'Verzetsdominee' Bonhoeffer herdacht

Op diverse plaatsen en bijeenkomsten in Duitsland, Engeland en Nederland is dit weekeinde de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer herdacht. Dominee Bonhoeffer werd op 9 april 1945, nadat hij al twee jaar gevangen had gezeten omdat hij in contact stond met en koeriersdiensten had verricht voor een verzetsgroep die een aanslag op Hitler beraamde, in het concentratiekamp Flossenbürg - een maand voor het eind van de oorlog - opgehangen.

Dat Bonhoeffer een halve eeuw na zijn dood nog herdacht wordt, heeft volgens de Amsterdamse hervormde theoloog ds. Wilken Veen, vooral te maken met Bonhoeffers buitengewone betekenis voor de na-oorlogse theologie-beoefening. Dat de vermoorde dominee zo belangrijk wordt gevonden komt vooral door de brieven die hij uit gevangenschap (eerst een Wehrmachtsgevangenis en later een Gestapo-gevangenis, eveneens in Berlijn) aan familieleden en vrienden heeft geschreven.

In zijn dikwijls nogal vroom-aandoende correspondentie presenteerde Bonhoeffer (vooral in een brief van 30 april 1944 aan zijn zwager, Eberhard Bethge) denkbeelden over een totaal geseculariseerde wereld, een wereld zonder God. “De tijd dat je de mensen alles kon zeggen met theologische of vrome woorden is voorbij en ook de tijd van innerlijk en geweten, kortom de tijd van de religie. Wij gaan een tijd zonder enige religie tegemoet. De mens, zoals hij op het ogenblik is, kan eenvoudig niet langer religieus zijn, want ook degenen die eerlijk van zichzelf zeggen, dat ze religieus' zijn, maken dit absoluut niet waar in hun leven (...) Heel de christelijke verkondiging is negentien eeuwen lang uitgegaan van het religieus a priori van de mens. Christendom is altijd een vorm (misschien de juiste vorm) van religie geweest. Maar nu duidelijk wordt dat dit a priori helemaal niet bestaat, dat het een historisch-gebonden en voorbijgaande uitingsvorm van de mens was, wat betekent dat dan voor het christendom?

Door zijn vroege dood heeft Bonhoeffer niet de mogelijkheid gehad zijn gedachten verder uit te werken. Zijn zwager Bethge heeft echter al zijn brieven en geschriften gepubliceerd. Het meest bekend is de brievenverzameling Verzet en overgave die in de afgelopen vijftig jaar al een klassiek werk in de christelijk-theologische lectuur is geworden. Men ziet hierin een terdoodveroordeelde die scherp heeft nagedacht over de toekomst van het christelijk geloof, over de mondigheid van de mens en over een a-religieus christendom en die inzag dat er voor de kerk slechts een piepklein stuk territoir zou overblijven.

Door Bonhoeffers analyses en vooruitzichten zijn veel theologen hem gaan zien als dé theoloog van na de Tweede Wereldoorlog. Onder meer ook omdat hij voor het eerst tegenover het traditionele beeld van een 'almachtige' God, het beeld heeft geplaatst van een God die geen redding brengt, maar met mensen meelijdt in de ellende van het bestaan. Door die zienswijze wordt Bonhoeffer ook wel beschouwd als de voorloper / grondlegger van allerlei vormen van 'bevrijdingstheologie' uit de Derde wereld.

Theoloog W. Veen die zaterdag een lezing hield over de huidige betekenis van Dietrich Bonhoeffer, wijst er onder meer op dat hij voortkwam uit een buitengewoon deftig, grootburgerlijk Duits milieu. In die wereld was men per definitie protestants-christelijk (luthers), maar ging men zelden of nooit naar de kerk. Juist door die liberale achtergrond zou Bonhoeffer nadat hij zeer tegen de zin van zijn familie theologie was gaan studeren, al snel begrepen hebben dat de Duitse samenleving die vóór de oorlog al nauwelijks kerkelijk meer was, toe was aan vormen van een a-religieus christendom.

Als principieel denkende theoloog was Bonhoeffer een van de hoofdfiguren van de Duitse Bekennende Kirche uit de jaren dertig. Hij was ook een van de heel weinige theologen die kerkelijk verzet tegen het nationaal-socialisme noodzakelijk vond en er zijn consequenties uit trok. Als vrijwel geen ander begreep hij dat het antisemitisme en de jodenvervolgingen volkomen in strijd waren met elke deugdelijke christelijke ethiek. Daarom vond hij dat mensen geen lid konden blijven van kerken die op last van de overheid joden uit hun midden verwijderden.

Dietrich Bonhoeffer was nog geen veertig jaar toen de SS in 1945 een eind aan zijn leven maakte. Hij was in 1906 in Breslau geboren waar zijn vader hoogleraar in de neurologie en de psychiatrie was. Na zijn theologie-studie in Berlijn (1924-'28), werkte hij als hulpdominee bij de Duitse gemeente in Barcelona. Kort daarop werd hij studentenpredikant in Berlijn. In deze tijd was hij ook actief in de internationale oecumenische beweging, waaruit in 1948 de Wereldraad van Kerken ontstond en in de christelijke vredesbeweging uit de tijd tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Na Hitlers machtsovername in 1933, verliet Bonhoeffer zijn land en werd hij predikant van de Duitse gemeente in Londen. Na twee jaar was hij al weer terug in Berlijn. Bonhoeffer werd nu de leider van een theologisch seminarium van de Bekennende Kirche in Finkenwalde, een dorp in Pommeren. Toen dit instituut op last van de nazi's een paar jaar later moest worden gesloten, kwam Bonhoeffer min of meer op straat te staan. Met hulp van invloedrijke familieleden en vrienden kreeg hij in 1939 een baantje bij de Abwehr, de Duitse inlichtingendienst. Deze betrekking bood hem niet alleen een tijdlang bescherming, maar gaf hem ook mogelijkheden tot vrij reizen en om met de oecumenische beweging in het buitenland in contact te blijven. Maar uiteindelijk was diezelfde functie er ook de oorzaak van dat hij in april 1943 werd gearresteerd. Hij was betrokken geraakt bij verzetsgroepen die het op het leven van de Duitse halfgod, Adolf Hitler hadden gemunt, maar moest deze betrokkenheid zelf met de dood bekopen.