'Met een half miljoen kan je kampioen worden'

Basketballer Rolf Franke kan de komende dagen voor de vijfde keer Nederlands kampioen worden. Hij speelt vanavond met zijn club Den Helder de tweede wedstrijd van de finale-serie tegen Goba uit Gorinchem. Den Helder staat met 1-0 voor.

AMSTERDAM, 11 APRIL. Het basketbalteam van Den Helder leek een desastreus seizoen tegemoet te gaan. In de eerste weken van de competitie verloor de club, nationaal kampioen van 1989 tot 1992, zes wedstrijden. Coach Meindert van Veen was bijna ontslagen en de ploeg raakte verdeeld. Bankzitters zeurden over speeltijd, teamgenoten kankerden in het veld op elkaar.

De 28-jarige Rolf Franke, steunpilaar Cees van Rootselaar en coach Van Veen besloten een noodgreep toe te passen. Het drietal voerde met alle andere spelers een lang en open gesprek. Willen we kampioen worden of gezellig meedraaien in de middenmoot? Na de praatsessies bleef Den Helder 23 wedstrijden lang ongeslagen.

De wedstrijden tussen Mustang Jeans/Den Helder en Den Braven/Goba in de finale van de play-offs zijn een strijd tussen teamgeest en individuele klasse. Den Helder won zaterdag de eerste thuiswedstrijd op het nippertje met 84-81. Franke, 1.98 meter lang en 94 kilo zwaar, was een van de uitblinkers en scoorde 21 punten. Vanavond is de eerste wedstrijd in Gorinchem. Kampioen wordt de club die vier keer wint.

Als Gorinchem de titel binnenhaalt is de club, dankzij sponsoring van Cees den Braven, er in geslaagd in één jaar een kampioensteam bij elkaar te kopen. “Dat kan in iedere sport”, reageert Franke. “Alles heeft zijn prijs. Bij voetbal zijn het tientallen miljoenen, in het wielrennen miljoenen, in het basketbal relatief weinig.” Goba had naar verluidt dit jaar 800.000 gulden te besteden. “Het geeft aan dat basketbal in een recessie zit. De bedragen zijn de laatste jaren fors gedaald. Met een half miljoen kan je kampioen van Nederland worden.”

Zijn vader is oud-international, zodat Franke al op zijn tweede te zien kreeg hoe het balletje stuiterde. Sinds zijn achttiende speelt de Amsterdammer in de eredivisie, ongeveer 400 wedstrijden, meer dan dertig interlands. De rechtenstudent, die inmiddels een doctoraal geneeskunde op zak heeft, staat niet alleen te ballen, hij voelt zich ook verantwoordelijk voor de toekomst van zijn sport. Hij richtte de Dutch Players Association (DPA) op, een soort vakbond voor basketballers, en is sinds kort voorzitter van de atletencommissie van de sportkoepel NOC*NSF.

“Ik vind problemen een uitdaging. Sporters hebben plichten èn rechten. In het basketbal duurde het twee jaar voor we serieus genomen werden. De DPA behartigde de belangen van de spelers èn probeerde mee te denken op het beleid. De bond heeft ons lang genegeerd, maar is er achter gekomen dat het zin heeft om de spelers invloed te geven op het beleid. Met mijn ervaring hoop ik ook voor NOC*NSF, toch een soort moeder-organisatie, wat te kunnen doen.”

Hij weet, omdat hij heeft geprobeerd een sponsor te vinden voor een nieuw team in Amsterdam, dat de geldschieters niet meer staan te trappelen om een basketbalclub te steunen. Maar hij blijft positief. “Basketbal zat in een dalletje, maar komt er wel weer uit. Het is een vicieuze cirkel: prestaties, beleid, sponsoring en belangstelling. Je ziet nu al dat de belangstelling weer groeit. En er is een nieuw topsportplan, dat er goed uitziet. Volgend jaar krijgt de eredivisie meer zelfstandigheid, krijgen de clubs meer macht en het bondsbestuur minder. Het amateuristische is er af, het wordt professioneler.”

“Het enige echte probleem is de jeugd. Mijn generatie houdt over vijf, zes jaar op. Dan moet er wat nieuws staan. Alle jongetjes - kijk maar naar pleintjes in de stad - willen basketballen. Ze lopen al in basketbalkleding, de onbewuste basis is er, alleen de bal ontbreekt nog. Maar de bond heeft te weinig kader om de talenten op te vangen. En een goede trainer als Jan-Willem Jansen laat de bond gewoon werkloos rondlopen in Amsterdam. Het jeugdbeleid is te vrijblijvend. Het zou bijvoorbeeld nuttig zijn om te kijken hoe lang iemands ouders zijn. Als vader 2.05 meter lang is en moeder 1.80 meter, wordt de zoon ook lang. Die moet je dus in de gaten houden.”

De eredivisie telt momenteel acht clubs. Ongeveer 25 Nederlanders (tien- tot vijftigduizend gulden per jaar) en 16 Amerikanen verdienen hier geld met hun sport, de rest van de spelers krijgt een reiskostenvergoeding. Den Helder, een stad met 40.000 inwoners, draait al jaren mee in de top in Nederland. Zoals eerder Den Bosch en Leiden. Zoals dit jaar Gorinchem. Waarom lukt het in kleine steden en heeft bijvoorbeeld Amsterdam geen topploeg?

“Het succes van Den Helder is een combinatie van de juiste mensen in het bestuur, een professionele structuur, discipline, de jarenlange coaching van Ton Boot en de behaalde kampioenschappen. Bovendien is Den Helder een kleine gemeenschap. Mensen komen daar sneller naar basketbal kijken. Van Rootselaar is in Den Helder een volksheld. Amsterdammers komen alleen voor de top, we kijken eigenlijk niet verder dan Ajax. Basketbal in Amsterdam kan wel, maar alleen als het team kampioen kan worden. En als je slecht speelt, word je meteen afgemaakt.”

Franke was de afgelopen maanden wegens zijn studie niet beschikbaar voor het Nederlands team. Tijdens de Haarlemse basketbalweek werd zijn bedankje door een aantal slecht geïnformeerde betrokkenen opgeblazen tot een relletje. Maar Franke heeft zich vorige week weer beschikbaar gesteld. Als bondscoach Toon van Helfteren, met wie Franke nog samen trainde in Leiden, hem selecteert, wil hij eind mei graag mee naar Macedonië. Daar moet Nederland, afgezakt naar de onderste regionen van het Europees basketbal, de eerste schifting overleven voor het Europees Kampioenschap in 1997. Het moet lukken, zegt Franke. “Het team zal in de sterkst mogelijke opstelling naar Macedonië vertrekken.”

De twee beste basketballers van Nederland, Rik Smits (2.24 meter lang, een duurbetaalde ster van de Indiana Pacers) en Geert Hammink, spelen in de Amerikaanse NBA. Zullen ze ooit voor het Nederlands team uitkomen? “Het wordt moeilijk. Maar als we ons plaatsen voor het EK, moeten we alles proberen om ze hierheen te halen. Ik kan me niet voorstellen dat er geen sponsor is te vinden die de verzekeringspremie voor Smits zou willen betalen. De kans dat hij in die wedstrijden door zijn enkel gaat, is niet zo groot.”