VVD: beslissing over donatie niet door familie

DEN HAAG, 10 APRIL. De VVD-fractie in de Tweede Kamer voelt er niets voor om nabestaanden te laten beslissen over orgaandonatie bij mensen die bij leven niet hebben laten weten of ze hun organen willen afstaan.

De twee coalitiepartners PvdA en D66 gaan wel akkoord met het wetsvoorstel waarin de nabestaanden in sommige gevallen zeggenschap hebben over de organen van een overledene. Minister-president Kok streeft er naar in 'zorgvuldig overleg' met de regeringsfracties tot overeenstemming te komen. “We proberen erg op safe te spelen binnen de coalitie”, zei hij vrijdagavond na afloop van de ministerraad. Hij hecht er daarnaast aan dat er voor de voorstellen 'een zo breed mogelijk draagvlak' komt. “We willen niet dat er een setting ontstaat waarbij een toevallige meerderheid de doorslag kan geven”, aldus de premier.

De VVD legt de bepaling in de Grondwet over de integriteit van het menselijk lichaam zo uit dat nabestaanden geen beslissing mogen nemen over orgaandonatie. Overigens is het nu zo dat nabestaanden bepalen of organen van overledenen mogen worden uitgenomen als een donorcodicil ontbreekt.

De ministerraad ging vrijdag akkoord met een voorstel van minister Borst (volksgezondheid) om de opvattingen van de bevolking te laten registreren door een onafhankelijke instelling. Iedereen vanaf achttien jaar dient op een formulier aan te geven of hij donor wil zijn of een beslissing over orgaandonatie wil overlaten aan de nabestaanden. Met die centrale registratie heeft de VVD geen problemen.

Het kabinet wil dat de nabestaanden ook het laatste woord hebben als de overledene bij leven zijn opvatting over orgaandonatie niet kenbaar heeft gemaakt. Als er eenmaal een registratiesysteem is, heeft de betrokkene de kans om zijn bezwaar tegen het uitnemen van organen vast te laten leggen. Als dat niet is gebeurd, is het volgens het kabinet redelijk dat de nabestaanden beslissen. Ook als het wetsvoorstel wordt aangenomen, blijft het donorcodicil geldig.

Aanvankelijk wilde minister Borst alleen de mensen laten registreren die hun organen willen afstaan. Omdat een meerderheid in de Kamer voorstander bleek van een ruimere registratie, besloten Borst en haar collega Sorgdrager (justitie) het wetsvoorstel aan te houden en aan de wens van een meerderheid in de Kamer aan te passen. Wat de bewindslieden betreft, kan de Tweede Kamer het voorstel direct na het Paasreces behandelen.