CHEN YUN 1905-1995; Orthodox communist

Deng Xiaoping heeft Chen Yun verslagen in hun onderlinge competitie wie het langst zou leven, zo concludeerde een krant in Hongkong vanmorgen, na de dood van Chen, communistisch oudgediende, op 89-jarige leeftijd. Deng en Chen vertegenwoordigden ook twee verschillende kampen in de Chinese bureaucratie: economische hervormers tegenover ouderwetse marxisten en ook in dat opzicht lijkt Deng een 'overwinning' te hebben behaald. Het kamp van de orthodoxe communisten moet het stellen zonder zijn leider Chen.

Chen Yun, geboren in 1905 (een jaar na Deng) was een revolutionair uit de oude school, die vrijwel zijn hele leven wijdde aan 'de zaak'. Tijdens de Lange Mars van Mao Zedong (1935-36) verbleef Chen in de Sovjet-Unie. Na zijn terugkeer, in 1937, kreeg Chen een partijfunctie in het nieuwe hoofdkwartier van Mao in Yanan. Hij vervulde na de communistische overwinning in 1949 verschillende functies in staat en partij: onder andere vice-premier, minister van zware industrie en voorzitter van het partijcomité voor financiële en economische zaken.

In 1957 viel Chen in ongenade toen hij Mao's industriële campagne: de Grote Sprong Voorwaarts kritiseerde. Toen de campagne uitliep op rampspoed en honger, erger dan Chens bangste - en uitgesproken - vermoedens, mocht hij terugkeren aan de top. Tijdens de Culturele Revolutie (1966-76) kreeg hij opnieuw aanvallen op zijn positie te verduren. Rode Gardisten maakten hem uit voor 'kapitalist'. Hij verloor zijn functie in het politburo. Na de dood van Mao, in 1976, herkreeg Chen een hoge positie in de partij (lid van het politburo tot 1987).

De carrières van Chen en Deng vertonen opvallende overeenkomsten. Beiden werden tweemaal weggezuiverd, beiden kwamen ze twee keer terug. Maar anders dan Deng, die zich na 1978 ontpopte als architect van de grote economische hervormingen - die van China pro forma een kapitalistisch land hebben gemaakt - bleef Chen zijn oude marxistische idealen trouw. Rondom de twee ontstonden twee facties. “De decadente kapitalistische ideologie vormt een ernstig uithollend gevaar voor ons partijwerk en onze sociale gebruiken”, zei Chen tien jaar geleden. En die mening heeft hij daarna niet meer veranderd.

De democratische beweging die de Chinese steden in het voorjaar van 1989 overspoelde was volgens Chen het directe gevolg van Dengs nalatigheid op het gebied van scholing en discipline. Het neerslaan van de beweging, in de nacht van 3 op 4 juni 1989 (in opdracht van Deng overigens) werd door Chen van harte toegjuicht.

Chen was al jaren ziek en lange tijd niet meer in het openbaar gesignaleerd. In die zin liepen de levens van Chen en Deng weer parallel: ook Deng is ziek en uit het zicht verdwenen.