdamse uitgeverijen werden hele Vlaamse uitgevers wel overgenomen door de Nederlanders; de malaise leek haast lachwekkend. Kritak, Manteau, Houtekiet, Dedalus; het is allemaal in Hollandse handen. Maar volgens Bastelaere is er intussen sprake van een 'renouveau' van de Vlaamse literaire tijdschriften. Het genieten daarvan werd echter voor Van Bastelaere danig bedorven door een 'de druiven zijn zuur'-gevoel, omdat andere bladen dan Yang meer subsidie ontvingen en/of meer gelezen werden. En op het moment van schrijven wist de ex-redacteur van Yang nog niet eens dat de verspreiding van het opgefriste DWB (Dietsche Warande & Belfort) door een grote Nederlandse uitgever, De Bezige Bij, ter hand is genomen.

Het grootste deel van dit nummer van Yang is gewijd aan de Cubaanse schrijver Guillermo Cabrera Infante, die sinds 1965 niet meer in zijn geboorteland is geweest. Dertig jaar in ballingschap, en toch, en nog, is Cabrera Infante de meest geïnterviewde Cubaanse auteur. “In Londen woon ik op drie blokken van Carlos Fuentes en op vijf blokken van Vargas Llosa. Zij komen ook bijna nooit meer in Mexico of Peru, maar ze hebben daar wel nog een publiek. Ik niet. De mensen voor wie ik schrijf kunnen geen boeken van mij te pakken krijgen.” Het interview moet geruime tijd geleden afgenomen zijn. Een jaar geleden al waren er in La Moderna Poesia, de grootste boekhandel van Havana, meer personeelsleden dan boeken aanwezig, en zij bewaakten loom weinig meer dan de oneindig vaak afgestofte verzamelde edities Marx en Lenin.