Weinig afgemeten rel rond oude bekende

Het stond heus zwart op wit in De Telegraaf: “Hoofdcommissaris Jelle Kuiper is de beste kandidaat om de nieuwe korpschef te worden. Ik zie bij de Nederlandse politie op dit moment geen enkele geschikte opvolger.” In de volgende alinea, achter het woordje 'overigens', stond dat de koningin haar handtekening nog moet zetten - maar de zaak was zo te zien in kannen en kruiken.

Aan het woord was niet de minister van binnenlandse zaken, die deze opvolger zou moeten benoemen. Het was ook niet de korpsbeheerder van het regiokorps, die een kandidaat voor de opvolging mag voordragen. Aan het woord was Eric Nordholt, de huidige korpschef. Een ambtenaar had zijn eigen opvolger aangewezen. Zo leek het tenminste.

Zo zag de pers het in elk geval wel. Klakkeloos werd aangenomen dat hij arrogant genoeg is om zijn opvolging te willen regelen. Maar het tumult dat de afgelopen week over de kandidatuur van Kuiper is ontstaan, zegt weinig over hoe Nordholt denkt of doet. Het zegt alles over hoe de pers denkt dat Nordholt denkt. Ed van Thijn typeerde de verhouding tussen pers en politiechef een jaar geleden in zijn dagboek. De burgemeester van Amsterdam nam afscheid van de hoofdstad, afscheid van het politiekorps. De tv was erbij en vroeg aan de hoofdcommissaris: “Meneer Nordholt, bent u beschikbaar als opvolger van de heer Van Thijn?” Van Thijn hoort het antwoord en noteert: “Eric reageert weer net iets te weinig afgemeten. 'Daar ga ik niet over', zegt hij, 'dat beslist de gemeenteraad van Amsterdam'.”

'Eric reageert weer net iets te weinig afgemeten'. Eens was dat juist zijn succesformule. De ambtenaar die er niet omheen draaide en met ferme uitspraken 'de politiek' op haar taak wees. Maar populariteit kan gauw verkeren en de pers heeft hem net zo hard weer laten vallen in een reeks van affaires vorig jaar. De opheffing van het interregionaal rechercheteam, die op het conto van de Amsterdamse arrogantie werd geschreven. De buitensporige arbeidsvoorwaarden die de korpschef bij zijn aantreden had bedongen. Nordholt heette plots verwaand, solistisch, egoïstisch.

Er volgde een lange stilte vanuit het hoofdbureau van politie. Tot Nordholt vorige maand bij de korpsbeheerder zijn vertrek aankondigde. Over twee jaar wil hij weg. Patijn, Nordholt en hoofdofficier van justitie Vrakking hebben nagedacht over een opvolger. Kuiper leek hun een goede kandidaat. En om te voorkomen dat die in de tussentijd zou ingaan op een andere aanbieding, hebben ze hem 'gereserveerd' voor Amsterdam. Patijn en zijn collega-burgemeesters in de regio hebben afgesproken Kuiper voor te dragen als nieuwe korpschef. De koningin moet dan maar beslissen of ze haar handtekening zet.

Nordholts commentaar in de Telegraaf was weer net te weinig afgemeten. Want niet hij maar Patijn heeft Kuiper al 'benoemd'. En als iemand dus zijn bevoegdheden heeft overschat, is het niet Nordholt, maar Patijn. Zijn belofte aan Kuiper blijkt heel broos. De minister van binnenlandse zaken heeft een pinnig briefje gestuurd en Patijn erop gewezen dat Kuiper, de huidige tweede man na Nordholt, in principe niet in aanmerking komt voor de opvolging. Dat druist in tegen het carrièrebeleid bij de politietop.

Arme Jelle Kuiper. Straks zegt hij beleefd 'nee, dank u' tegen de uitnodiging korpschef in Den Haag te worden en wordt hij door een bokkige Dijkstal aan de kant geschoven als-ie op de post Amsterdam solliciteert. Het gevaar van het tumult van deze week is dat over twee jaar de kwaliteit van de kandidaat sluitpost van de besluitvorming wordt.