Willem Nijholt zingt Cole Porter-songs in 'You're the Top'; 'Sophistication bestaat niet meer'

You're the Top gaat na enkele proefvoorstellingen op 15 april in première in de Haarlemse Stadsschouwburg. Daarna volgt een tournee door het land.

Waar de Isolatorweg en de Generatorstraat elkaar kruisen, ver weg in Amsterdam-Sloterdijk, rijdt een tractor genaamd Werklust door de vlakte. Aan de rand ervan bevinden zich garages, wasstraten en expeditiebedrijven, daarachter doemen de contouren op van een krachtcentrale.

Een meer prozaïsche omgeving is moeilijk denkbaar, maar de schijn bedriegt. In een onopvallend grijs gebouw, pal naast een autodealer, klinken prikkelende jazzakkoorden. Ze zijn afkomstig van een band die Willem Nijholt begeleidt in een lofzang op de liefde: I get no kick from champagne/ Mere alcohol doesn't thrill me at all/ So tell me why should it be true/ That I get a kick out of you. Het vervolg van de zestig jaar oude song is nog eigentijdser: Some get a kick from cocaine/ I'm sure that if I took even one sniff/ It would bore me terrific'ly too/ Yet I get a kick out of you.

“Dit is waar ik al die jaren naar heb verlangd”, stelt Nijholt na afloop voldaan. “In mijn hart wilde ik altijd maar één ding: zingen bij een band. En dan niet zo'n net Nederlands ensemble, maar een orkest dat tegen de zanger aan duwt en hem tegelijkertijd steunt in de rug. Dan wordt de solist door de band gedragen en voelt hij zich een ster, iemand die een zekere achting geniet.

“In Amerika is dat in dit vak vanzelfsprekend. Pas merkte ik dat weer bij een huldiging van Ginger Rogers, vroeger de stralende partner van Fred Astaire en nu een dikke, vormeloze gestalte. Maar dat maakt niet uit: zodra ze in haar rolstoel het podium opreed, kreeg ze een staande ovatie. Dit soort respect voor talent is hier ondenkbaar. Nadat ik een jonge acteur een bepaald advies had gegeven, zei hij verontwaardigd: 'Je denkt toch niet dat ik een beetje ga schmieren als Ko van Dijk?' Zo'n reactie geeft aan dat de naam van zo iemand hier bijna een scheldwoord is.”

Maar we zouden het niet hebben over Nederland, laat staan over het Nederlandse toneel. Het onderwerp is deze dag de Amerikaanse showbusiness en in het bijzonder Cole Porter, zijn meest sublieme vertegenwoordiger. Binnenkort geeft Nijholt hem gestalte in You're the Top: een theaterproduktie die, aan de hand van een script van Pieter van de Waterbeemd en onder regie van Jos Thie, een portret schetst van deze componist en tekstschrijver.

Ruim honderd jaar na zijn geboorte behoort Porters werk zowel in Amerika als in Europa tot het culturele erfgoed. De honderden songs die hij schreef zijn dan ook van een niveau dat sindsdien niet meer is geëvenaard. Of het nu gaat om Anything Goes, Let's Do It, I've Got You Under My Skin dan wel om Just One Of Those Things of Miss Otis Regrets, de tekst is steeds geestig, elegant en ingenieus, de muziek zwierig en vaak virtuoos. Die combinatie zorgt voor een blijmoedig gevoel dat ook de donkerste dag een andere kleur geeft.

Willem Nijholt ontdekte Cole Porter toen hij als middelbare scholier in Nijmegen Night and Day zag, een film over Porters leven met in de hoofdrol Cary Grant. “Het meest onder de indruk was ik van de scène waarin Grant, zittend achter de piano, zich laat inspireren door de tikkende klok en de regen tegen het raam. Zo ontstond gaandeweg de intro tot de titelsong: Like the tic tic toc of the stately clock as it stands against the wall/ Like the drip drip drip of the raindrops when the summer-shower is through/ So a voice within me keeps repeating you you you. Als geheel stelde de film weinig voor, maar zo'n stukje was prachtig: het maakte me bewust van de teksten die ik daarna fanatiek nazong.”

Voor Nijholt, als voor zovele anderen, werd Cole Porter het symbool van sophistication, een onvertaalbare term die voor hem leek uitgevonden. Na een zorgeloze jeugd onder de hoede van rijke ouders in Indiana, maakte hij in 1916 zijn Broadway-debuut met See America First. De mislukking van deze musical was een aansporing te verhuizen naar Europa, waar Porter jarenlang een lichtzinnig bestaan leidde. Op de Amerikaanse ambassade te Parijs (volgens andere bronnen in het Ritz-hotel) ontmoette hij Linda Lee Thomas, een gefortuneerde society-dame met wie hij in het huwelijk trad.

Porters homoseksualiteit, altijd zorgvuldig verborgen gehouden, vormde daarvoor geen beletsel. “Belangrijk was dat zij in hun belangstelling voor cultuur geestverwanten waren”, zegt Nijholt. “Hun villa in Antibes was al gauw een plaats van samenkomst voor mensen als Scott Fitzgerald, Hemingway en Picasso. Daarmee droegen zij sterk bij aan de toen groeiende faam van de Côte d'Azur. Maar hun actieradius strekte zich uit tot Venetië waar zij huisden in palazzo's en Porter in een speedboat door de kanalen flitste. In die tijd leidde hij het leven van een playboy.”

Toch voelde hij zich, waarschijnlijk door een gebrek aan weerklank, vaak wanhopig. Zijn terugkeer naar New York, aan het eind van de jaren twintig, vormde een ommekeer. Door toedoen van zijn vriend Irving Berlin schreef hij de musical Paris, een onverwacht succes dat snel werd gevolgd door (onder meer) The Gay Divorcee, Anything Goes en Jubilee, een show die ontstond tijdens een zes maanden durende cruise. Kort daarna, in 1937, sloeg het noodlot toe: bij een val van een paard werden zijn beide benen verbrijzeld.

“Herstel was onmogelijk, maar Linda en zijn moeder wilden tegen elke prijs amputatie voorkomen”, weet Nijholt. “Het gevolg was dat Porter in de loop van de tijd dertig operaties moest ondergaan en, ondanks alle medicijnen en cocaïne, helse pijn leed. Toch maakte hij nog verschillende culturele reizen. Hartverscheurende foto's tonen hoe vrienden hem op ezeltjes tillen of over de rotsblokken van de Olympus dragen. Zo probeerde hij de beker van het leven tot op de bodem leeg te drinken.”

Na nog enkele vruchtbare jaren wekten flops als Around the World in Eighty Days de indruk dat Porters rol was uitgespeeld. In 1948 echter leverde hij Kiss Me, Kate af, een op Shakespeares The Taming of the Shrew geënte musical die als een hoogtepunt in zijn oeuvre geldt. Hoewel minder van kwaliteit, kregen ook zijn twee laatste shows (Can-Can en Silk Stockings) een redelijke ontvangst. Dit kon niet verhinderen dat hij steeds meer in een isolement raakte. Willem Nijholt: “Mede onder invloed van drank werd hij een moeilijke, bittere man die zijn gasten beledigde. Om die reden kreeg zijn eetkamer de bijnaam 'torture chamber', een plek waar bijna niemand zich meer waagde.”

De situatie werd alleen maar erger toen in 1958, vier jaar na Linda's dood, alsnog zijn rechterbeen werd afgezet. “Die gebeurtenis maakte duidelijk dat zijn vrouw indertijd gelijk had gehad”, aldus Nijholt. “Na die ingreep was hij beroofd van zijn kracht, hij leek een boom waarvan de takken waren afgekapt. Tot hij zes jaar later overleed, heeft hij geen noot meer geschreven.”

Maar Cole Porter leeft voort in zijn werk, dat is bijna dagelijks te horen. Toch is Nijholt wat dit betreft niet gerust. “Zijn gevoel voor sophistication bestaat niet meer, het is weg en zal nooit meer terugkeren. Toen ik pas een stuk van Noël Coward deed, viel me opnieuw op dat de mensen door de tv-cultuur zijn afgestompt. Grappen moeten nu visueel zijn, het spel dat iemand als Porter speelde met klanken en binnenrijmen gaat aan de meesten voorbij. Je merkt het overal: er is een nivellering gaande waardoor het taalgebruik verloedert. Als het zo doorgaat, blaffen we straks alleen nog tegen elkaar.”