In dubio

Je hebt echte zomertalingen en namaak-zomertalingen.

Echte zie je niet veel. Een jaar of vier geleden alweer: mannetje en wijfje in een slootkant aan de Hollandse Kade, hevig in dubio tussen hun toewijding aan de eieren en hun angst voor een aanstormende tractor met maaimachine.

Dat was nog eens een broedgeval. Sindsdien alleen nog maar op doortrek.

Namaak zie je ze eigenlijk ook niet veel. Maar wij hebben er een in de slaapkamer hangen, aan het voeteneinde. Een aquarel van Erik van Ommen.

Het is een mannetje en hij staat tot aan zijn buik in het slik. Ook zijn snavel verdwijnt in dat slik. Je hóórt hem slobberen, die zomertaling van ons. Hij is echt in zijn element aan ons voeteneind.

Wat de uitsnede van het landschap betreft: Erik heeft in dit geval gekozen voor laag en langwerpig - precies de uitsnede die je krijgt als je in een observatiehut zit en een luikje opendoet. Dat heb ik me vorig jaar pas gerealiseerd in een hut in een Frans moerasgebied. Maar het zonderlinge gevoel, dat je bij die zomertaling ergens doorhéén keek, had ik altijd al. Elke avond een doorkijkje, en elke ochtend ook.

Natuurlijk heb ik die aquarel omdat ik van zomertalingen hou.

Natuurlijk hou ik van zomertalingen omdat ik die aquarel heb.

Houden van gaat als een slinger heen en weer.