Hedendaagse kunst in Weimar

Kunstsammlungen zu Weimar, Schlossmuseum, Burgplatz 4, Weimar. Di t/m zo 10-18u.

BERLIJN, 11 APRIL. Sinds Berlijn weer hoofdstad van Duitsland is, en binnen een paar jaar ook weer regeringszetel zal zijn, is de kans groot dat ze tevens opnieuw culturele hoofdstad van het land wordt. Het Rijnland dreigt zijn positie als Duits centrum voor moderne kunst te verliezen. Steeds meer galeries verhuizen van Keulen en Düsseldorf naar Berlijn. Daar is inmiddels in het oostelijke deel van de stad, waar voor de Wende de Oostduitse alternatieve galeries zich al hadden geconcentreerd, een nieuw kunstkwartier ontstaan. Zelfs Westberlijnse galeries trekken nu van Kreuzberg naar 'Mitte' om de allerjongste kunst aan de man te brengen.

Ook in andere steden in de voormalige DDR, zoals Leipzig en Dresden, ontwikkelt zich een nieuw kunstcircuit. Maar het kunstaanbod in deze steden is toch minder compleet dan in Berlijn. Daar is door het samengaan van Oost- en West-Berlijn nu kunst uit alle eeuwen en uit alle windstreken aanwezig. De vroegere DDR-steden missen deze rijkdom. Westerse moderne kunst uit de jaren 1945-1990 ontbreekt daar volledig. Op andere gebieden verloopt de integratie van Oost-Duitsland in de Bondsrepubliek redelijk vlot; films, theater en populaire cultuur hebben hun weg naar het oosten wel gevonden. Maar met de beeldende kunst van het westen kunnen de ossi's op eigen grondgebied nauwelijks in het echt kennismaken. Voorlopig zal dat wel zo blijven, want de Oostduitse musea hebben geen geld om de schade in te halen. De musea hebben inmiddels vrijwel allemaal uit West-Duitsland afkomstige directeuren, die tentoonstellingen van moderne westerse kunst organiseren, maar een eigen collectie kunnen ze niet opbouwen. Alleen de Thüringse stad Weimar beschikt sinds kort over een eigen verzameling westerse avant-garde kunst. Deze verzameling is de bijdrage van galeriehouder Paul Maenz aan de 'opbouw van het oosten'. De Keulse galerie van Maenz was in de jaren tachtig een van de bekendste van Duitsland; vooral door de verkoop van de jonge Duitse Wilden van de Mülheimer Freiheit, onder wie Walter Dahn en Georg Dokoupil. Maar ook de Amerikaan Keith Haring en de Nederlander Rob Scholte stelden bij Maenz tentoon. Omdat Maenz een 'generatiewisseling' in de kunstwereld zag aankomen, sloot hij begin jaren negentig zijn galerie en verhuisde naar Berlijn.

De 150 schilderijen en 200 tekeningen die Maenz Weimar schonk, zullen in het Landesmuseum ondergebracht worden. Dat gebouw is nu echter niet meer dan een fraaie ruïne. Pas in 1999, als Weimar culturele hoofdstad van Europa is, zal het gebouw gerestaureerd zijn. Een klein deel van de verzameling wordt nu al, als voorproefje, getoond op de bovenste verdieping van het Schlossmuseum, dat ook de verzameling oude kunst van de stad huisvest.

De expositie vormt waarschijnlijk voor veel bewoners de eerste kennismaking met de kunst uit het westen. Dat rechtvaardigt de didactische opzet, die voor de vijf zalen is gekozen. In de eerste zaal staat, aan weerszijden van de ingang, een woord op een sokkel, rechts 'MOMA', links 'Guggenheim'. Ze maken duidelijk dat men niet meer in Weimar is, het 'Herz der Deutsche Klassik', maar een andere wereld betreedt, waarvan het Museum of Modern Art en het Guggenheim Museum, beide in New York, de toegangspoorten zijn. Veel bezoekers van het Schlossmuseum schijnt de betekenis van de woorden echter te ontgaan - een bewijs te meer dat de moderne westerse kunst een code is, die men moet leren ontcijferen.

Achter de bronzen woorden, vervaardigd door Georg Dokoupil, staan twee kunstwerken, wier samenhang niet minder leerzaam is. Een naakte jongeling van Rodin (ca. 1880) heft gelaten zijn armen voor een uitgelaten graffiti-doek van Keith Haring uit 1984. 'Modern ontmoet klassiek', is de naam van de expositie.

Maenz' verzameling bevat voorbeelden van verschillende internationale kunststromingen uit de laatste dertig jaar, van de Minimal Art en de Arte povera tot de Nieuwe Wilden. Ook een paar onbekendere Duitse kunstenaars, zoals de jong gestorven, speelse minimalist Peter Roehr, maken er deel van uit. De uitgestalde werken zijn bijna allemaal van hoge kwaliteit. Juist daardoor zal de schenking als lokale studieverzameling goed kunnen functioneren. 'Colonna', een verhoudingsgewijs groot doek van Salvo, hoort bijvoorbeeld tot het beste wat deze Italiaan ooit geschilderd heeft. De scherpe, zoete kleuren verlichten een hele zaal.

Wat in Weimar meer dan ergens anders opvalt, is de vrijheid die de kunst zich in het westen bevochten heeft. Misschien lopen er op de verdieping waar de verzameling van Maenz hangt daarom ook minder bewakers rond dan op de etages met werken van Lucas Cranach of Caspar David Friedrich, waar ze bovendien spiedend met elke bezoeker meelopen. Op de zolder laten ze zich nauwelijks zien. Wat valt er ook te bewaken, als de bezoekers zelfs over de kunst heen mogen lopen, zoals bij Carl Andre's koperen platen het geval is?

Veel kunstwerken worden hier een vrolijk of spits commentaar op de oudere kunstschatten van Weimar. Piero Manzoni's blikje kunstenaarspoep is strategisch voor een venster met uitzicht op de stad geplaatst; daar kan men het huis van Goethe vermoeden, maar ook het concentratiekamp Buchenwald.

Het zou mooi zijn, als men na het bekijken van de verzameling van Maenz ter vergelijking een bezoek kon brengen aan de afdeling DDR-kunst. Maar die is, zoals in bijna alle musea in de nieuwe bondslanden, voorlopig gesloten.

Paul Maenz wil met zijn verzameling deel uitmaken van de Weimarse traditie. De delen van deze veelzijdige traditie zijn tijdens de DDR-jaren niet allemaal even goed behandeld. De erfenis van Goethe, Schiller en de andere Duitse klassieken werd door de staat relatief goed verzorgd. Het gebouw van het Bauhaus, in 1919 in Weimar opgericht, liet men daarentegen aan zijn lot over. Ook hier is het tij inmiddels gekeerd. Eind mei wordt er een museum over het Bauhaus geopend, met werken van Lyonel Feininger, Oskar Schlemmer, Wassily Kandinsky en andere leraren. Maenz hoopt dat Weimar, net als in de tijd van het Bauhaus, weer een trefpunt wordt voor hedendaagse kunstenaars. Hij heeft daarom een stichting opgericht, die kunstenaars, critici en handelaren van over de hele wereld in Weimar moet samenbrengen om over kunst en cultuur te discussieren.

Of het Maenz lukt Weimar weer op de culturele kaart van Europa te zetten, zal de tijd leren. Moderne beeldende kunst heeft in ieder geval ook al buiten het museum voet aan de grond gekregen in de stad, die een deel van haar charme ontleent aan het verval. In de gangen van het sjieke, in 1993 al te grondig gerestaureerde hotel Elephant, waar zowel Thomas Mann als Hitler hebben gelogeerd, hangen tekeningen van Baselitz, Penck, Chia en andere dure kunstenaars. De wanden van de naar Richard Wagner genoemde eetzaal zijn door Dokoupil beschilderd met scènes uit de Nibelungen. Weer treft een moderne kunstenaar een klassieker, al is de betekenis hier eerder dienstverlenend dan grensverleggend.