Eredivisie-trainers voelen niets voor invoeren time-out

DEN HAAG, 11 APRIL. “Flauwekul.” Trainer Willem van Hanegem van Feyenoord is kort over de plannen van de wereldvoetbalbond (FIFA) om de time-out in het voetbal te introduceren. De FIFA is afgelopen weekeinde in de Zweedse competitie een proef begonnen en overweegt de tijdstop bij het Europees kampioenschap van 1996 in Engeland in te voeren. De bond wil beide trainers één time-out per helft bieden.

De primeur was afgelopen zondag voor Sven Dahlqvist, trainer van de Zweedse club Örebro. Hij was de eerste voetbaltrainer die met de regels in de hand om onderbreking van het spel vroeg. In de zevenentwintigste minuut van Trelleborgs-Örebro (0-0) riep Dahlqvist zijn spelers naar de kant voor overleg. “Ik was niet tevreden over de uitvoering van onze speelwijze. Bovendien was een van mijn jongens een paar noppen van zijn schoenen verloren.” Dahlqvist vond dat zijn ingreep hielp, want na de pauze van twee minuten kreeg zijn team opeens een paar goede kansen.

Als Theo de Jong, trainer van Willem II, zondag een time-out had mogen aanvragen bij de wedstrijd tegen Ajax (7-0), had hij dat al na een paar minuten gedaan. Want Ajax bleef maar scoren in de beginfase. “Ik had heel snel een paar wisselingen willen doorvoeren. Dat kon ik nu pas doen in de rust. Ik heb toen een speler vervangen en nog eens drie posities gewijzigd. Dat is te veel om even vanaf de kant te regelen.”

Andere eredivisie-trainers zijn minder overtuigd van het nut van de nieuwe maatregel. NAC-trainer Ron Spelbos: “Het lijkt een aardig idee, als trainer zou ik er soms zeker baat bij kunnen hebben. Maar het publiek heeft er niets aan. Als een club met 1-0 voor staat, kan je met een time-out tien minuten voor het einde de vaart uit de wedstrijd halen.”

Sef Vergoossen, coach bij MVV, noemt de time-out zelfs “een slechte zaak”. “Bij dubieuze beslissingen van de scheidsrechter zou je een time-out kunnen gebruiken om naar de video te kijken. Toch ben ik daar ook op tegen. Voetbal is emotie en foute beslissingen horen bij het spel.”

De Duitse bondscoach Berti Vogts was gisteren iets genuanceerder in zijn commentaar. “Ik zou tegen een onderbreking van meerdere minuten zijn. De time-out zou je kunnen invoeren zodat de trainers het wedstrijdpeil kunnen verbeteren, niet om de reclamemakers hun gang te laten gaan. Ik denk dan aan ten hoogste één minuut per ploeg over de hele ontmoeting.”

De time-out is al jaren gemeengoed in zaalsporten als volleybal, basketbal en ijshockey. Joop Alberda, bondscoach van de Nederlandse volleybalploeg, verwacht dat de time-out het voetbal kan verrijken. Volgens de volleybal-coach haalt al dat geroep, geschreeuw en gefluit van voetbaltrainers langs de lijn weinig uit, zeker niet als het stadion kolkt. “Ik heb nooit begrepen dat het voetbal nog geen time-out kent. Ik zie Van Gaal voortdurend op zijn blokje schrijven. Je bent met 22 acteurs. Het lijkt me niet onverstandig ze in sommige gevallen even bij elkaar te roepen. Er zal toch wel iets te bespreken zijn.”

Het idee de onderbreking te introduceren in voetbal is afkomstig uit Zweden. De uitvinder is Lars Erik Oberg, leraar van een voetbalschool in Sundsvall. “De bedoeling is de coaches meer invloed op het spel te laten krijgen. Nu kan een trainer alleen wat kwijt voor de wedstrijd en in de rust. Alles wat hij na afloop zegt, is in feite waardeloos.”

De Zweedse bond vroeg de FIFA eind vorig jaar de onderbreking als experiment te mogen invoeren. Secretaris Blatter van de FIFA sprak zich positief uit over de wijziging. De potentiële groei in reclame-opbrengsten is voor de FIFA waarschijnlijk het belangrijkst, voor de Zweden niet meer dan een afgeleide. In het Scandinavische land is de nationale competitie een aangelegenheid van de staatstelevisie, die geen reclame uitzendt.

Volgens Twente-trainer Issy ten Donkelaar maakt de FIFA met de time-out een knieval voor de commercie. “Grotere onzin heb ik nooit gehoord. Behalve de commercie is niemand ermee gediend.”