Landbouw schrapt 700 banen op ministerie

DEN HAAG, 11 APRIL. Op het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij verdwijnen de komende jaren bijna zevenhonderd banen. De maatregel is onderdeel van een bezuiniging van circa 190 miljoen gulden die minister Van Aartsen deze kabinetsperiode wil doorvoeren. De minister wil zijn beleid concentreren op vernieuwende agrarische ondernemers. Hij is van mening dat het inkomen van de boer in de eerste plaats uit de markt dient te komen.

De ministerraad stemde eerder in met het pakket bezuinigingsmaatregelen van Van Aartsen. Die zijn neergelegd in zijn vandaag gepresenteerde prioriteitennota 'Dynamiek en Vernieuwing'. In het stuk schetst hij zijn beleidsvoornemens voor deze kabinetsperiode.

Inkomenstoeslagen dienen, zo blijkt uit de nota, van tijdelijke of aflopende aard te zijn. Aanvankelijk stelde Van Aartsen dat bij geleidelijke prijsdalingen er geen inkomenscompensatie gegeven hoeft te worden. In de uiteindelijke nota schrijft hij dat extra inkomenscompensatie niet nodig is. Voor zover er sprake is van lastenverlichting, zal vooral de vernieuwende ondernemer daarvan moeten profiteren, vindt de minister. Het gaat daarbij om investeringsaftrek, verruiming van de ondernemingsvrijstelling in de vermogensbelasting en uitbreiding van een fiscale stimulans voor onderzoek en ontwikkeling.

Ambtenaren van minister Van Aartsen berekenden in september vorig jaar dat er als gevolg van de bezuinigingen die in het regeerakkoord waren aangekondigd de komende jaren 450 tot 500 arbeidsplaatsen bij het departement zouden verdwijnen. De bonden hielden het toen op duizend. Doordat het aantal formatieplaatsen uiteindelijk met bijna zevenhonderd arbeidsplaatsen omlaag gaat, zullen er in 1998 nog ruim 9.900 ambtenaren overblijven. Dat zijn er 2.800 minder dan in 1987. In het laatste jaar van de bezuinigingen, 1998, wil Van Aartsen beschikken over een kernministerie van ongeveer 1.800 formatieplaatsen.

De omvang van de bezuinigingen die Van Aartsen doorvoert was vorig najaar al bekend, maar de minister kreeg een half jaar de tijd om ze in te vullen. De bezuinigingen hebben voor een groot deel betrekking op de directe uitgaven van het ministerie zelf: veel medewerkers krijgen een 32-urige werkweek, het inhuren van jaarcontractanten en uitzendkrachten dient te worden beperkt en het inkoopbeleid moet zuiniger.

Pag.18: Ministerie landbouw gaat honderden miljoenen bezuinigen

De tarieven die slachterijen moeten betalen voor de keuring van vlees gaan omhoog, terwijl de subsidies en de uitgaven voor onderzoek worden beperkt. De bezuinigingen die het ministerie moet doorvoeren lopen op van 20 miljoen gulden dit jaar, via 130,1 miljoen gulden in 1996 en 179,8 miljoen gulden in 1997 naar 189,9 miljoen gulden vanaf 1998.

Bij de bezuinigingen probeert Van Aartsen de natuur zo veel mogelijk te ontzien. Het beheer van bossen en natuurterreinen zal niet door de bezuinigingen worden getroffen. De minister geeft prioriteit aan de Ecologische Hoofdstructuur, een netwerk van de grootste bestaande, kwetsbare en waardevolle natuurgebieden aangevuld met nog aan te leggen natuurontwikkelingsgebieden en verbindingen tussen de natuurgebieden. Er zal niet worden bezuinigd op de gelden voor aankoop en inrichting van gronden om dit plan - uitgesmeerd over 25 jaar - te realiseren. In zijn Prioriteitennota kondigt de bewindsman aan dat hij voor de Ecologische Hoofdstructuur tot en met 1998 163 miljoen gulden extra uittrekt.

Van Aartsen verlaagt de subsidie-uitgaven structureel met zeventien procent, van 690 naar 576 miljoen gulden per jaar. Uit uitgelekte versies van de Prioriteitennota was al bekend dat hij het mes in de landbouwsubsidies zou zetten. De sector moet meer op eigen benen leren staan, vindt de bewindsman. Boeren moeten meer marktgericht gaan werken en minder afhankelijk van subsidies worden. Voor een groot aantal subsidieregelingen komt minder geld beschikbaar. De subsidie voor grootschalige mestverwerking gaat met vijftien miljoen gulden omlaag, de subsidies voor landinrichting worden met twaalf miljoen verlaagd. Bij natuur, bos en openluchtrecreatie verdwijnt voor dertien miljoen gulden aan subsidies. Dat gebeurt bij het Overlevingsplan Bos en Natuur en de Stimuleringsregeling bosuitbreiding op landbouwgronden. Het intrekken van de regeling Kwaliteitsprojecten Agrarische Produkten levert twintig miljoen gulden op. De regeling is volgens Van Aartsen geen succes. Er zijn wel projectvoorstellen ingediend, maar die bieden in het algemeen weinig perspectief.

De subsidies moeten volgens de minister flink omlaag om het landbouwkundig onderzoek te sparen. Aanvankelijk was het plan om jaarlijks 40 miljoen te bezuinigen op deze post. Van Aartsen vindt dat te veel en heeft het bedrag gehalveerd. Het vergaren van kennis is ten slotte van grote betekenis voor de land- en tuinbouw, redeneert Van Aartsen. Voorwaarde is wel dat het profijtbeginsel wordt toegepast, zodat degene die gebruik maakt van wetenschappelijk onderzoek er voor moet betalen.