Frans ballet uit 1786 in een fleurige, inventieve produktie

Gezelschap: Koninklijk Ballet van Vlaanderen, nieuwe produktie: La Fille Mal Gardée, mise en scène en choreografie: Joseph Lazzini naar Jean Dauberval, muziek: Ferdinand Hérold en Peter Ludwig Hertel; decor, licht en kostuums: Roger Bernard. Gezien: 26/2 Opera in Gent. Nederlandse première: 13/4 Cultureel Centrum De Kring in Roosendaal, daarna volgend seizoen weer te zien.

La Fille Mal Gardée (het slecht bewaakte meisje) is het oudste ballet dat heden ten dage nog wordt gedanst. Het werd in 1786 gemaakt door de Franse danser/ choreograaf Jean Bercher, die bekend is geworden onder de naam Dauberval. Hij was verbonden aan het Grand Theatre de Bordeaux, waar het ballet in 1789, aanvankelijk onder de titel Le Ballet de la Paille (het ballet van het stro) op de planken kwam. Sindsdien is het in verschillende monteringen in vele Europese steden te zien geweest al is het nooit zo populair geworden als bijvoorbeeld La Sylphide, Giselle, of de grote Petipa-balletten uit de vorige eeuw. Het is een opmerkelijk werk want in tegenstelling tot de destijds gebruikelijke thema's waarin tovenaars, lieden van koninklijke bloede, goden en geesten een belangrijke rol speelden, gaat het in La Fille Mal Gardée om doodgewone menselijke wezens: de weduwe Simone, die een boerderij beheert en haar spirituele dochter Lise wil uithuwelijken aan de wat sullige Alain, zoon van een rijke koopman, terwijl het hart van het levenslustige deerntje uitgaat naar de boerenjongen Colas. Moeder Simone heeft dat best in de gaten en doet alle mogelijke moeite om ontmoetingen tussen Lise en Coals te voorkomen. Tevergeefs, want door allerlei listen weten de gelieven elkaar telkens weer te vinden. Wanneer tenslotte Lise door haar moeder in een kamer wordt opgesloten waarin even van te voren Colas een toevlucht heeft gezocht na een heimelijk rendez-vous, bewerkstelligt die actie hun huwelijk. Twee gelieven, samen ontdekt in één kamer maakt de verbintenis met de maagdelijke Alain immers onmogelijk! Dus eind goed al goed, Alain opgelucht, de tortelduifjes verenigd en bovendien blijken ook moeder Simone en Alains vader elkaar gevonden te hebben.

Van de oorspronkelijke choreografie is nauwelijks iets bewaard gebleven en ook de muzikale begeleiding heeft nogal wat veranderingen ondergaan. Oorspronkelijk werd een potpourri van traditionele volkswijsjes gebruikt, later werd er opdracht gegeven voor een complete compositie, in Parijs aan Ferdinand Hérold, in Duitsland aan Peter Ludwig Hertel, terwijl in Rusland gedanst werd op een collage van aan elkaar geplakte fragmenten uit composities van Delibes, Drigo en Minkus. Grote populariteit verwierf de geheel nieuwe produktie die Sir Frederick Ashton in 1960 maakte voor het Royal Ballet. Het Ballet van Vlaanderen heeft nu La Fille Mal Gardée op het repertoire genomen van Joseph Lazzini, een Frans danser/choreograaf met een respectabele staat van dienst en een speciale belangstelling voor La Fille. Acht jaar geleden nam het Ballet van de Parijse Opera zijn versie op het repertoire. Als muzikale begeleiding koos Lazzini fragmenten uit zowel de Fanse (Hérold) als de Duitse (Hertel) partituren en sommige personages kregen andere namen. Zo heet de weduwe Simone hier Marceline en de ongewenste bruidegom Alain is tot Nicaise omgedoopt. Choreografisch is Lazzini's Fille lang niet zo subtiel geraffineerd en inventief als Ashtons schepping, maar als totaal is het een charmante produktie, met vlotte, goed ogende groepsdansen en speelse, vaak virtuoze soli en duetten voor de hoofdpersonen. Vooral de laatste akte heeft een aanstekelijke frisheid die precies bij het verhaal past en herhaaldelijk zijn er humoristische details aangebracht.

Dramaturgisch zijn er wat zwakheden: de rol van de - zoals gebruikelijk door een man gedanste - Simone heeft zeer levendige, technisch lastige passages - een variatie wordt zelfs op spitzen gedanst - en die vitaliteit klopt niet helemaal met het 'bejaarde' gedrag in andere fragmenten. Ook de karaktertekeningen van Colas en Lize laten nogal wat abrupte overgangen zien. De uitvoering is uitstekend, zoals te verwachten van de dansers van het Ballet van Vlaanderen. De Lize van Xiomara Reyes is pittig, de Colas van Rinat Imaev heeft de juiste kwajongensachtigheid en de Marceline van Jan Vandeloo is lekker bazig. Mijn favoriet was Pascale Molat in de rol van Nicaise. Hij weet van begin tot eind zijn karakter van de wat verlegen, naïeve, niet al te snuggere jongeman vast te houden en laat tegelijkertijd zien dat hij danstechnisch heel wat in zijn mars heeft. De door Roger Bernard fleurig aangeklede en van een inventief decor voorziene Fille zal zeker ook in Nederland een breed publiek aanspreken.