Rotzakken?

Wij zaten op een balkon in Estoril. De overdreven blauwe zee lag aan onze voeten. Een paar vrijmoedige golfjes kabbelden tegen de rotsen van deze Portugese badplaats. De gastvrouw had zojuist verteld dat de koning van Portugal volgende maand gaat trouwen - hij is 48 en heeft lang gewacht met zijn keuze te maken - en wij luisterden in sympathiek zwijgen. Een vredig land aan de buitengrenzen van Europa. Het enige grote probleem schijnt het gebrek aan hemelwater te zijn, want het heeft al een maand niet geregend. Maar overigens was het vredig om ons heen.

Totdat iemand twee namen noemde: Muster en McEnroe. De eerste in zijn volle 27-jarige fleur, de ander voornamelijk ex-tennisser, al hanteert hij af en toe een microfoon om te vertellen welke fouten zijn opvolgers maken. Ook mijdt hij de goed-betalende commercials niet, want dollars zijn er om verdiend te worden. Een Engelse journalist die al jarenlang een onbedaarlijk aantal toernooien afloopt en desalniettemin opgewekt door het leven gaat, vroeg mij op de man af of ik het betreurde dat John McEnroe zichzelf gepensioneerd heeft. Daar kon ik volmondig ja op zeggen. Je behoort geen boef te zijn, maar als het onvermijdelijk is, dan in elk geval een boef met talent. Aan die voorwaarde voldeed McEnroe.

Een Amerikaanse fotografe, die onze lofzang op de tennisser McEnroe beluisterde, sprong van verontwaardiging bijna over de omrastering van het balkon heen. The Big Mouth uit New York mocht wat haar betreft achter de tralies gezet worden. Wat zij en haar collega's in de loop der jaren aan scheldwoorden over zich heen hadden gekregen spotte met alle fatsoensnormen. McEnroe was een beest en daarmee uit. Bovendien had hij een drugsprobleem, kortom: een abominabel voorbeeld voor al die miljoenen jonge tennissers die tegen hem op zagen alsof hij rechtstreeks onder God stond.

Mijn Engelse collega en ik zagen de zaak minder ethisch en meer praktisch. Het vertrek van de Amerikaanse topspeler betekende een verarming van de sport, die hij even eigenzinnig als talentvol had beoefend. Wat kregen wij ervoor terug? Meer spierballenknallers, meer gravelbijters, minder inspiratie en variatie. Wij waren bereid de slechte manieren, de platte arrogantie en de grote bek van McEnroe op de koop toe te nemen. Maar Muster dan? Kon die ermee door? Een bezeten zwoeger. Een “never say die”-type, behept met een goede, maar niet uitzonderlijke aanleg en voorzien van een bijna bovenmenselijke wilskracht. Volgens mijn informant “betrapte” een Portugese official hem, liggend op de grond van zijn kleedkamer, bezig met rek- en strekoefeningen - niet vlak voor zijn wedstrijd uit de halve finale tegen Emilio Sanchez, maar erna.

Thomas Muster moet er honderd procent tegenaan, zo niet, dan wordt hij ernstig ziek. Maar een McEnroe is hij niet. Hij heeft er geen gewoonte van gemaakt de beslissingen van lijnrechters aan te vechten. Hij pleegt zijn tegenstanders niet als oud vuil te behandelen. Een beetje nors, een tikje wrevelig, enigszins bot is hij wel. En altijd zal hij dat relaas van zijn auto-ongeluk uit 1989 met zich mee blijven torsen. Zwaargewond, verbrijzelde knie, in Key Biscayne naar een ziekenhuis getransporteerd maar geweigerd zich daar te laten opereren. Terug in Oostenrijk kwam de revalidatie, geholpen door een speciaal voor hem ontworpen stoel. En op krukken sleepte Muster zich naar alle mogelijke toernooien om het contact met zijn sport niet te verliezen. Een duidelijk geval van bezetenheid. Wellicht betekent tennis voor Muster meer dan het ooit betekende voor McEnroe.

En dan Mike Tyson, de bokser die drie jaar cel opknapte wegens veronderstelde verkrachting. Een beest. En dat beest komt de gevangenis uit, blijkt moslim te zijn geworden en maakt een afgetrainde, superfitte indruk. Typisch een geval van berouw na de zonde. Tyson is veranderd, maar gaat wel weer boksen. Is hij braaf en degelijk geworden? “Hey big spender”, kopte een krant. In Las Vegas kocht hij vijf dure auto's tijdens een enkele winkeltrip, plus een rits kostuums (waarde 375.000 gulden) benevens een dure armband voor zijn vriendin Monica. “Hoezo veranderd?”, brieste de fotografe. “Hij deugt nog steeds niet, die Tyson. Een patser eerste klas. Laat die Monica maar oppassen. Topsporters zijn per definitie rotzakken.” Waarschijnlijk had zij nooit met Stefan Edberg te maken gehad.