Op weg naar Roubaix voelt de eeuwige verliezer geen pijn

ROUBAIX, 10 APRIL. De vorige dag had zijn ploegleider hem nog gewaarschuwd niet met beide armen in de lucht te juichen. De opmerking van Patrick Lefèvere was als een grap bedoeld. Wie dacht nu echt dat Franco Ballerini in staat was de koninginneklassieker Parijs-Roubaix te winnen? Vier dagen nadat hij in Gent-Wevelgem een arm uit de kom voelde schieten, bleken de sombere medische prognoses ongegrond. De 30-jarige Italiaan juichte met beide armen in de lucht, zoals hij twee jaar geleden op dezelfde wielerbaan ook al een overwinning dacht te vieren.

In 1993 was Ballerini zeker van de eindzege in Roubaix, tot de finishfoto uitwees dat niet hij maar de Franse veteraan Gilbert Duclos-Lassalle als eerste over de streep was gefietst. Ballerini's wereld stortte in, de laatbloeier vervloekte de dag dat hij voor een wielerloopbaan had gekozen. In de editie van 1994 startte hij wederom als favoriet, maar de derde plaats bleek de hoogst haalbare. De tweede plek had hij bewust gemeden, vertelde hij een jaar geleden. Gistermiddag kreeg hij wat hij verdiende. “Als je naar Roubaix fietst, voel je de pijn niet meer. Het gaat om de benen en het karakter.”

De schouderblessure van Ballerini bleek achteraf nogal mee te vallen. Nee, de arm was woendag toch niet helemaal uit de kom geschoten, gaf hij gisteren toe. Ploegarts Van Mol verzachtte de pijn met een wondermiddel. Volgens Lefèvere had Ballerini achteraf veel baat bij de valpartij in Vlaanderen. “Die blessure was een zegen. Franco was minder nerveus dan anders. Het ging niet om de overwinning, maar om de deelname. Daardoor viel er een last van hem af.”

De eeuwige verliezer is op late leeftijd toegetreden tot een illuster rijtje topcoureurs. Hij is de eerste Italiaanse winnaar van Parijs-Roubaix sinds Francesco Moser in 1980 zijn trilogie vol maakte. Net als Moser is Ballerini een liefhebber van de Noordeuropese wedstrijden. Hij houdt van modder en kasseien, hij weet wel raad met barre weersomstandigheden. In de Vlaamse pers wordt hij een Italiaanse Flandrien genoemd, een zuiderling met het karakter van een oude Belgische stoemper.

Na zijn fraaie zege in de Omloop Het Volk (eind februari) kreeg Ballerini het benodigde zelfvertrouwen, na zijn tijdrit in de Driedaagse van de Panne (eind maart) wist Lefèvere dat zijn pupil de grote vorm te pakken had. Vorige week was hij in de Ronde van Vlaanderen nog een marionet van het ploegenspel, een knecht van de latere winnaar Johan Museeuw. Zeven dagen later waren de rollen omgedraaid bij Mapei. De zege van Ballerini betekende de eerste Italiaanse klassiekerwinst van dit seizoen. De drie voorgaande wedstrijden hadden de Italianen weliswaar gedomineerd, de eindzege ging telkens naar een buitenlander.

Aanvankelijk zag het er gisteren nog somber uit voor Ballerini. Hij kreeg materiaalpech in het achterveld, maar had het geluk dat een reservewiel niet te lang op zich liet wachten. In vliegende vaart reed hij het uitgedunde peloton met rivalen als Cipollini, Nelissen en Van Hooydonck voorbij. Samen met zijn ploegmakker Bortolami voegde Ballerini zich bij een kopgroep die verder bestond uit de Rus Ekimov, de Belg Vanderaerden, de Duitser Dietz en de Italiaan Tafi. De laatste rijdt ook voor Mapei en kreeg in een eerder stadium van Lefèvere te horen dat hij geen kopwerk meer mocht doen. Tafi moest wachten op de grote mannen.

Uiteindelijk konden de drie Mapei-coureurs onderling uitmaken wie als eerste zou demarreren. Ballerini was gisteren de meest beschermde renner en mocht 35 kilometer voor de streep een vluchtpoging wagen. Rijdend met 22 tandjes op het achterblad, wetend dat zijn ploeggenoten elke tegenactie zouden verijdelen, zo reed Ballerini over het laatste restje kasseien. Zijn voorsprong kwam niet meer in gevaar, ook niet toen Tafi en Bortolami om beurten een tussensprint aangingen. Het tweetal had zich al ontdaan van Dietz en Vanderaerden. Nu moest de enige overgebleven rivaal Ekimov het ontgelden. “Ze hebben me kapot gereden”, verklaarde de renner van de ploeg-Raas na afloop.

De hegemonie van Mapei duurt onverminderd voort. Dit keer beantwoordde Museeuw met ogenschijnlijk speels gemak de demarrages van de concurrentie. Wederom waren de Moldaviër Tsjmil en de Italiaan Baldato the best of the rest. Zij wisten zich te weinig gesteund door hun ploeggenoten. Tsjmil kreeg geen hulp van Lotto-collega Nelissen, wat in de buurt van Roubaix nog leidde tot een openlijke ruzie. Baldato heeft op papier een sterke ploeg, maar de rijders van MG kunnen de hooggespannen verwachtingen dit voorjaar nog niet waarmaken.

Tsjmil zorgde tenslotte voor een samensmelting van de kopgroep en de achtervolgers. Bijna twee minuten nadat Ballerini de beide armen in lucht had gegooid, bleek de nummer één van '94 in de eindsprint net iets sneller dan Museeuw en Ekimov. Intussen onderging Franco Ballerini de huldiging. Hij verdiende de zege meer dan wie ook. Ook al had hij een zware schouderblessure gesimuleerd. En ook al hield hij zich niet aan de belofte van twee jaar geleden om nooit meer naar Roubaix te zullen rijden. Adri van der Poel had het zaterdag al verteld: “Je moet een wielrenner niet te gauw vertrouwen.”